Een romanticus uit Leeuwarden

Alleen in mijn gedichten kan ik wonen

 

Jan Jacob Slauerhoff werd in Leeuwarden geboren op 15 september 1898. Hij was het vijfde kind in het gezin van zijn gelijknamige vader die samen met zijn vrouw Cornelia Pronker een behangerszaak had.

 

Twee jaar na Slauerhoffs geboorte stierf zijn broertje Gustaaf op zesjarige leeftijd. Kort daarna kwam Slauerhoffs jongste zus Augusta Cornelia ter wereld, roepnaam Guusje, met wie hij een innig contact kreeg. Jan bleek een zwakke gezondheid te hebben. Astma en longziektes dwongen hem steeds weer tot periodes van rust en herstel.

Geboortebewijs van Jan Slauerhoff en foto met Guusje Slauerhoff, 1902

Guusje, de jongere zus van Slauerhoff, is drie maanden na de dood van haar broer Gustaaf geboren en naar hem vernoemd.

Later vertelde Guusje Buwalda-Slauerhoff: ‘Mijn vader en moeder hadden een zaak, we hadden een groot huis en er waren vijf kinderen, dus mijn moeder was vaak bezig, ondanks het personeel dat we hadden. Jan en ik waren altijd samen. Jan was een jongen die veel zorg nodig had, omdat hij veel ziek was. Hij mankeerde altijd van alles, had voortdurend ongelukken. Dat is zijn hele leven zo geweest. Van astma had hij vooral last als hij nerveus was.’

Het eilandgevoel van Vlieland

Al vroeg werd Jan door boeken en verhalen gegrepen. Hij spelde ‘klassiekers’ als De reis om de wereld in tachtig dagen en Gullivers reizen. De zomers bracht hij van kinds af aan met Guusje door op Vlieland, het eiland waar zijn moeder vandaan kwam. Op het waddeneiland kreeg hij letterlijk ‘lucht’ en verdween zijn haast permanente benauwdheid.

 

Slauerhoff zou zijn leven lang door eilanden gefascineerd blijven. Zijn eerste dichtbundel gaf hij de titel Archipel. Ook in zijn latere werk groeide het eiland uit tot een metafoor waarop hij zijn verlangens kon projecteren.

 

Biograaf Wim Hazeu: ‘Vlieland is waarschijnlijk de enige locatie waar Slauerhoff zich in diverse fasen van zijn leven heeft thuisgevoeld. Als je vanaf je vroegste jeugd een band hebt met Vlieland, dan raak je dat eilandgevoel niet meer kwijt. Een eiland is eenzaamheid en geborgenheid, verlangen en heimwee.’

Ik denk aan ’t eiland waar ’k niet meer zal komen:
’t Is bijna niet uit zee te zien, zoo smal;
Het kleine dorp dat ik niet noemen zal
Ligt diep achter den dijk onder zijn boomen –

 

(Uit: ‘Verleden’)

De dochters van de dominee

Op de HBS raakte Jan bevriend met domineesdochter Annie Hille Ris Lambers. Zij had hem na een hevige astma-aanval op het schoolplein naar huis gebracht. Hoewel Annie verliefd werd op Jan zou vooral haar oudere zus Heleen een bepalende invloed hebben op het verdere leven van Slauerhoff.

Groepsfoto. Op de voorste rij v.l.r. Miek Boers en Jopie Hille Ris Lambers; op de tweede rij: Jan Hille Ris Lambers, Mien van der Heide en Gerrit (Kei) Dijkstra; op de derde rij: Heleen Hille Ris Lambers, Marius Hille Ris Lambers, Truus Boers en Ko Hille Ris Lambers; achteraan: Hermien van der Heide, Annie Hille Ris Lambers en dr. O. Noordenbos.1920, Collectie Tresoar

Jan kwam graag en vaak op de pastorie in Jorwerd. Met de vrijzinnig hervormde predikant Hille Ris Lambers voerde hij ernstige gesprekken over godsdienst, filosofie en spiritisme, maar ook over Chinese literatuur. Zijn eerste gedichten schreef Slauerhoff in deze periode. In de bibliotheek van de pastorie trof hij bundels aan van de Franse dichter Albert Samain, waaruit hij elf liefdesgedichten vertaalde.

Student in Amsterdam

In 1916 ging Slauerhoff aan de Universiteit van Amsterdam medicijnen studeren. Hij nam aan het studentenleven deel, maar bleef ook op zichzelf, lezend, schrijvend. In 1921, nog in zijn studietijd verscheen zijn debuutbundel Archipel. De poëzie van de toen 23-jarige Slauerhoff werd lovend ontvangen.

 

Bij een literaire studentenclub die Slauerhoff in die tijd bezocht, ontmoette hij Truus de Ruyter. Zij zou de eerste in een reeks vrouwen zijn met wie hij geen vaste verbintenis aandurfde. Truus wilde vastigheid, hij wilde naar zee.

 

Toen het einde van zijn studietijd naderde en de verloving met Truus was verbroken, wist Slauerhoff het zeker: hij zou het vaderland verlaten en het ruime sop kiezen.