Hoofdstuk 5
Hoe Kikker tot grote hoogte steeg

Op den duur groeide Kikker zijn schepper boven het hoofd. De groene held met wit-rood gestreepte broek werd net zo’n bekende figuur als Nijntje. Hij kreeg zelfs een eigen museum of preciezer een eigen afdeling in het Kinderboekenmuseum van Den Haag.

Zijn schepper is de enige Nederlandse kunstenaar aan wie de Hans Christian Andersen Award for Illustration werd toegekend. Velthuijs ontving deze hoogste internationale onderscheiding voor jeugdliteratuur, ook wel Kleine Nobelprijs genoemd, zestien jaar nadat Annie M.G. Schmidt hem in 1988 als schrijfster had gekregen.

‘Velthuijs,’ aldus het juryrapport dat de keuze uit 27 kandidaten motiveerde, ‘heeft talrijke keren bewezen dat hij kinderen begrijpt: hun twijfels, hun angsten en hun blijdschap. Zijn boeken zijn juweeltjes van verbeelding en tekst die samenkomen om kinderen op te beuren en ze vertrouwen te geven als ze zich wagen in de wereld om hen heen.’ 

Lovende woorden voor de net tachtig jaar geworden tekenaar, schilder, schrijver, multi-kunstenaar Velthuijs. 
    
De kwaliteit, receptie en omvang van zijn oeuvre gaven alle aanleiding voor die internationale lof. In 2004 had Velthuijs ruim vijftig titels op zijn naam staan, verspreid over zo’n dertig landen, twintig nationale en internationale bekroningen, mooie verkoopcijfers, succesvolle merchandising, tentoonstellingen, verfilmingen, animaties, musicals en toneelstukken. 
    
En toch was Kikker in vergelijking met Nijntje die in 1955 het toneel van de kinderliteratuur betrad en in 1963 haar definitieve pictografische vorm kreeg, een nakomertje. Velthuijs vond zijn groene held vijfentwintig jaar na Dick Bruna, toen vorm en inhoud het artistieke en filosofische verbond sloten dat zijn werk zo eigen is. 
    
Zowel Bruna als Velthuijs begonnen hun carrière als ontwerper. Maar waar Bruna voor zijn naamsbekendheid al vroeg de steun had van het continu herhaalde logo van uitgeverij, winkelketen en een eigen organisatie, kwam dat soort ondersteuning voor Max veel later pas. Peter Bakker en Dimitri Sidjanski hadden zijn kwaliteiten weliswaar al vroeg gezien, maar pas toen Klaus Flugge van Andersen Press (Engeland) en Liesbeth ten Houten van uitgeverij Leopold (Nederland) zich ermee gingen bemoeien vond hij nationaal en internationaal een groots onthaal.

De in 1996 door Ru de Groene (Kids at Work) professioneel opgezette merchandising zorgde voor een reeks van grote en kleine Kikkers, Eenden en Varkentjes, voor vingerpoppetjes, tassen, spelletjes, puzzeltjes, posters, kapstokken, ansichtkaarten, kalenders en bekers die grif van de hand gingen. 

Met een nieuw soort musical waarin grote poppen door acteurs over het toneel worden voortbewogen, trok Theatergroep Terra volle zalen. Er kwamen Kikker- en Velthuijsscholen, crèches, tentoonstellingen en workshops. De eigenzinnige Kikker was aardig op weg een merk te worden.

Interviews, signeersessies, voordrachten, schoolbezoeken, kinderboekenmarkten, congressen, symposia… Max wilde zijn fans niet teleurstellen. Samen met zijn Kikker begon hij aan een ware triomftocht door Japan, Venezuela, Canada, Australië, Zweden, Noorwegen, Finland, Portugal, Griekenland, Italië, China, Korea, Suriname, Joegoslavië, Israël, Zuid-Afrika, Mexico en Brazilië. Met vertalingen in het Fries, Papiamento en Swahili als toppunt van exclusiviteit. Kikker bleek veel minder Hollands dan we altijd dachten. 
    
In het millenniumjaar werd zelfs de oude jazzliefhebber in hem wakker gekust. Het Amsterdamse Concertgebouw organiseerde samen met de VPRO een reeks kinderconcerten. Max zou daarin samenwerken met bassist Tony Overwater. Die zocht contact met Eric Vloeimans – trompet, Marc van Roon – piano, Joshua Samson – percussie en Maarten Ornstein – saxofoon. En terwijl Max zijn verhalen voorlas en van tekeningen voorzag, improviseerden de musici met elkaar. Een nieuwe vorm van muzikale en literaire beeldkunst was ontstaan.

Dat eerste optreden was zo succesvol dat een theaterbureau het kersverse ensemble meteen boekte voor een tournee langs alle grote schouwburgen van Nederland. Zo werd Max op hoge leeftijd alsnog podiumkunstenaar, meer verteller en performer dan musicus maar toch. 

Hoogtepunt in die carrière was zijn optreden op het North Sea Jazz festival van 2002. Joshua Samson had de vrije hand gekregen om de slotvoorstelling te organiseren en daar moest Max aan meedoen, vond hij. Max vond het machtig mooi maar wist zo gauw niet wat hij daar zou doen. Na veel overleg vonden ze hun vorm. Joshua zou improviseren op de tekeningen die Max aan een groot vel papier van vier bij twee meter zou toevertrouwen: een spontane compositie van zijn lievelingsfiguren, letters en muziekinstrumenten. Het publiek was dolenthousiast. Na afloop noteerde Max de volgende regels in zijn agenda:

Hoogtepunt van mijn bestaan
na bijna 80 jaren gaan
North Sea Jazz Festival
Kan ik nog hoger reiken 
of is het uit?
Met een veelkleurig accoord 
tot besluit.

En nog was het niet afgelopen. Ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag werd hij niet alleen geridderd maar kwam er ook een Schrijversprentenboek van zijn leven en werk, Ik bof dat ik een kikker ben.

Hoewel Max daar van harte aan had meegewerkt en zelfs het omslag voor had ontworpen, was hij er toch zeer door ontroerd. In zijn ogen was de biograaf goed doorgedrongen in zijn gecompliceerde leven. 

Op dit overrompelende festijn volgde de triomftocht naar Kaapstad alwaar hem de Andersen Medal for Illustrations werd omgehangen. Bij terugkeer in Nederland was hij moe, ziek en verzwakt. Hij hoestte lelijk; de kanker had hem te pakken. Op 25 januari 2005 overleed hij in de stad waar hij ter wereld kwam. Op de afscheidsbijeenkomst was hij zelf aanwezig toen iedereen hem hoorde zeggen: Wat is het leven toch mooi!

Sindsdien is het aantal initiatieven om zijn werk te verfilmen, animeren of anderszins uit te baten blijven toenemen. 
    
Kikker kreeg een eigen website. Er kwam een Max Velthuijsstichting die zijn nalatenschap bewaakt, het Kinderboekenmuseum van het Literatuurmuseum wijdde een speciale afdeling aan de groene held, terwijl de hoog culturele Stichting P.C. Hooft-prijs een driejaarlijkse oeuvreprijs voor illustratoren toevoegde aan haar arsenaal van bekroningen. De Max Velthuijsprijs is sindsdien toegekend aan Mance Post (2007), Thé Tjong Khing (2010), Wim Hofman (2013) en Dick Bruna (2016). 

 

 

Colofon

Tekst: JOKE LINDERS. 

Joke Linders schreef eerder het Schrijversprentenboek Ik bof dat ik een kikker ben : leven en werk van Max Velthuijs (Leopold, 2003).

Illustraties: Max Velthuijs.

Redactie: Dick Welsink en Jef van Gool.