2000 2011

Kort na haar tachtigste verjaardag in 1998 zegt Hella S. Haasse gedecideerd tegen Aleid Truijens, in een interview in de Volkskrant: ‘Nu krijgt niemand mij meer achter mijn schrijftafel vandaan. De tijd die me nu nog rest, besteed ik aan mijn werk.’ Ze zal woord houden. Hella S. Haasse publiceert in het laatste decennium van haar lange leven nog enkele boeken – en niet de minste.

Lees over de boeken gekoppeld aan dit decennium:

Sleuteloog (2002)

Voor publiek leven is in deze jaren geen tijd. Geen lezingen meer, weinig radio- en tv-optredens, geen reizen en nog maar een heel enkel interview. Ze heeft bovendien al haar energie nodig om voor haar man te zorgen, wiens gezondheid achteruitgaat. Zelf wordt ze ook minder mobiel. Ze komt niet zo vaak meer buiten en reist niet meer.

Het nieuwe decennium begint met een nieuwe roman: Fenrir. Een lang weekend in de Ardennen. Haasse heeft altijd een voorliefde gehad voor geheimzinnige, macabere verhalen; zo’n verhaal is Fenrir. Wolven spelen er een huiveringwekkende én verhelderende rol in. Er wordt een familiedrama ontrafeld; de roman is tegelijk een spannende whodunnit en een gelaagde vertelling.

In hetzelfde jaar verschijnt Lezen achter de letters, een bundeling van haar belangrijkste essays over de Nederlandstalige literatuur en over het werk van onder anderen Louis Paul Boon, Maarten ’t Hart, Willem Frederik Hermans en Renate Dorrestein.

In 2003 worden de lezers verrast met toch nog een roman, Sleuteloog. Het zal haar laatste grote roman zijn. Het is het boek, vertelt Haasse bij de presentatie in het Tropenmuseum in Amsterdam, dat zij al tien jaar wil schrijven, maar waarvoor ze de vorm niet kon vinden. Zij moest nog één keer onder woorden brengen wat Nederland-Indië voor haar had betekend.

2
foto's

Sleuteloog wordt in 2003 bekroond met de NS Publieksprijs. Later dat jaar verschijnt een bundeling van autobiografisch werk onder de titel Het dieptelood van de herinnering.

Er is één prijs die bijna alle grote generatiegenoten van Haasse al hebben gekregen maar zij nog niet: de Prijs der Nederlandse Letteren. Het is de belangrijkste literaire prijs in Nederland en Vlaanderen, die beurtelings door het Belgische en het Nederlandse staatshoofd wordt uitgereikt. In 2004 is het zover: Hella S. Haasse krijgt de prijs, uit handen van koningin Beatrix, op Paleis Noordeinde. De koningin houdt een zeer persoonlijke toespraak waarin ze zich een goede lezer van Haasses werk toont en refereert aan hun persoonlijke, jarenlange band.

Haasse is overigens pas de tweede vrouw, na Christine D’Haen, die deze sinds 1965 bestaande prijs krijgt.

Op Paleis Noordeinde bij de uitreiking van de Prijs der Nederlandse Letteren, 2004. Foto: Chris van Houts

Op 8 november 2006 treedt Haasse voor het eerst sinds lange tijd weer op in het openbaar, op een aan haar gewijde avond in De Balie te Amsterdam, een ‘Ode aan Hella S. Haasse’ door een aantal schrijvers en critici. Diezelfde maand verschijnt Het tuinhuis, een bundel met zeven nooit eerder in boekvorm verschenen verhalen. De verhalen zijn samengebalde oer-Haasses: telkens draait het om een geheim, een conflict uit het verleden, een verzwegen daad, een ongerijmde vondst die onbegrip tussen mensen pijnlijk onthult.

In 2007 wordt door het sterrenkundig Anton Pannekoek Instituut een planetoïde vernoemd naar Hella S. Haasse. Het hemellichaam, nummer 10250, bevindt zich ergens tussen Jupiter en Mars, waar ook de in 2006 naar collega Harry Mulisch genoemde planetoïde rondzwerft.

Oorkonde van de naar Hella S. Haasse vernoemde planetoïde

Bij het opruimen van haar oude papieren stuit Hella S. Haasse op knipsels van Sterrenjacht, het feuilleton dat zij in 1949-1950 onder het pseudoniem C.J. van der Sevensterre voor Het Parool heeft geschreven. Bij herlezing vindt ze het verhaal, over een jongeman die op zoek gaat naar een verborgen schat, ‘vermakelijk, zonder literaire pretentie’. Uitgeverij Querido geeft Sterrenjacht in boekvorm uit.

Op 2 februari 2008 wordt Hella S. Haasse negentig jaar. De verjaardag wordt gevierd met familie en vrienden, in een zaaltje in het appartementengebouw waar zij woont. Het is een rustige bijeenkomst; Jan is nu ernstig ziek.

Er zijn een paar mooie verjaardagscadeaus. Bij Querido verschijnt Uitzicht, het eerste deel van haar verzamelde essays. De uitgeverij biedt haar de sleutel aan van het virtuele Hella S. Haasse Museum, een digitaal en multimediaal overzicht van haar leven en werk, gemaakt door Haasses redacteur Patricia de Groot. En er wordt een kastanjeboom ter harer ere geplant, in het Vondelpark, het park waar zij alweer bijna achttien jaar op uitkijkt.

Op 27 juli 2008, zeven weken voor zijn negentigste verjaardag, overlijdt Jan, de man met wie zij 66 jaar lang lief en leed deelde. Ze zal na zijn dood een nog meer teruggetrokken bestaan leiden.

Van 23 oktober tot 20 november 2009 is Hella S. Haasse nog één keer het middelpunt van de literaire wereld, op een manier die haar overweldigd moet hebben. Oeroeg, de novelle waarmee haar schitterende carrière begon, verschijnt in een herdruk van 923.000 exemplaren. De openbare bibliotheken in Nederland geven het boek, in het kader van de actie ‘Nederland Leest’, aan hun leden cadeau.

Uitgeverij Querido begint in 2006 met de uitgave van het Verzameld werk: alle romans, verhalen en essays zullen in een gebonden luxe-editie uitkomen. Patricia de Groot bereidt de eerste delen in nauwe samenspraak met de schrijfster voor.

Oeroeg, de klassieker op de literatuurlijst Nederlands van enkele generaties scholieren, herleeft. Tachtig bekende en onbekende lezers komen één bladzijde voorlezen uit het boek. Een toneelbewerking ervan door Yvonne Keuls, een oude vriendin van de schrijfster, wordt in het Koninklijk Theater Carré in Amsterdam opgevoerd door Willem Nijholt. De schrijfster zelf is ook aanwezig en heeft zichtbaar plezier.

De oude discussies rondom Oeroeg laaien ook weer op: vertolkt Hella S. Haasse in dit boek de kant van de ‘totoks’, de blanke, koloniale elite? Of overstijgt de vriendschap tussen de twee jongens zulke tegenstelingen? Of zitten beiden gevangen in hun klasse?

Een groep journalisten reist naar Java om de omgeving waar het boek speelt nog eens in het echt te zien – de eindeloze theeplantages, het onheilspellend zwarte, zuigende meer van Telaga Warna waarin de vader van Oeroeg verdrinkt. In Jakarta wordt de vertaling van Oeroeg in het Bahasa Indonesia feestelijk gepresenteerd. Het is de bedoeling dat Hella meegaat, maar dat laat haar gezondheid niet toe. Ze zwaait de journalisten hartelijk uit op Schiphol. Ze hoeft niet meer terug naar haar geboorteland. Java is veilig opgeborgen in haar herinnering en is een grote motor geweest voor haar verbeelding.

Op 20 november 2009 vertelt Hella S. Haasse aan Arjan Peters in de Volkskrant – ze geeft tóch weer een interview – dat ze een nieuw boek in gedachten heeft. Ze wil een roman schrijven met de titel De ontbladering. Een roman over ‘de laatste levensfase’ en de verhouding tot haar man. ‘Het is geen kwestie van willen. Het klinkt pathetisch, maar voor mij is schrijven een innerlijke noodzaak. Ik leef pas als ik de dingen opschrijf.’

Er komt geen nieuwe roman. In de loop van 2010 en 2011 gaat haar gezondheid snel achteruit. Ze ligt veel op bed en ziet alleen nog enkele verzorgers en dierbaren.

Op 29 september 2011 overlijdt Hella S. Haasse op 93-jarige leeftijd, thuis, in haar eigen bed. Ze wordt in besloten kring gecremeerd. Haar as wordt bewaard op de Oosterbegraafplaats in Amsterdam. De urn is zeegroen, haar lievelingskleur. Op de standaard is de eerste zin van Oeroeg, ‘Oeroeg was mijn vriend’, gegraveerd, in het handschrift van Hella S. Haasse, naar het manuscript.

Kees 't Hart is een van de sprekers tijdens de herdenking in de schouwburg in Den Haag

Op 22 januari 2012 wordt zij herdacht in de schouwburg in Den Haag. Het is een ‘hommage’ aan de overleden schrijfster, georganiseerd door de nabestaanden, uitgeverij Querido en Writers Unlimited. De middag wordt gepresenteerd door Pieter Steinz. Vrienden, collega’s en familieleden, onder wie dochter Marijn, treden op. Ellen speelt op de piano een stuk uit Goyescas van Enrique Granados, de favoriete muziek van haar moeder. ‘Als ik dit hoor, word ik weer teruggebracht naar het Indische landschap waar ik vandaan kom,’ heeft Hella S. Haasse eens gezegd.

Op 29 september 2012, haar eerste sterfdag, verschijnt bij uitgeverij Querido Maanlicht, een bundel met verhalen die in de nalatenschap zijn aangetroffen, bezorgd door Patricia de Groot. Het zijn prachtige, typische Haasse-vertellingen, vol duistere en geheimzinnige gebeurtenissen.

Nu, in 2017, is er een biografie over Hella S. Haasse in voorbereiding, door Aleid Truijens. In september 2016 verschijnt er – grote verrassing – nog één boek van de schrijfster zelf. Op haar vijfde sterfdag, 29 september 2016, wordt Irundina ten doop gehouden. Het is een novelle waarvan het manuscript in de nalatenschap is gevonden, over een Portugees meisje dat een tijdlang bij Hella Haasse en haar man in Frankrijk werkte, een ontroerend en betrokken verhaal, een voor Haasse typerende mengeling van fictie en werkelijkheid. Het zou de allerlaatste Haasse zijn.

Colofon

Tekst: ALEID TRUIJENS.

Aleid Truijens bereidt momenteel een biografie van Hella S. Haasse voor.


Redactie: Jef van Gool en Daan Cartens.

Eindredactie: Aafke van Hoof.


Met dank aan het digitale Hella S. Haasse Museum dat aan de basis staat van dit verhaal en in het bijzonder aan de samensteller daarvan, Patricia de Groot, de redacteur van Hella S. Haasse.
 

Met dank ook aan Ellen en Marijn van Lelyveld voor de toestemming tot overname van de foto’s uit het familiearchief.