De
eeuw
van
Albert
Helman

Al vroeg stelde Albert Helman tal van postkoloniale thema's aan de orde die pas driekwart eeuw later gemeengoed zouden worden in de Nederlandse letteren: slavernij, migratie, identiteit, mentale kolonisering, dekolonisatie.

Maar met zijn grote oeuvre van 130 boektitels en duizenden artikelen stond hij ook op zoveel andere fronten mee vooraan: de verwerking van de psychoanalyse in fictioneel proza, de introductie van Kafka in Nederland, de aandacht voor literatuurwetenschap, het denken over taal, moedertaal en vertalingen.

Zijn kosmopolitische instelling en zijn Renaissancistische nieuwsgierigheid naar zowat alle domeinen van de menselijke scheppingsdrift zijn karakteristiek aan zijn kunstenaarschap.

Muziekcriticus en componist…

Foto: Willem van de Poll, 1953

Wanneer Lou Lichtveld als 18-jarige de wuivende palmen van Suriname achter zich laat en op slobkousen de Nederlandse winter binnenstapt, doet hij dat natuurlijk, zoals praktisch alle begaafde kinderen uit de betere milieus in de overzeese gebiedsdelen, om zich te bekwamen in een van de instellingen van hoger onderwijs die in de 'achterlijke' kolonie niet te vinden zijn. Helemaal onbekend is het land aan de Noordzee hem niet, want als tienerjongetje is hij er al geweest om er als oudste van een groot katholiek gezin de priesteropleiding te beginnen. Ziek van heimwee heeft hij dat verblijf afgebroken.

3
foto's

Zijn grootste wens bij zijn rentree in Nederland is om zich verder te ontwikkelen als musicus, daarmee de route voortzettend die hij met zijn eigen klassieke orkestje Orpheus in zijn geboorteland al had ingeslagen. Hij volgt muziekstudies, wordt organist, gaat al spoedig werken als muziekcriticus, bezoekt honderden concerten, eerst voor De Maasbode, later voor De Telegraaf. Hij zet zich ook zelf aan het componeren. Kwalitatief is het niet mis wat hij presteert: kamermuziekwerken, maar ook een pianoconcert, een oratorium en de muziek bij de baanbrekende filmdocumentaires van Joris Ivens: Regen in 1929 en Philips Radio in 1932.

Het zijn de eerste films waarin de muziek en het beeld helemaal synchroon lopen. Zijn intense bemoeienis met de film leidt tot een monografie: De geluidsfilm (1933), grafisch zo bijzonder vormgegeven door Piet Zwart dat die te zien is in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

… en nog zoveel meer

Literatuur - muziek - film. Maar er was nog zoveel méér in het lange leven van Helman, die in 1996 op 92-jarige leeftijd zou overlijden. Hij werkte als journalist voor de grootste kranten: De Telegraaf, NRC Handelsblad, De Groene Amsterdammer, Het Vrije Volk, Het Parool. Over zijn vele reizen over vijf continenten schreef hij uitvoerige reisverslagen. Hij verdiepte zich in de filosofie, de kosmologie, de antropologie, de wiskunde, de kookkunst (hij schreef samen met zijn vrouw drie kookboeken) en maakte serieuze studie van creooltalen en in het bijzonder het Sranantongo, de grote volkstaal van Suriname, en later ook van het Surinaams-Nederlands.

4
foto's

Voor dat taalkundige werk zou hij in 1962 een eredoctoraat krijgen aan de Universiteit van Amsterdam. In zijn laudatio zei promotor Anton Reichling dat Lichtveld met zijn taalpolitiek een goede taalontwikkeling had bevorderd:

‘Het Sranan in waardering en praktijk mede verheffend uit zijn staat van miskenning, hebt Gij daarbij, met wijze voorzichtigheid, het Nederlands als kostbaar instrument voor het kulturele leven in zijn ontwikkeling voor Uw volk bewaard. Gij hebt de betekenis van het Surinaams Nederlands ten volle begrepen en niet het elementaire onderwijs met een puristische schooldwang willen bezwaren.’

In de Surinaamse pers werd de zin over het Sranan - vandaag de trots van elke Surinamer die een beetje nationalistisch denkt - overigens niet aangehaald: Helman liep weer eens op de troepen vooruit.

Verzetsman en politicus

Hij woonde jarenlang nabij Barcelona en koos partij tegen Franco's fascisme in de Spaanse Burgeroorlog en hij zou er ook een uniek boek over publiceren: De sfinx van Spanje (1937), met onder meer een levendige reportage van een veldtocht tegen de franquisten.

In de Tweede Wereldoorlog was hij actief in het verzet tegen de Duitsers, hij schreef een brochure ter ondersteuning van gevluchte joden, verzetspoëzie en een geschiedenis van de Duitse geest onder het pseudoniem Friedrich Nietzsche met als titel Aldus sprak Zarathustra (1944)!

 

 

 

 

Na de bevrijding kreeg hij een plaats in het Nederlandse Noodparlement. Op 8 februari 1949 was hij aanklager in het ‘Boekentribunaal’ dat op initiatief van Van Buul’s Boekhandel in de Blauwe Zaal van het Beursgebouw in Rotterdam werd aangespannen tegen Anna Blaman en haar roman Eenzaam avontuur. Johan van der Woude was de verdediger. Jaap Buys die het tribunaal voorzat, complimenteerde Helman de volgende dag in een brief met ‘de manier waarop je je gisterenavond in je rol had ingeleefd’.

In 1949 werd Helman in zijn geboorteland minister van Onderwijs en Volksontwikkeling, later de eerste voorzitter van de Surinaamse Rekenkamer en in de jaren ‘60 diplomaat in de Verenigde Staten. Op 1 november 1963 las hij in de Verenigde Naties de rede voor waarin Nederland zich – als enige land in de wereld – verzette tegen de boycot van het apartheidsregime in Zuid-Afrika.

Men kan zich voorstellen hoe complex de positie van een kritisch denker uit een late kolonie van Nederland geweest moet zijn.

 

 

Een vreugdevoller taak binnen de VN was het om voor het oog van de wereld een nieuw land te begroeten: Surinames buurland Guyana dat in 1966 onafhankelijk werd.

 

 

Bevrijding van Suriname

Als in 1980 een militaire coup plaatsvindt in zijn geboorteland, vinden de democratische krachten hem aan hun zijde: nog op 84-jarige leeftijd doet hij pogingen om een leger op te zetten dat Suriname zal bevrijden van het regime-Bouterse en met de uitgave Blijf even staan! (1987) wordt geld ingezameld voor vluchtelingen, geld dat zoals later blijkt deels aan wapens voor Bouterses tegenstrever Ronnie Brunswijk en diens marronleger is besteed. Tot de laatste dagen van zijn leven bleef Helman de pen op papier zetten (schrijfmachine en pc gingen hem praktisch compleet voorbij). Zeven decennia schrijven leverde een imposante productie op, maar zelf vond hij als hoogbejaarde terugkijkend op zijn leven dat hij veel tijd verlummeld had.

Debuut als dichter

Toen Helman in 1922 in Nederland arriveerde, vond hij al snel aansluiting bij de progressieve katholieke jongeren die zich hadden verenigd in De Gemeenschap.

Van november 1925 tot en met 1931 maakte hij deel uit van de redactie van het tijdschrift, waarin overigens ook veel niet-katholieken publiceerden, als Hendrik Marsman en J.J. Slauerhoff. De Godfather van de groep rond het tijdschrift, Pieter van der Meer de Walcheren, nam ook de jonge Lou Lichtveld onder zijn hoede en deed hem - als tegenhanger van Engelman - het pseudoniem Helman aan de hand (een naam die Van der Meer aan een louche doktersfiguur uit zijn bundel Vergelding had ontleend).

2
foto's

Zijn studies in muziek en Nederlandse taal- en letterkunde liet Lou al gauw voor wat ze waren, om zich helemaal aan het schrijven te wijden. Onder zijn burgernaam Lodewijk Lichtveld verscheen in 1923 zijn debuutbundel, De glorende dag, poëzie die hij later zou verwerpen als al te schatplichtig aan Gezelle en laat-19de-eeuwse dichters als Hélène Swarth. Later zou het meeste van zijn literaire werk verschijnen onder de naam Albert Helman, maar hij gebruikte nog een vijftigtal (!) namen méér.

 

Helmans eerste boeken verschenen bij de uitgeverij die Albert Kuyle had opgezet, De Gemeenschap, maar vanaf De stille plantage verscheen het meeste van zijn fictionele proza bij Nijgh & Van Ditmar. Boos dat de laatste uitgeverij zijn werk verkwanselde, koos hij in 1990 voor In de Knipscheer.

 

 

Driedeling

Naar setting en verhaalfiguren kan Helmans fictionele proza opgedeeld worden in drie groepen. Ten eerste de boeken die hem ingegeven zijn door zijn land van herkomst en de positie van migrant als Mijn aap schreit, Zuid-Zuid-West, De stille plantage, De laaiende stilte, Hoofden van de Oayapok! en Verdwenen wereld. Vervolgens de verhalenbundels en romans met westerse hoofdpersonen, zoals Hart zonder land, Het euvel Gods, Serenitas, Waarom niet, De dolle dictator, Aansluiting gemist, Orkaan bij nacht, 's Mensen heen- en terugweg, De medeminnaars, Spokendans, Peis noch vree en De G.G. Van Tellus. Ten derde de romans die hem ingegeven zijn door zijn verblijf en frequente bezoeken aan Mexico: Het vergeten gezicht, De rancho der x mysteries, Afdaling in de vulkaan en Zusters van liefde, waarvan met name de tweede roman een groot succes kende en in tienduizenden exemplaren verspreid werd.

 

 

Thema’s

Deze driedeling kan overigens niet verhullen dat alle boeken van Helman in wezen zijn gebaseerd op hetzelfde gedachtegoed. Helman bezit een sterke intellectuele nieuwsgierigheid naar hoe de mens zich staande houdt in het krachtenveld van natuur en bovennatuur. Zijn werk wil getuigenis afleggen van de strijd voor het grootste mentale goed: de fysieke en intellectuele vrijheid en de verontwaardiging om het onrecht dat velen wordt aangedaan. Ten slotte gaat het Helman om de verlegging van grenzen en het doordringen in nieuwe geografische en creatieve domeinen. Deze drie nauw met elkaar samenhangende elementen zijn fundamenteel voor het vatten van Helmans rusteloze en veelzijdige activiteit: zij zijn bepalend geweest voor de thematiek van zijn werk en de telkens weer andere vormgeving daarvan. In zijn veelvormigheid wedijvert het werk van Helman met dat van Vestdijk.

 
 

Colofon

Tekst MICHIEL VAN KEMPEN

Deze tekst steunt in belangrijke mate op zijn biografie van Albert Helman, Rusteloos en overal (Haarlem: In de Knipscheer, 2016).

Redactie: Jef van Gool.