Remco Campert
De tijd duurt één mens lang
'60

Schrijven wil Remco Campert...

...en dat doet hij. Gedichten, verhalen, essays. Met name zijn proza wordt omarmd door het grote publiek. Enkele bekende titels zijn Het leven is vurrukkulluk en de verhalenbundel Alle dagen feest. De stijl van een scherp waarnemer die de ernst in een licht ironische toon weet te vatten, tekent zich nu definitief af.

De jaren 60:

Liefdes schijnbewegingen

1960

Voerde in de jaren 50 de poëzie de boventoon, de jaren 60 zijn de ‘prozaïsche’ jaren van Remco Campert.

 

In 1960 trouwt Remco Campert voor de derde keer, nu met Lucia van den Berg. Samen krijgen ze twee dochters: (E)Manuela wordt geboren in 1960 en haar zusje Cleo in 1963. Campert heeft nu een gezin te onderhouden en er moet brood op de plank komen. Voor geld vertaalt hij voor verschillende toneelgezelschappen stukken van Françoise Sagan, Georges Feydeau en Eugène Ionesco.

 

Maar hij schrijft ook eigen werk. In 1960 verschijnt Een ellendige nietsnut, en andere verhalen en een jaar later de roman Het leven is vurrukkulluk. Met name deze laatst is een groot succes. Hierin schetst hij een fraai tijdsbeeld met jonge kunstenaars en de liefde in de hoofdrol. Campert schrijft het in slechts zes weken! Hij heeft de wind in de zeilen.

‘Het leven is vurrukkulluk’, zei Panda.
‘Jaah ’, beademde Mees met een zucht. Hij had Panda het eerst gezien en aangesproken en mocht nu het dichtst naast haar lopen. Zo af en toe (sublieme elektrische momenten) raakte zijn hand haar heupwiegende heup. Daartoe moest hij zich enigszins bukken, want hij was lang, zij was klein.

1962

Een deel van de columns die hij tot dan toe heeft geschreven voor verschillende dag- en weekbladen bundelt Campert in 1962 in Het paard van ome Loeks. Deze pocket verschijnt niet bij zijn vaste uitgever, De Bezige Bij, maar in de reeks Zwarte Beertjes van uitgeverij Bruna.

Foto van het handschrift 'Oh,
dit zal een droevige dag zijn'
uit 'Dit gebeurde overal',
1962)

1963

In februari 1963 verschijnt de roman Liefdes schijnbewegingen, met als ondertitel ‘een leesboek’. Het speelt zich af in Amsterdam, in het begin van de jaren 60, nog voor provo en de democratiseringsbewegingen. Niettemin is het nog altijd verrassend actueel.

 

Campert: ‘Liefdes schijnbewegingen is in wezen helemaal geen vrolijk boek, het is alleen maar op een onderhoudende manier verteld. Een grap wordt niet geschuwd, maar het is een droevig boek.’

 

1964

Eind mei 1964 wordt Remco Campert het middelpunt van een rel. In de serie ‘Literaire ontmoetingen’ van de AVRO zal hij live zijn gedicht ‘Niet te geloven’ voorlezen. Althans dat is het plan. Ger Lugtenburg, de programmaleider staat er echter op dat in de regels “Alles zoop en naaide / heel Europa was één groot matras” het vierde woord weggelaten wordt. Of op z’n minst vervangen door een minder ‘aanstootgevend’ woord. Als de programmamakers, H.A. Gomperts en regisseur Hans Keller, daaraan geen gevolg wensen te geven, wordt de uitzending afgelast. Dit nieuws haalt de volgende dag alle kranten, waarvan er saillant genoeg slechts drie het gewraakte woord durven af te drukken.

1965

Voor de Boekenweek van 1965 wordt de korte film Een zondag op het eiland van de Grande Jatte gemaakt. De titel verwijst naar een beroemd schilderij van Georges Seurat. Campert is hierin één van de zeven ‘schrijvers op zoek naar hun publiek’. Aan het eind van dat jaar verschijnt zijn roman Het gangstermeisje, die in 1966 wordt verfilmd. Campert schrijft het scenario dat door Jan Blokker voltooid wordt.

 

Na een vliegende start nemen de jaren 60 voor Campert halverwege een zoekende wending. Van 1964 tot 1966 woont Campert met vrouw en kinderen in een groot huis in Antwerpen. Maar hij is weinig thuis. Innerlijke onrust drijft hem naar buiten:

 

Tussen mijn dertigste en mijn veertigste vluchtte ik continu het huis uit, ik kon mijn ei niet kwijt, ik kon niet vinden wat het was wat ik zocht, ik wist alleen dat het altijd ergens anders was. Steeds maar weer de straat op. Die onrust heeft me vaak van het werk gehouden.

 

In 1966 strandt ook het huwelijk met Lucia. Bij terugkomst in Amsterdam leert hij bij vrienden galeriehoudster Deborah Wolf kennen, met wie hij gaat samenwonen.

 

Ik heb mijn huwelijk afgeraffeld, zoals een kind in een schoolschrift zijn huiswerk afraffelt, omdat het met zijn vriendjes buiten wil gaan spelen’…‘Er is spijt omdat ik het met mijn kinderen ook niet zo goed heb gedaan. Je herhaalt wat je had moeten vermijden. Kennelijk is er geen ontkomen aan. Ik heb spijt dat ik het leven niet kan afdwingen.

 

1968

In maart 1968 verschijnt Tjeempie!, of Liesje in Luiletterland. Een sleutelroman met in de hoofdrol het naïeve schoolmeisje Liesje uit Wassenaar. Zij moet van haar leraar Nederlands moderne schrijvers interviewen. Haar moeder verzet zich tegen deze opdracht, omdat volgens haar alle schrijvers smeerlappen zijn die alleen maar aan seks denken. Liesje weet niet wat dat is en besluit het hun op de man af te vragen.

 

Tjeempie is geschreven ‘in eigen nieuwe spelling’, inclusief de naam van de auteur, Remko Kampurt. In tamelijk doorzichtige vermomming passeren enkele literaire grootheden de revue. Onder wie het Roofdier (Jan Cremer), de Moeizame Ploeteraar in de Wijngaard des Heren (Reve) en de Best Gekapte Schrijver van Nederland (Harry Mulisch). Campert zelf treedt op als een verlegen schrijver op een fiets.

 

Het publiek kan Camperts proza erg waarderen, maar de recensies zijn vaak niet mals. Kwalificaties als ‘schuimlicht’, ‘vederlicht’ en ‘niemendalletjes’ vallen. Overigens is dat voor hem nooit een reden geweest om de stijl aan te passen.

schuimlicht, vederlicht,
niemendalletjes

Campert: ‘Ik wil niet belast worden door recensies. Ik wil schrijven, al het andere zit me in de weg. Zij die de kans krijgen om met hun mening iets bij te dragen aan het métier kan ik wel waarderen. Maar met de verongelijkte toon van recensenten kan ik helemaal niets.’

 

In juni 1968 verschijnt het boekje Fabeltjes vertellen, dat tot stand komt in samenwerking met Camperts ex-vrouw Fritzi Harmsen van Beek die er de illustraties voor maakte. De reeks van negenentwintig fijnzinnige dierenfabels met een humoristische moraal heeft eerder in Elseviers Weekblad gestaan.

 

1969

 

Campert sluit de jaren 60 af met Hoe ik mijn verjaardag vierde. De verhalenbundel verschijnt in 1969 en bevat acht verhalen van verschillende lengte, over verjaardagen, huwelijken en echtscheidingen. Hoewel de onderwerpen niet bepaald vrolijk stemmend zijn, wordt de triestheid getemperd door de milde ironie waarmee de schrijver ze beschouwt. De bundel is tekenend voor Camperts proza uit deze periode.De zwaarte van het bestaan wordt lichter door de manier waarop hij die beschrijft. Bovendien wist hij in enkele van zijn romans de tijdgeest goed te vatten zonder dat ze gedateerd aandoen.