Eenzaam avontuur

Al was Eenzaam avontuur in 1948 in literaire kringen en soms ook daarbuiten het gesprek van de dag en al beleefde het boek in 2010 zijn veertigste druk, de eertijds spraakmakende roman is nu vrijwel vergeten.

Het verhaal van Eenzaam avontuur laat zich eenvoudig samenvatten. De intellectuele hoofdfiguur Bart Kosta is getrouwd met en in de ban van Alide, die hem echter verlaat voor een platvloerse kapper, William Peps genaamd. Hoewel Alide bij Peps intrekt, die weg is bij zijn vrouw, blijft zij contact zoeken met Kosta. Haar liefde voor haar echtgenoot lijkt onverminderd, ondanks de onweerstaanbare aantrekkingskracht die Peps op haar uitoefent.

Kosta wordt gekweld door een allesverterende jaloezie en probeert het mysterie te doorgronden dat Alide voor hem is, heen en weer als ze geslingerd wordt tussen de ‘geestelijke liefde’ voor de begaafde Kosta en de ‘heilige bronst’ van de plebejer Peps. Om greep te krijgen op de raadselachtige Alide zet hij zich aan het schrijven van een psychologisch detectiveverhaal. Dit verhaal is door de hele roman vervlochten en beschrijft de lotgevallen van detective King en de gifmengster Juliette; deze verhaalfiguren weerspiegelen Kosta en Alide en vallen allengs met hen samen.

Aan het eind van de roman verscheurt Kosta zijn manuscript van het detectiveverhaal en werpt de papiersnippers in het water. Hij roeit het meer over, springt aan de overkant de oever op en denkt: ‘Dit is de wereld, was ik er ooit eerder?’

De vier vriendinnen Berthe, Yolande, Hilda en Annie zijn bijfiguren en geven het eenzaam avontuur van de liefde c.q. van het leven extra reliëf, zoals ook de functie is van de overige intrigerende nevenfiguren. Iedereen in dit boek is alleen en verlangt niettemin naar werkelijk contact met de ander, die echter onbereikbaar blijft. Met het lesbische meisje Berthe geeft Blaman een portret van zichzelf als jonge vrouw: ‘Zij, Berthe, leefde nu eenmaal beneden het niveau van geconditioneerd fatsoensreflex. Zij, Berthe, moest dus ook een eigen en splinternieuw idealisme grondvesten en ook een opportunisme uitvinden in liefde en moraal.’

 

Mag de inhoud van Eenzaam avontuur in wezen simpel zijn, de vorm is geraffineerd. Er is de roman in de roman, waarvan de intriges uiteindelijk in elkaar overlopen, er zijn tal van verhaallijnen en -lijntjes en er is sprake van een bonte mengeling van het vertelperspectief. De roman is zowel realistisch als surrealistisch en het taalgebruik is afwisselend verheven, clichématig, plat en lyrisch. De lezer wordt geconfronteerd met zowel beeldende als essayistisch georiënteerde passages – de roman is zowel psychologisch als filosofisch van karakter. In feite reflecteert de roman door zijn ongrijpbare vorm en het taalgebruik in verschillende registers impliciet op de vraag die al in het begin van de roman expliciet gesteld wordt: ‘bestaat reëel de onderscheiding van schijn en wezen, van geheim leven achter het gepresenteerde waarneembare?’ Eenzaam avontuur is het verhaal van schijn en wezen, voortgestuwd door de almachtige kracht van Eros.