Willem Schürmann

(1876-1915)
Het tijdschrift Den Gulden Winckel noemde Willem Schürmann een artiest. Niet alleen vanwege zijn literaire werk, maar ook omdat hij ‘als mens artiest is en ondanks zijn betrachten van 't gewone, natuurlik en eenvoudige, is hij ongewoon, onnatuurlik en excentriek’. Materiële zorgen had hij niet zodat hij zich geheel kon wijden aan zijn kunst. Hij bezat – volgens zijn vrienden – een scherpe opmerkingsgave, veel mensenkennis en zin voor dramatisering die zich doen gelden in zijn romans en toneelwerk.
Vervaardigd ongedateerd
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 56 x 37 cm

Willem Schürmann

door Willem van den Berg (1886-1970)

Willem Schürmann werd ‘ons ontrukt in den bloei zijner jaren – juist hij, die voor de toekomst nog zooveel beloofde’, schrijft Den Gulden Winckel in 1915. Hij werd slechts 38 jaar. ‘Een borstkwaal, waarvoor hij tevergeefs genezing had gezocht aan de Riviera en in het Zwitsersche hoogland, vernietigde zijn leven,’ meldt Kritische Bijdragen over tooneel.

Hoewel Schürmann jong was, had hij toch al een hele staat van dienst. Hij had vooral naam gemaakt met zijn roman De Berkelmans. Zijn toneelstuk De Violiers uit 1911 werd geestdriftig opgevoerd en in de Rotterdamse schouwburgwereld was hij een bekende persoonlijkheid.

Schürmanns status blijkt ook uit het feit dat diverse kranten op 1 februari verslag deden van zijn begrafenis, die onder ‘zeer groote deelneming’ plaats had. De begrafenisstoet was indrukwekkend, onder de aanwezigen waren onder meer toneelschrijver Johan Fabricius en de bekende acteur Willem Royaards; Herman Heijermans echter ‘had geseind onverwachts verhinderd te zijn’. Johan de Meester, redacteur van Nieuwe Rotterdamse Courant waaraan Schürmann als toneelrecensent verboden was, sprak namens de kunstvrienden: ‘Vaarwel Schurmann. Je pittige persoonlijkheid, je geestig woord, je gevoeligheid – die je kenden, houden er geheugenis aan. En wat je werk betreft, arme kerel, wees gerust: de Berkelmans, je lievelingsboek, een monument ook voor je vader, men zal voortgaan het te lezen en Mark Violier blijft op de speelrol.’

Zou Willem van de Berg, de maker van dit portret, ook aanwezig zijn geweest? De twee kenden elkaar via de schilder Willem van Konijnenburg, die Schürmann weer kende via zijn broer Jules, een dichter, en wiens werk hij verzamelde. Van den Berg was een leerling van Van Konijnenburg en jarenlang diens rechterhand. Als directeur van en hoogleraar aan de Amsterdamse Rijksacademie voor Beeldende Kunsten, vanaf 1938, is hij van grote invloed geweest op tal van Nederlandse kunstenaars.