Victor Schiferli

(1967)

Lange tijd vooral dichter, en sinds 2012 ook romancier: Victor Schiferli is iemand die zich als schrijver gestaag ontwikkelt. Tevens is hij een spin in het Nederlandse literaire web; hij werkte voor enkele uitgeverijen, voor het Nederlands Letterenfonds en schrijft voor diverse kranten en literaire tijdschriften.

Vervaardigd 1991
Techniek Acryl op doek
Afmetingen 80 x 60 cm

Victor Schiferli

door Michiel Haijtink (1969)

In 2005 bracht het Literatuurmuseum Hollandse Nieuwe, een tentoonstelling over wat zich op dat moment afspeelde in de Nederlandse letteren, en dan vooral in de voorhoede. Jonge dichters dus, en aanstormende romanschrijvers. Onder de veertien literaire nieuwkomers die het museum presenteert, zijn Maria Barnas, Hafid Bouazza, Esther Gerritsen, Ilja Leonard Pfeijffer, Edward van de Vendel en Tommy Wieringa – en ook Victor Schiferli.

In 2002 was Schiferli als dichter gedebuteerd met Aan een open raam, dat werd genomineerd voor de C. Buddingh’ Prijs, en in het jaar van de expositie verscheen zijn tweede bundel Verdwenen obers. Dankzij de tentoonstelling Hollandse Nieuwe is dit portret in het Literatuurmuseum terechtgekomen. Het werd een kleine 15 jaar eerder gemaakt door Michiel Haijtink, die met Schiferli bevriend raakte tijdens hun studie Nederlands in Amsterdam. Ze woonden tegenover elkaar in De Pijp. Haijtink maakte indertijd portretten van verschillende studievrienden en werkte van foto’s. Schiferli kocht het portret in die periode en bezit ook andere tekeningen van hem, ‘heel treffend, dikke lijnen, veel ook in zwart-wit’. Hij herinnert zich van Haijtink dat die toen Amerikaanse boeken las, ‘Salinger, Bukowski en de toenmalige helden Jay McInerney en Bret Easton Ellis, die ik door hem leerde kennen’. Over zichzelf zegt Schiferli: ‘Ik “publiceerde” dichtbundels in eigen beheer, gewoon bij de copyrette met een ringband, en die verkocht ik dan voor een paar gulden op de faculteit. Ik herinner me de titels Krakende woudreuzen en De Weltschmerz voorbij. Ik deed in die jaren heel erg de stijl van Gerrit Komrij na.’