Serge van Duijnhoven

(1970)
Serge van Duijnhoven schreef niet alleen proza en poëzie, als frontman van het muzikale gezelschap Dichters Dansen Niet maakte hij ook diverse cd’s. Met rapper Def P en dichter/saxofonist Olaf Zwetsloot vormde hij het collectief De Sprooksprekers. Tijdens veel van zijn optredens combineert Van Duijnhoven poëzie, muziek en video- en computeranimaties tot bijzondere mengvormen.
Vervaardigd 2018
Techniek Acryl op doek
Afmetingen 100 x 80 cm

Serge van Duijnhoven

door Fredie Beckmans (1956)

Schrijver, dichter, historicus en journalist Serge van Duijnhoven was medeoprichter van het tijdboek MilleniuM en van 1995 tot 2001 correspondent in Sarajevo voor De Morgen en de Volkskrant. Zijn verhalenbundel Wij noemen het rozen (1999) is een persoonlijk tijdsdocument over zijn ervaringen in de Balkan, ‘het duistere hart Europa’.

In 1993 debuteerde Van Duijnhoven met Het paleis van de slaap, een bundel over het Amsterdamse nachtleven. Hij is altijd geïnteresseerd geweest in muziek en de partyscene, en deed studie naar de opkomst van de housecultuur, xtc en trance in de grote steden. Maar ondertussen houden ook geschiedenis en politiek hem bezig, en dat resulteert in een grote poëtische betrokkenheid.

De Muur van Berlijn werd met pikhouwelen kapot gehakt, het IJzeren Gordijn – dat de helft van Europa decennialang aan het zicht had onttrokken – werd omvergereden door families in volgepakte Trabantjes. Onwrikbare dictators werden als oude kranten aan de kant geschoven, scrofuleuze communistische regimes gaven een voor een de macht uit handen. Na de kille jaren van de Koude Oorlog werd het op het continent in één klap zomer.

In 1996 stonden Van Duijnhoven en Fredie Beckmans, maker van dit portret, samen in een special over de nieuwe lichting Nederlandse dichters. Pas daarna leerden ze elkaar echt kennen in een periode dat ze altijd de laatsten waren die uit het café rolden.

Beckmans: ‘De Griekse dichter Pindarus zou zijn geboren met honing op zijn lippen. Toen hij werd gestoken door een bij, besloot hij dichter te worden.’ Volgens Beckmans overkwam Van Duijnhoven hetzelfde, waarop zijn lippen veranderden in goud. ‘Je ziet hem daarvan nog huilen’. De door Beckmans geschilderde steenuil (athene noctua) gold in de Griekse oudheid als symbool van de wijsheid. ‘Ze is ook nog eens Serge’s lievelingsvogel.’