Sal Santen

(1915-1998)
Jullie is jodenvolk - Sal Santen heeft het zo vaak gehoord dat het de titel werd van zijn debuut, een boek met  herinneringen aan het vooroorlogse joodse leven in de Amsterdamse Jordaan. Salomon Santen kwam uit een arbeidersgezin, zijn hele familie werd vermoord in de Holocaust. Na de oorlog had hij het als fanatiek marxist niet gemakkelijk in Nederland.
Vervaardigd 1988
Techniek Gemengde technieken op papier
Afmetingen 48 x 36 cm

Sal Santen

door Frank Lodeizen (1931-2013)

Sal Santen was trotskist en sloot zich in de jaren dertig aan bij de links-revolutionaire beweging. Tijdens de oorlog had hij een rol in de totstandkoming van het Comité van Revolutionaire Marxisten en hij voerde de redactie over hun illegale blad. Hij ontkwam aan deportatie door zijn huwelijk met Bep Blaauw, die niet Joods was. Ze was de stiefdochter van verzetsheld Henk Sneevliet. Later, in 1971, zou Santen Sneevliet, rebel over hem schrijven. Zijn levensmotto ‘Dapper zijn omdat het goed is’ ontleende hij aan de afscheidsbrief van zijn schoonvader, die in 1942 gefusilleerd werd.

Na de Tweede Wereldoorlog werd Santen een van de leiders van de Vierde Internationale. In 1960 kreeg hij 15 maanden gevangenisstraf voor zijn steun aan de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd. Over zijn breuk met de trotskistische beweging schreef hij in 1974 Adiós Companeros. Santen was archivaris voor Het Parool en stenograaf voor De Arbeiderspers. Naarmate de politiek meer teleurstellingen opleverde, ging hij zich meer wijden aan de literatuur; zijn werk was sterk autobiografisch.

Frank Lodeizen is als wees uit de oorlog gekomen. Zijn moeder redde zijn leven, maar ze werd net als zijn vader in Sobibór vergast. Hij maakte na de oorlog deel uit van het Vijftigersmilieu en zou in de jaren tachtig portretten maken van bevriende schrijvers en dichters, ze werden tentoongesteld in het Amsterdamse literaire café Miller.