Renate Dorrestein

(1954-2018)
Verdrongen herinneringen, familiegeheimen, geestverschijningen en bloedstollende gewelddadigheid, of de dreiging daarvan. Het werk van Renate Dorrestein is te plaatsen in de traditie van de ‘gothic novel’, maar wel met een hedendaagse twist. ‘We hebben verhalen nodig om onze liefdes recht te doen, om onze doden te eren, om alle mysteries te ontrafelen die ons verwarren,’ zei ze ooit.
Vervaardigd 1967
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 52 x 42 cm

Renate Dorrestein

door Roos Nagtegaal-Bosnak 1922-2019

Een jeugdportret, vastberaden blik, getuite mond. Is het toeval, dat juist Renate Dorrestein met een portret uit haar kindertijd vertegenwoordigd is? Moederschap is een van de belangrijkste thema’s in haar werk, terwijl ze er bewust voor koos geen kinderen te krijgen.

Een van haar meest geliefde romans is Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor (2006). Er ligt een persoonlijke ervaring aan ten grondslag, zo vertelde Dorrestein ooit: ‘Mijn eigen moeder kreeg een herseninfarct. Het is een sterfgeval zonder begrafenis. Je hebt je moeder niet meer, maar je moet nog wel voor haar zorgen, met alle ellende en stress die de verzorging met zich meebrengt.’ Overigens kiest Dorrestein voor het nodige comic relief, zoals wel uit de titel blijkt. Het contrast tussen de zoon die geen kind meer is en de moeder die geen oude vrouw meer is, wordt scherp en met humor neergezet.

In 2017 verscheen de verzamelband De moeder de vrouw, met daarin naast bovengenoemde roman Ontaarde moeders (1992). De verzameling moeders en kinderen kan worden uitgebreid met De stiefmoeder, over een loyaliteitsconflict in een samengesteld gezin, met Een hart van steen over een moeder die ontspoort, en met haar romans met een hoofdrol voor kinderen uit disfunctionele gezinnen: de hartverscheurende Asa uit Een nacht om te vliegeren, Christine uit Verborgen gebreken, om er maar twee te noemen. Deze personages roepen een ander thema op: zijn kinderen wel zo goed af bij hun moeder (en vader) of kunnen ze soms wel een aanleunmoeder of tante gebruiken?