Remco Campert

(1929)

Remco Campert, zoon van de dichter Jan Campert en de actrice Joekie Broedelet,  is een ware meester in de lichtvoetigheid. Zijn heldere en verstaanbare poëzie is doortrokken van melancholie en een milde ironie. Zijn verhalen en romans hebben eenzelfde lichtheid – er valt veel te lachen, maar het leven is geen feest, zelfs al is het wel ‘vurrukkulluk’.

Vervaardigd 1956
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 129 x 102 cm

Remco Campert

door F. Harmsen van Beek (1929-2009)

‘Fritzi bewoog als een gedicht. Ze was poëzie.’ Remco Campert ontmoette dichteres, prozaschrijfster en illustratrice Fritzi (ten) Harmsen van (der) Beek tijdens het Boekenbal van 1956. Hij heeft dan al naam gemaakt als een van de Vijftigers, een groep jonge dichters, die de maatschappelijke orde hekelden, een bohemien-uitstraling hadden en het pure en ongerepte predikten.

Harmsen van Beek had op dat moment nog niets van haar eigenzinnige en authentieke oeuvre gepubliceerd, maar genoot faam als bewoonster van de ‘gekraakte’ Blaricumse villa Jagtlust. Met haar als stralend middelpunt was dit een ontmoetingsplaats geworden voor een bonte verzameling dichters, schrijvers, journalisten, acteurs, schilders. Campert stapte direct na het Boekenbal met haar op de bus naar het Gooi en ging niet meer weg. Op Jagtlust kwam hij terecht in een sfeer van drank, seks en verbrast fortuin. ‘Je stampte op de grond en het was feest,’ dichtte Campert ooit. 

Campert zorgde er in 1957 voor dat Harmsen van Beek met enkele gedichten debuteerde in het tijdschrift Tirade. December van dat jaar traden ze in het huwelijk. Campert moest en zou met haar trouwen, omdat hij ‘het onzinnige idee had dat ik haar daarmee zou behouden’, maar eigenlijk liep het al mis vanaf de eerste huwelijksdag. ‘Het was een woeste tijd op Jagtlust. Dagelijks woedden er feesten. Dat heeft het ook stukgemaakt.’ Het huwelijk werd in 1960 ontbonden. Sporen van Harmsen van Beek zijn te vinden in Camperts werk, zoals in Liefdes schijnbewegingen uit 1963 en het in 1968 verschenen Fabeltjes vertellen, waarvoor zijn inmiddels ex-vrouw de illustraties maakte.

Dit portret dat ze aan het begin van hun relatie van Campert maakte, hing jarenlang bij Camperts uitgeverij De Bezige Bij en later bij hem thuis.  
 

Vervaardigd 1993
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 64 x 64 cm

Remco Campert

door Jan Vanriet 1948

In 1993, als schilder en dichter Jan Vanriet hem portretteert, is Campert een gevestigde naam in letterenland. Hij heeft zijn sporen verdiend, de prestigieuze P.C. Hooftprijs al sinds 1976 op zak. Je zou denken dat hij het rustig aan kan doen. Niets is minder waar. In  de jaren negentig is Campert productiever dan ooit. Gedichten, columns, een tv-documentaire over de Vijftigers, novellen en romans – het lijkt soms alsof Campert de eeuwige jeugd heeft.

Bovendien trekt de van nature verlegen schrijver in deze periode samen met Jan Mulder, en aanvankelijk ook Bart Chabot, door het land met een avondvullend voorleesprogramma. Campert: ‘Die theateravonden waren voor mij een sensatie. Ze hebben me bevrijd uit de ketenen van schroom en verlegenheid. Het mooiste moment is uit de coulissen stappen en op het toneel gaan staan. Fantastisch gevoel, niet te beschrijven.’ Jan Mulder over de optredens met Campert: ‘Ik vond het altijd heerlijk als Remco naast me zat. Er broeit iets in hem – onzekerheid over het bestaan – en tegelijkertijd is hij de rust zelve.’

Van 1996 tot 2006 schrijven Campert en Mulder onder de naam CaMu in totaal 3.234 veelgelezen en -besproken columns voor de voorpagina van de Volkskrant. In 1999 maakt het duo samen het Boekenweekessay Familie-album.

Jan Vanriet maakte in 1993 niet alleen dit portret van Remco Campert, maar ook dat van Jan Mulder, in dezelfde stijl.