Peter Heringa

(1945-1987)
Heringa schreef onder een aantal pseudoniemen, onder andere H.G. Liebentrau en Peter Leberecht. Hij hoefde niet zo nodig op de voorgrond, zelfs de bewondering van Gerrit Komrij was geen reden om nu eens werk te maken van bundeling. Kleine, mooie boekjes in eigen beheer, enkele publicaties in Maatstaf: het was rechtvaardiging van het bestaan genoeg.
Vervaardigd zonder datering
Techniek Olieverf op paneel
Afmetingen 68 x 34 cm

Peter Heringa

door Madeleen Brinkman (1937-1986)

‘Professor Petertje’ kopt de Volkskrant op 3 november 1954. Peter Heringa is dan 8 jaar oud en geldt als wonderkind. ‘Onvoldoendes heeft hij nooit gekend.’ Volgens de krant is Peter ‘een eenvoudig en leuk joch. Misschien speelt hij wat minder met makkertjes op straat, maar dat is een gevolg van onblusbare leeswoede, die hem thuis houdt.’ Wat Peter later gaat worden, ligt nog volkomen in het verschiet, zo besluit het artikel.

Zes jaar later, rond 1961, begint Heringa met het schrijven en vertalen van gedichten. Toch is het pas in 1982 dat hij debuteert met de bundel Vrijstaat. Die verschijnt bij de bibliofiele pers Sub Signo Libelli, waar hij ook de meeste andere bundels publiceert. Daarnaast publiceert hij van 1982 tot kort voor zijn dood drieëntwintig gedichten in het tijdschrift Maatstaf. Heringa was ‘zo wars van reclame voor eigen werk’ dat hij ‘zich er niet toe kon brengen zijn werk aan een algemene lezerskring of aan de dagbladkritiek voor te leggen,’ aldus Paul van Capelleveen. Heringa leidde een teruggetrokken bestaan, gaf geen interviews, schreef geen opstellen en niet geen literair testament na. Wel liet hij honderden gedichten na, waarvan een selectie in 2001 werd uitgebracht onder de titel Voces Intimae.

Pas in 2005 bereikt hij een iets groter publiek, wanneer Gerrit Komrij in zijn ‘Sandwich-reeks’ een bloemlezing uit Heringa’s werk samenstelt onder de titel Quasi una romanza. Dat was ook al de titel geweest van een private press-uitgave die onder de naam H.G. Liebentrau werd gepubliceerd. Daarin stond een prent van schilder en beeldhouwster Madeleen Brinkman, die Heringa lang kende en van wie ook dit portret is. Ze gaf les aan de Vrije Academie en was getrouwd met dichter en journalist Johan Phaff. Een tekening van haar werd ook gebruikt als titelplaat van het bundeltje Arcanum uit 1986. De zeven gedichten vormden de aanzet tot een complete emblematabundel, die echter niet kon worden afgemaakt, aangezien Brinkman overleed. Anderhalf jaar later overleed ook Heringa.