P.A. de Génestet

(1829–1861)

Dominee of romanticus? De merkwaardige Peter Augustus de Génestet heeft iets van beiden in zich. Zijn leven verliep niet rimpelloos, zijn poëzie was dat vaak wel. Hij wordt niet oud, maar voor zijn poëzie is ook in deze eeuw nog belangstelling, wat te danken is aan de verrassend genuanceerde manier waarop hij over religie nadacht, en die het mogelijk maakte zo vrij te denken, dat hem wel eens een ‘zweem van romantiek’ werd aangewreven.

Vervaardigd zonder datering
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 73 x 60 cm

P.A. de Génestet

door Thérèse Schwartze (1851–1918)

P.A. de Génestet wordt tot de zogenaamde ‘dominee-dichters’ uit de negentiende eeuw gerekend. Maar anders dan de meeste dichtende dominees is hij kritisch en spreekt hij openlijk over de twijfel die hij af en toe ten opzichte van God voelt. Door zijn keuze voor alledaagse én actuele onderwerpen is zijn poëzie relatief toegankelijk en zijn heldere stijl en zijn milde spot trekken veel lezers. Hij is dan ook de best verkochte dichter in de tweede helft van de negentiende eeuw.

Maar zijn leven is allerminst vrolijk. Terwijl hij amper een kleuter is, sterft zijn vader en niet veel jaren daarna overlijdt zijn moeder aan tbc. Hij groeit op bij zijn oom, de bekende societyschilder J.A. Kruseman. Hij zit nog op de middelbare school als hij als dichter debuteert in de Nederlandsche Muzen-Almanak. In december 1851, hij is dan nog student, verschijnt zijn eerste bundel, Eerste gedichten. In 1852 wordt hij predikant en trouwt hij. Na het overlijden van zijn vrouw en jongste kind, beiden aan tbc, legt hij in 1859 zijn ambt neer. Niet alleen om voor zijn kinderen te kunnen zorgen, maar ook omdat hij meer en meer door geloofstwijfel wordt overvallen. In de bundel Leekedichtjens uit 1861 wordt veel van deze twijfel verwoord. Een tragisch romantisch leven dus, voor een dominee-dichter.

In 1861 overlijdt De Génestet zelf ook aan tbc. Hij is slechts 31 jaar oud. Conrad Busken Huet spreekt in 1862 bij de onthulling van het gedenkteken voor hem:

Onze vriend slaapt, hij is niet gestorven. Het voorjaarslied der nachtegalen zal hem niet wekken.

Het portret wordt toegeschreven aan de bekende Nederlandse portretschilder Thérèse Schwartze, die in 1889 met een zelfportret een gouden medaille won op de Internationale Tentoonstelling in Parijs.