Michael Tedja

(1971)
Michael Tedja is schrijver, dichter, beeldhouwer – zijn werk is meerstemmig, de aspecten lopen in elkaar over. Zijn poëzie wordt steeds enthousiaster ontvangen, en een werk van hem was te zien op de tentoonstelling met ‘de vijftig Nederlandse kernkunstwerken vanaf 1968’ van Museum De Fundatie.
Vervaardigd 2012-2020
Techniek Gemengde techniek op linnen
Afmetingen 140 x 180 cm

Zelfportret

door Michael Tedja (1971)

Net als dit schilderij is onderstaande tekst een zelfportret van Michael Tedja.

De romans en dichtbundels van Michael Tedja laten zien dat hij een grote woordenschat heeft en creatief is in het verzinnen van beelden, het leggen van verbanden, het vinden van spitsvondigheden en het poneren van ideeën. Tedja schildert ook. Wat zijn woordenschat betreft, die valt te verklaren omdat hij uit een gezin komt waar iedereen heeft gestudeerd. Zijn vader was therapeut, zijn moeder intern begeleidster op een middelbare school en zijn zusje begeleidde gedetineerden tijdens hun resocialisatie. Tedja wilde de maatschappij niet helpen zoals zijn ouders en zusje deden. Bijna alle Surinamers die de leeftijd van zijn ouders hadden, deden dat. Tedja wilde een elitaire positie innemen en een autonome plek creëren. In zijn romans en dichtbundels komt alles voorbij wat hem in al zijn werk bezighoudt, met een energie, woede, en een aan bezetenheid grenzende bevlogenheid die indrukwekkend is. Althans, dat hoort hij vaak genoeg. Zelf vindt hij dat woede en bezetenheid niet de pijlers zijn van het werk. Op pagina vijf van zijn roman Briljante man staat: ‘Dit is een fictief verhaal. Alle personages, gebeurtenissen en dialogen, met uitzondering van een incidentele verwijzing naar algemeen bekende personen, producten of instellingen, bestaan uitsluitend in de verbeelding van de auteur en zijn niet bedoeld om mensen, producten of diensten van welk bedrijf dan ook in diskrediet te brengen.’ Ooit vertelde hij mij dat hij tot op de komma nauwkeurig weet wat hij gedaan heeft als hij een boek de wereld in stuurt. Zelf zou ik woede vervangen door bevlogenheid en bezetenheid door nauwkeurigheid die grenst aan perfectionisme. De energie die daarmee gepaard gaat, is die van de liefde voor kunst en literatuur; een liefdevolle bevlogenheid met een perfectionistische inslag. De fascinatie voor het grote en het ontzag voor de diepte zijn tijdens het schrijven intens. Dat lijden heeft hij niet af en toe geleden. Het houdt jaren aan.