Meta van IJzer

(1934-2014)
De naam van Meta van IJzer zal bij weinigen een belletje doen rinkelen. Naast enkele bundels poëzie droeg ze af en toe een bespreking bij aan het tijdschrift Jeugd en Cultuur, publiceerde ze enkele gedichten in Kentering, Wending en Maatstaf, en organiseerde ze literaire soirees bij haar aan huis. Daar gaven onder meer Jan H. de Groot, Dolf Verroen en Arie van den Berg acte de présence. Ook was ze lid van de VVL en de PEN en was zeer actief in de Haagse Kunstkring.
Vervaardigd 1968
Techniek Verf op doek
Afmetingen 40 x 30 cm

Zelfportret

door Meta van IJzer (1934-2014)

Eind jaren vijftig treedt Meta van IJzer in dienst bij de Bataafse Internationale Petroleum Maatschappij in Den Haag. Na 10 jaar wordt ze bureauredacteur van het tijdschrift De Ingenieur. Deze baan blijkt een grote deceptie en april 1969 neemt zij ontslag. Daarna lukt het haar niet meer een betaalde functie te vinden. Na een lang slepende procedure wordt ze op psychische gronden arbeidsongeschikt verklaard.

Voor haar werk was ze verhuisd naar Den Haag, aanvankelijk naar de Javastraat, en eind jaren zestig neemt ze haar intrek in de Soendastraat 30A, een bescheiden benedenwoning. Zou ze hier dit zelfportret hebben gemaakt?

Een hoog opgelopen conflict met haar bovenburen leidt er in 1990 toe dat zij de voordeur van haar huis dichttrekt en er nooit meer terugkomt. Ze vindt onderdak bij een oudere dame, die ze verzorgt. Na het overlijden van deze dame gaat het geleidelijk bergafwaarts met Van IJzer. Een Haagse taxichauffeur die haar enkele malen ontheemd op straat aantreft, ontfermt zich over haar. Uit dankbaarheid benoemde ze hem per testament tot haar enige erfgenaam.

Bij een val in het huis, begin 2014, breekt Van IJzer haar heup, kort daarna overlijdt ze in een verpleeghuis. Onderdeel van de nalatenschap is haar huis in de Soendastraat waar ze ruim twintig jaar geen voet meer over de drempel heeft gezet. Het hangt vol webben, spinnen zijn er niet meer, die zijn van honger omgekomen. In geuren en kleuren vertelt de taxichauffeur dit verhaal aan de Algemeen Rijksarchivaris, wiens vaste rijder hij is. Die stelt het Literatuurmuseum op de hoogte en zo wordt voorkomen dat Van IJzers literaire nalatenschap in de vuilcontainer verdwijnt. In het museum is het archief nu beschikbaar voor onderzoek.

 

Vervaardigd ongedateerd
Techniek Verf op paneel
Afmetingen 50 x 40 cm

Zelfportret

door Meta van IJzer (1934-2014)

Al heel jong begint Meta van IJzer met het schrijven van gedichtjes en verhaaltjes. Het oudste dateert van 1942; toen was ze acht. Omstreeks 1961 maakt ze een keuze uit haar gedichten en bundelt die in een multomap, met illustraties van eigen hand. De oudste hebben eindrijm, maar na 1957 laat ze dat grotendeels los. Het lijkt erop dat ze deze keuze heeft voorgelegd aan de dichter Jan H. de Groot. In een brief van 16 december 1961 prijst hij in haar werk de onmiskenbare tekenen van een opmerkelijke poëtische zuiverheid.

In februari 1964 debuteert Van IJzer met het in een beperkte oplage verschenen dichtbundeltje spaar de grote klok. Geheel in de geest van de tijd werden kapitale letters gemeden. Een recensent van de Nieuwe Leidsche Courant schrijft: ‘Ik meen in Meta van IJzer een tamelijk sterk talent te zien. Al versta ik helaas niet alles (als criticus erkent men zijn grenzen).’ Het bundeltje is snel uitverkocht en in 1965 biedt ze het ter herdruk, eventueel aangevuld met enkele nieuwe gedichten, aan uitgeverij Querido aan. Daar gaat men niet op het voorstel in, maar ze willen wel een nieuwe bundel  overwegen. Het is echter bij De Beuk dat haar volgende bundels verschijnen, afgewisseld met kleine, bibliofiele uitgaven.