Maurits Dekker

(1896-1962)
Zoals wel vaker bij schrijvers: Maurits Dekker was iemand van twaalf ambachten, maar slechts één roeping: het schrijverschap. Maar om dat mogelijk te maken had hij tijdelijke banen, zoals magazijnbediende, stoker, elektricien, en hij had zelfs een tijdje (met kunstenaar Joep Vogtschmidt en de latere verzetsstrijder en politicus Frans Goedhart) een ‘waarzegbureau’. Maar dat werd door de autoriteiten toch als oplichterij beschouwd.
Vervaardigd 1941
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 69 x 81 cm

Maurits Dekker

door Meijer Bleekrode (1896-1943)

Met startkapitaal van familie was Maurits Dekker in de Amsterdamse Molukkenstraat rond 1925 zijn boekwinkel en leesbibliotheek Rana begonnen, waar het merendeel van zijn werk tot stand kwam. Hij was een geëngageerd schrijver die streed tegen maatschappelijk onrecht. Hij schreef romans en toneelstukken en liet een omvangrijk oeuvre na; Amsterdam bij gaslicht is een van zijn bekendste titels. In 1949 kreeg hij de kunstenaars-verzetsprijs, in 1955 de Marianne Philipsprijs.

Zijn eerste boek Doodenstad, Schetsen uit het gevangenisleven was in 1923 door de socialistische krant Het Volk in afleveringen gepubliceerd. Hij schreef hierin over zijn maanden in voorarrest wegens betrokkenheid bij een roofmoord op de Veluwe. Hij had een chloroformmasker en chloroform geleverd voor de inbraak in Garderen, waarbij de twee bewoonsters waren omgekomen. Dekker werd vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.

Graficus Meijer Bleekrode, schilder van dit portret, was een van Dekkers beste vrienden. Bleekrode was lange tijd politiek tekenaar en maakte de affiches voor de SDAP. In 1932 werd hij lid van de nieuw opgerichte linkse afsplitsing daarvan, de Onafhankelijke Socialistische Partij, en illustreerde voor partijblad De Fakkel, dat driemaal per week verscheen. In 1935 nam Bleekrode volledig afstand van de politiek en legde hij zich toe op het schilderen. Een groot aantal portretten kwam in zijn laatste levensjaren tot stand. Meijer Bleekrode en zijn vrouw zijn in 1943 vermoord in Sobibor.