Marten Toonder

(1912-2005)
Hij was zakenman én een getalenteerd kunstenaar, een fenomenaal tekenaar met ook nog een bijzonder literair talent. Zijn beroemde strips over Tom Poes en Ollie B. Bommel groeiden uit van sprookjesachtige verhaaltjes voor kinderen tot literaire verhalen met een volwassen thematiek, waarin Marten Toonder mens en maatschappij met humor en ironie een spiegel voorhield.
Vervaardigd 1996
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 60 x 50 cm

Marten Toonder

door Sylvia Willink (1944)

‘Mijn verhalen waren natuurlijk niet geënt op de werkelijkheid, daarom noem ik ze vaak de andere wereld. Die andere wereld was voor mij verschrikkelijk belangrijk.’ Schrijver en tekenaar Toonder typeert zichzelf als een romanticus. Hij hecht aan het waardevolle van het verleden en biedt door zijn verhalen en verzinsels een mogelijkheid om aan de reële wereld te ontstijgen. Het bekendst is hij van de avonturen van Tom Poes, ook wel de Bommelsaga genoemd. Van 1941 tot 1986 maakte hij 177 verhalen in de reeks, die in de krant verschenen en later werden gebundeld.

Toonder is hier afgebeeld als ‘een heer van stand’, zoals Ollie B. Bommel zou zeggen, met op de achtergrond in het landschap Bommelstein, het kasteel dat een belangrijke rol speelt in de Bommelsaga. Het portret werd gemaakt door Sylvia Willink, met wie hij bevriend was en die hem vaak bijstond in de laatste jaren van zijn leven. Eerder had ze beelden gemaakt van enkele van zijn geesteskinderen, onder wie Tom Poes, en in 1995 had ze op zijn verzoek zijn overleden broer Jan Gerhard geschilderd. Willink was schilderes en beeldhouwster. Tevens was ze de weduwe van Carel Willink, de magisch-realistische schilder die een meester was in donkere, mysterieuze ‘onheilszwangere’ luchten en woeste en ledige landschappen vol dreiging en gevaar. Het is duidelijk te zien dat ze door haar man geïnspireerd is.

Het decor past bij Toonder in wiens werk de natuur, vol dreigende bergtoppen, zwavelwolken, wiswassen en grijpgrage bomen, intimiderend aanwezig is. Het mysterieuze en soms sinistere landschap dat hij altijd al tekende, vindt hij tot zijn eigen verbazing terug in Ierland. Alsof hij thuis kwam, en daarom vestigde hij zich daar in 1964 dan ook. Een belangrijk deel van zijn werk is daar tot stand gekomen.

Vervaardigd 1995
Techniek Acryl op paneel
Afmetingen 40 x 40 cm

Marten Toonder

door Lia Laimböck (1965)

In 1995 vraagt Lia Laimbock aan Marten Toonder of ze hem mag schilderen. Ze heeft een interview met hem gezien, dat haar geboeid en ontroerd heeft. Hij hoeft niet te poseren, laat ze weten, ze heeft slechts wat foto’s nodig. Blijkbaar reageert Toonder positief, getuige dit portret, waarop de meesterverteller en taalvernieuwer te zien met een smelleke, een kleine roofvogel.

Het is kenmerkend voor Laimböcks werk; geportretteerden krijgen vaak gezelschap van een dier, meestal een vogel, tegen een decor van grafische elementen en fantasierijke details die soms wel doen denken aan het werk van Gustav Klimt. Dit wordt versterkt door haar gebruik van bladgoud.

Op een andere manier neemt ook in het werk van Toonder het dierenrijk een prominente plek in. Vrijwel alle personages uit zijn beroemde Bommelsaga zijn dieren. De avonturen van Ollie B. Bommel en Tom Poes kunnen worden beschouwd als maatschappijkritische fabels over de evolutie van de moderne wereld. Toonder beeldt een rustige, bedaagde wereld uit die wordt bedreigd door moderne economische en technische ontwikkelingen.

Toonder verpakt zijn maatschappijkritiek in subtiele humor. Daarbij bedient hij zich van een verfijnd en bijzonder taalgebruik, dat vaak is geïmiteerd en in literaire kringen zeer wordt gewaardeerd. Hij verrijkte de Nederlandse taal met nieuwe woorden (‘denkraam’, ‘minkukel’) en uitdrukkingen (‘Als je begrijpt wat ik bedoel’, ‘Een eenvoudige doch voedzame maaltijd’) die inmiddels gemeengoed zijn geworden. Als Jan Wolkers in 1989 de P.C. Hooft-prijs weigert, zegt hij dat deze prijs naar Toonder zou moeten: ‘Hij heeft onze taal zo verschrikkelijk verrijkt.’ Toonder heeft de prestigieuze prijs nooit gekregen. Wel wordt hij in 2004 door de lezers van het genootschap Onze Taal uitgeroepen tot één van de invloedrijkste taalvernieuwers.