Marko Fondse

(1932-1999)
Marko Fondse was het pseudoniem van Marinus Cornelis van Dijke, Fondse naar de achternaam van zijn moeder. Hoewel hij dichter en ook musicus was, was hij in eerste plaatsl vertaler,  voornamelijk uit het Russisch. In 1969 werd zijn werk bekroond met de Martinus Nijhoff Vertaalprijs. Hij zei toen in een interview: ‘Wat er in het Russisch gestaan heeft doet er niet toe. Het gaat erom wat er in het Nederlands van gemaakt is.’ Ook ontving Fondse de Kees Stipprijs voor light verse.
Vervaardigd 1978
Techniek Acryl op doek
Afmetingen 133 x 99 cm

Marko Fondse

door Ron Ekkelenkamp (1943-2017)

Volgens vertaler Peter Verstegen, met wie hij in 1980 het tijdschrift De Tweede Ronde oprichtte, was Marko Fondse een begaafde jongen uit een arm, sektarisch religieus milieu waarin hij nauwelijks met cultuur in aanraking kwam. Al op jonge leeftijd koos Fondse ervoor muzieklessen te nemen: piano en viool. Bovendien ‘verslond hij ook ieder boek dat hij in handen kreeg’. Tijdens een langdurige depressie eind jaren zeventig raadde een psychiater hem aan ‘te stoppen met zijn literaire werk en alleen nog aan muziek te doen’. Voorheen was hij een man geweest ‘die elke bouwvakker onder de tafel dronk, die exuberant feest kon vieren en dan de sirtaki danste’.

Lang tijd woonde Fondse in Athene en op het Griekse eiland Hydra. Schilder Ron Ekkelenkamp, die dit portret maakte, had net als Fondse een band met Griekenland: hij woonde en werkte op het eiland Sifnos. De twee kenden elkaar, Fondse noteert in zijn stuk ‘Krullen uit de werkplaats II’: ‘Antwerpen, ergens in 1967: Doorgezakt met Lode, de schilder Ron Ekkelenkamp en een bootwerkerstype Raymond genaamd, op z’n Aantwaarps de Mon.’ In 1980 draagt hij zijn gedicht ‘Humanae vitae’ aan Ron Ekkelenkamp op.

De 1 meter 95 lange dichter en vertaler staat hier gebruind en met een volle bos krullen afgebeeld met naast hem een geitenhoeder, blijkens een aantekening, hoewel er op het doek geen geit te bekennen valt. En of het een typisch Grieks landschap is? In 1984 zou Fondse zijn dichtbundel Herderstas uitbrengen, met gedichten die in de periode 1957-1983 verschenen in Maatstaf, Tirade en De Tweede Ronde. ‘Herderstas’ verwijst niet alleen naar de tas van een schaapsherder of geitenhoeder, maar is ook de naam van een plant met tasvormige witte bloempjes.