Marion Bloem

(1952)
‘Literatuur is mijn echtgenoot, film is mijn vriend, en de beeldende kunst mijn minnaar,’ schrijft Marion Bloem over zichzelf. Ze brak in 1983 door met haar romandebuut Geen gewoon Indisch meisje en de documentaire Het land van mijn ouders. In 2018 verscheen een boek over haar zuster: Een teken van leven.
Vervaardigd 2003
Techniek Acryl op doek
Afmetingen 121 x 100 cm

Zelfportret

door Marion Bloem (1952)

‘Schrijven is je eigen wereld creëren, de werkelijkheid vergeten en zorgen dat de wereld in je hoofd is zoals je wilt dat hij is, dat je door te fantaseren in de juiste stemming komt. Ik ben opgegroeid met verhalen, met vertellers,’ zegt Marion Bloem, dochter van Nederlands-Indische ouders die in 1950 na de Indonesische onafhankelijkheid naar Nederland waren gevlucht.

In haar werk is het leven en lot van Indische Nederlanders voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog een belangrijk onderwerp. Ze baseert zich op verhalen uit haar eigen familiegeschiedenis. Geen gewoon Indisch meisje uit 1983 wordt wel gezien als startpunt van de Indische literatuur van de tweede generatie, het in 2016 verschenen Haar goede hand is te lezen als een vervolg. Deze roman gaat over een complexe maar innige relatie moeder-dochterrelatie, waarmee Bloem haar eigen moeder Melanie als uitgangspunt nam. De moeder heeft nu ze oud is steeds meer zorg nodig, maar is door haar moeilijke jeugd, haar jappenkampverleden en de revolutietijd hard geworden voor zichzelf en daarmee ook voor anderen.

Naast schrijver is Bloem ook filmmaker en beeldend kunstenaar. Ze maakte (korte) speelfilms – won zelfs een Cinekid Award – en documentaires en exposeert regelmatig met haar kleurige, expressieve schilderijen. In 2003, het jaar van dit zelfportret, verscheen bij haar autobiografische, fragmentarische bundel Thuis met dagboekteksten, verhalen, foto's van haar reizen en tekeningen en schilderijen. In haar tekeningen verwerkt ze vaak ook teksten: korte gedachten, zinsneden, soms zijn het zelfs bijna beeldverhalen. Dit zelfportret is voorzien van het korte gedicht: ‘Hij heeft mijn portret allang geschilderd en de verf is op’. Toen haar naar de betekenis van de tekst werd gevraagd, was het antwoord: ‘Ik leg mijn gedichten nooit uit’.