Louis Ferron

(1942-2005)
‘Het gekke was dus dat je in je proza meer de dichter was die je altijd had willen worden dan in je poëzie,’ schrijft Louis Ferron rond 2011 in een brief aan zijn jongere zelf in literair tijdschrift Bunker Hill. ‘Je bent me, al schrijvende, steeds nader gekomen.’ Hij schreef gedurende zijn leven ruim vijftig romans – veel minder dichtbundels. Daarvoor was hij zijn jongere zelf blijkbaar verantwoording schuldig.
Vervaardigd 2001
Techniek Olieverf op paneel
Afmetingen 54 x 90 cm

Louis Ferron

door Maarten Welbergen (1956)

Voor het schilderen van dit portret kende Maarten Welbergen Louis Ferron niet, behalve dan uit zijn boeken.

Ferron was in de jaren zestig gedebuteerd als dichter, maar zou vooral naam maken als romanschrijver. Zijn debuutroman Gekkenschemer verscheen in 1974. Met Het stierenoffer en De keisnijder van Fichtenwald vormt deze de Duitse, of Teutoonse, trilogie, over het opkomend fascisme en de geweldsdictatuur van Adolf Hitler. Zijn fascinatie voor de Duitse geschiedenis en de worsteling met zijn afkomst – Ferron was de zoon van een gesneuvelde Duitse soldaat – bepalen zijn werk. Ferron verklaarde beïnvloed te zijn door Nietzsche, Freud, Louis-Ferdinand Céline en Thomas Bernhard.

Welbergen maakte in opdracht van de Portrettenwinkel in Haarlem dit portret. Welbergen koos Ferron als onderwerp vanwege zijn intellect én zijn intrigerende gezicht. Ferron kwam viermaal naar Welbergens atelier om te poseren en dat waren geanimeerde sessies waarbij schilder en schrijver met elkaar over de literatuur en beeldende kunst spraken.

Bij de derde sessie verscheen Ferron  plotseling zonder zijn lange grijze lokken, en een vrijwel kaal geschoren hoofd. Toen hij in het atelier binnenkwam, zei hij enigszins besmuikt dat het nodig was en hij vroeg vervolgens en met een twinkeling in zijn ogen wat Welbergen nu zou gaan doen. Gelukkig had de schilder, zoals hij altijd van tevoren doet, een gedetailleerde voorstudie getekend, waardoor we hier Ferron gewoon met zijn lange manen zien.