Leni Saris

(1915-1999)
Ze was geliefder bij lezers dan bij critici: Leni Sari, bestsellerauteur, met voornamelijk meisjes- en familieromans vol romantiek en met happy endings op haar naam. Saris sprak liever van ‘goede ontspanningsromans' of 'ontspanningromans met een ondergrond’. Haar leven lang schreef zij over de liefde, zelf trouwde ze nooit: ‘Ik heb alle mannen afgewezen omdat ik in geen van allen de ware zag’.
Vervaardigd ongedateerd
Techniek Foto op linnen
Afmetingen 50 x 40 cm

Leni Saris

door onbekende

Bij Leni Saris stond de teller op 9 december 1999 uiteindelijk stil bij 110 titels en acht miljoen verkochte exemplaren: een unicum in Nederland. Ze was schrijfster van meisjesboeken – of beter: serieuze ontspanningslectuur –, maar schreef ook een toneelstuk over het notariaat. Ze was van 1938 tot 1971 voltijds (!) secretaresse bij een Rotterdams notariskantoor en schreef dus in haar vrije tijd. Literaire erkenning kreeg ze nooit. Dat stak soms, maar bij haar honderdduizenden lezeressen vond haar werk enorme weerklank. ‘Waarom ben je minder als je geen literatuur schrijft?’ vroeg ze zich af. ‘Ik krijg stapels brieven. Sommige fans schrijven jaren achtereen’.
Begin 2000 kreeg het Literatuurmuseum van Saris’ uitgeverij Westfriesland in Hoorn de vraag of het belangstelling hadden voor haar literaire archief. Of liever: met de mededeling dat het museum daar waarschijnlijk géén belangstelling voor zouden hebben. Toenmalig directeur Anton Korteweg liet echter weten dat het museum weldegelijk belangstelling had en zo komt het dat Literatuurmuseum niet alleen het typoscript van haar notariële toneelstuk – dat ongetwijfeld goed afloopt – bezit, vele manuscripten, talloze plakboeken en fanmail, maar ook dit op linnen gedrukte portret van Saris.

Ze zal tegen de zeventig zijn, met twee dwergpoedeltjes, voorzien van roze strik, op schoot. Aan neerlandica Erica van Boven, die over haar een stukje schreef in het Biografisch Woordenboek van Nederland, kunnen we ontlenen, dat de kleine hondjes en angorapoezen die haar de laatste kwart eeuw na het overlijden van haar moeder gezelschap hielden, de namen droegen van haar romanfiguren. Ze kunnen dus Chiara geheten hebben – de titel van haar honderdste boek -, Kyra of Elodie. En als het mannetjes waren Joscha of Berno.