Karin Amatmoekrim

(1976)

Karin Amatmoekrim schreef romans over haar school, haar familie en over Anton de Kom. Ze schrijft non-fictie over Anil Ramdas en over Suriname. En tussen de bedrijven door mocht ze een bijzondere editie maken van Suske en Wiske, een verhaal dat werd getekend door Hanco Kolk. Nooit eerder kwamen Suske en Wiske de spin Anansi tegen.

Vervaardigd 2018
Techniek Acryl op doek
Afmetingen 30 x 30 cm

Karin Amatmoekrim

door Brian Elstak (1980)

‘Als schrijvers worden we vaak in een exotisch hoekje gezet,’ aldus Karin Amatmoekrim in haar dankwoord toen ze de eerste Black Magic Woman Literatuurprijs in ontvangst nam voor haar roman Titus. Toch is het goed dat de prijs bestaat want dit soort institutionele erkenning is er voor migrantenvrouwen veel minder. Titus is gesitueerd zich af in Europa en de  VS, maar Suriname, waar ze tot 1981 woonde, speelt ook een belangrijke rol in haar werk.

Wanneer wij samen zijn is gebaseerd op haar eigen familiegeschiedenis en beschrijft drie generaties in een Javaans-Surinaamse familie, de roman De man van veel vertelt het levensverhaal van de Surinaamse schrijver Anton de Kom en Het gym is een roman over een Surinaams meisje op een wit gymnasium, waarin ze de multiculturele kramp van Nederland scherp treft.

Suriname speelt ook een rol in het kinderboek dat ze schreef samen met beeldend kunstenaar Brian Elstak, die ze al jaren kent. Tori uit 2017 ontstaat als Elstak tijdens het voorlezen aan zijn kinderen concludeert dat er te weinig kinderboeken zijn met zwarte hoofdpersonen. Daar wilde hij verandering in brengen. Amatmoekrim:

Ik denk niet dat we bewust representaties missen, maar kinderen worden wel beperkt in hun voorstelling van wat ze zelf zouden kunnen zijn. Er zijn onvermijdelijk gevolgen verbonden aan een beperkte vorm van representatie.

Ook toen Elstak in 2018 de Nationale Schrijversgalerij van het Literatuurmuseum bezocht, miste hij de culturele diversiteit. Dit resulteerde in een krachtig en kleurrijk zelfportret, een portret van Esther Duysker en dit van Karin Amatmoekrim.