J.P. Hasebroek

(1812-1896)
Johannes Petrus Hasebroek had het niet van een vreemde: zijn grootouders van moederszijde waren de dichters J.P. Kleyn en Antoinette Ockerse, zijn zus de romanschrijfster Editha. Zelf behoort hij tot de stroming van de dominee-dichters, schrijvers van sterk moralistische, stichtelijke poëzie.
Vervaardigd 1847
Techniek Olieverf op paneel
Afmetingen 33,5 x 25,5 cm

J.P. Hasebroek

door Louis Chantal (1822-1899)

‘Rijmelaars als ik moesten hun tijd van uitscheiden beter weten te kiezen dan die van te beginnen, die nooit had moeten aanbreken’,  schreef J.P. Hasebroek in 1838, twee jaar na de verschijning van zijn eerste publicatie in boekvorm, Poëzij. En hoewel bundel vol romantische gedichten goed was ontvangen, zelfs tweemaal werd herdrukt, zou uit zijn latere bundels blijken dat hij poëzie veel meer beschouwde als een aanvulling op en versiering van zijn pastorale werkzaamheden. Zoals Anton Korteweg het formuleerde: de ‘dwepende geestdrift voor de Kunst’ zou bij Hasebroek steeds meer plaats maken voor de alles overheersende leefregel ‘God te dienen is het al!’

In het jaar dat zijn eerste bundel verscheen, was Hasebroek begonnen als predikant in het ‘witte kerkje’ van Heiloo. Hij zou daar de spil vormen van de literaire Kring van Heiloo, met schrijvers als Nicolaas Beets en Bakhuyzen van den Brink. In 1837 werd hij medewerker van algemeen cultureel en literair tijdschrift De Gids, onder de redactie van E.J. Potgieter, die een goede vriend werd. Potgieter stimuleerde hem ook om korte verhalen te schrijven, zo verschenen in 1840 onder de titel Waarheid en Droomen een zeer succesvol boek, waaruit een warm religieus gevoel sprak. Later was Hasebroek dominee in Breda, Middelburg en vanaf 1851 in Amsterdam.

Jean Adelin Louis Chantal schilderde dit portret in 1847, toen Hasebroek werkzaam was in Breda en net zijn Leerredenen had uitgebracht, een verzameling van twaalf preken. Bijbelse verhalen, zoals de geschiedenis van de opwekking van Lazarus, zijn hierin beeldend te vertellen verteld en in een gevoelvolle en levendige stijl geschreven, aldus Bram Vroon. ‘De preken van Hasebroek waren geen starre dogmatische verhandelingen, maar kunnen eerder gekarakteriseerd worden als evangelisch en pastoraal van toon.’