Johan Polak

(1928-1992)

‘Ik ben joods, ik ben rijk en zo lelijk als een paard,’ aldus boekhandelaar, uitgever, essayist en mecenas Johan Bertus Wouter Polak, die op zijn dertigste miljonair werd door de verkoop van het familiebedrijf. Daarbij was hij ook homoseksueel – hij zette zich in voor het COC –, zelf noemde hij zich ‘biblioseksueel’. Zijn uitgeverij bracht het werk van auteurs uit de klassieke oudheid en de gedichten van P.C. Boutens en Leopold. De Amsterdamse boekhandel Athenaeum aan het Spui werd door hem opgericht.

Vervaardigd 1938
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 46 x 57 cm

Johan en Rob Polak

door Engelien Reitsma-Valença (1889-1981)

Kunstenares Engelien Reitsma-Valença maakte dit portret van de broers Polak waarschijnlijk in opdracht. Of zij een bekende was van de familie, valt niet te achterhalen. Ze noteerde hun leeftijden op het doek, Johan Polak is 9 en zijn broer Rob 12. Johan zou uitgever en boekhandelaar worden, Rob farmacoloog, hij schilderde en tekende al vanaf zijn twaalfde – en sinds 1985 fulltime.

Toen dit portret werd gemaakt, bezochten de broers in Amsterdam-Zuid de pas opgerichte Eerste Openluchtschool voor het Gezonde Kind. In de biografie J.W.B.P. Het leven van Johan Polak van Koen Hilberdink komt Rob Polak aan het woord over hun jeugd. Beide broers zijn geïnteresseerd in verhalen, Rob vertelde Johan voor het slapengaan ‘sprookjes met tovenaars, kabouters, elfjes, feeën en heksen’. In de klas vertelde hij ze na ‘en wist er vaak een griezelige noot aan toe te voegen. Daarover klaagden dan weer de ouders van zijn klasgenoten, die ’s avonds door de levendige vertelkunst van Johan geen oog meer dichtdeden.’

Toon Möller schrijft in De Parelduiker dat Johan altijd bij zijn moeder en broer was. ‘Buitenspelen was er niet bij, daar waren de twee jongens te veel huismus voor.’ De dood van hun vader in 1940 en de Tweede Wereldoorlog maakten een einde aan hun onbezorgde jeugd. Het joodse gezin werd in 1943 naar Westerbork afgevoerd, maar wist door een zaakwaarnemer vrij te komen. Daarna zaten moeder Sara en Johan samen ondergedoken, Rob apart. Toen de broers elkaar na de oorlog terugzagen, schrok Rob, vertelde hij aan biograaf Hilberdink. Johan was ‘van een jongetje van veertien veranderd in een grote man met een langwerpig gezicht, een sonore basstem en grote handen. (…) Toch was Johan op dat moment nog maar zestien jaar oud.’