J.K. Rensburg

(1870-1943)

‘Evenmin als zijn nagedachtenis is zijn levenspad over rozen gegaan’, schrijft Jaap Meijer in 1981 over dichter en romanschrijver, tevens vertaler Jacques Karel Rensburg. Vanwege zijn naïef utopisme werd hij ook wel ‘de joodse graalzoeker’ genoemd. Zijn tijdgenoten namen hem nauwelijks serieus, in literatuurgeschiedenissen wordt hij nauwelijks genoemd. Aan zijn armoedig en non-conformistisch leven komt een eind als hij in 1943 in Sobibor wordt vergast.

Vervaardigd ongedateerd
Techniek Krijt
Afmetingen 61 x 51 cm

J.K. Rensburg

door Frans Hogerwaard (1882-1921)

Schilder/tekenaar/graveur Frans Hogerwaard studeert eerst cello, en bezoekt vervolgens de School voor Kunst en Kunstnijverheid in Haarlem en aansluitend de Rijksacademie in Amsterdam. Als hij in 1910 de Prix de Rome wint, verblijft hij langere tijd in Rome, Florence, Venetië, Spanje, Algiers en Parijs. Na terugkeer vestigt hij zich in Den Haag waar hij in 1921, slechts 39 jaar oud, overlijdt. Hij wordt impressionistisch genoemd, ook klinken invloeden van de Art Nouveau door in zijn werk.

‘Maar gesprekken voeren, boomen opzetten over kunst, zich uiten in eene aaneenschakeling van zinnen, was voor hem, die zelden of nooit iets las van werkelijk litteraire waarde, absoluut overbodige tijds verspilling’, schrijft kunstschilder Ed Geerdes in 1929 in Elseviers Geïllustreerd Maandblad over Hogerwaard. ‘Op een ondoordacht moment had iemand hem eens een bundel moderne gedichten aangeboden, die ik steeds, gezamenlijk met de Dantevertaling van Rensburg, op den grond van zijn atelier vond liggen. Op mijn vraag, of hij geen andere plaats had voor deze werken wees hij alleen op zijn grootste schildersezel en antwoordde: “Die wiebelt altijd zoo en ze passen er precies onder”’.

Toch moet Hogerwaard waardering gehad hebben voor J.K. Rensberg, ‘Rens’ voor intimi. Hij voorziet dit ongedateerde portret van de tekst: ‘Hulde den poët’ en ondertekent het met de woorden: ‘Groot van geest / Klein van leest / aan Rens van Fr. Hoogerwaard’.

De opdracht zal Rensburg vast goed hebben gedaan. Hij vindt zichzelf een geniaal schrijver, filosoof en taalwetenschapper, en droomt, volgens zijn biograaf Jaap Meijer, van erkenning. Maar met zijn wereldvreemde religieus-theoretische ideeën vallen zijn het spot en hoon die hem ten deel. Daar kon een bundel Japanze verzen geen verandering in aanbrengen.