Jacob Winkler Prins

(1849-1904)

Jacob Winkler Prins was naast kunstschilder ook prozaschrijver en dichter. Geïnspireerd door de Engelse dichter Percy Shelley schreef hij realistische natuurpoëzie. Willem Kloos prees zijn beeldend vermogen, volgens hem deden zijn gedichten aan aquarellen denken.

Vervaardigd 1895
Techniek Olieverf op paneel
Afmetingen 30 x 20,5 cm

Zelfportret

door Jacob Winkler Prins (1849-1904)

Jacob Winkler Prins, die in zijn vroege werk  het pseudoniem Kaspar Brandt gebruikte, is de zoon van Anthony Winkler Prins, de samensteller van de beroemde encyclopedie. Hij behoorde niet tot de hechte kring van de Tachtigers maar werd wel door hen gewaardeerd. Voorman Willem Kloos noemde hem een groot muzikaal talent. Winkler Prins was volgens hem geen ‘hartstochtelijke natuur’ maar een ‘fijne, heldere ziel’, die hem aan Jacques Perk deed denken, ‘en met een weemoed, die zich dikwijls concentreert tot innigheid’. Zelf typeerde Jacob Winkler Prins zijn poëzie als natuursymboliek. Willem Frederik Hermans ontleende zijn romantitel Uit talloos veel miljoenen uit 1981 aan Winkler Prins’ bekendste dichtregel: ‘Niets wordt er, niets, uit talloos veel miljoenen.’

Hij was een verdienstelijk amateurschilder en ook hierin toont hij zich modern: dit zelfportret is in losse streken neergezet. Hij brak zijn studie klassieke talen af om in Parijs maandenlang te schilderen, daarna ging hij langere tijd naar Londen en werd leraar op een kostschool in Derbyshire. Eenmaal terug trouwde hij en woonde en werkte hij zo’n 25 jaar in Lieren bij Beekbergen, in hun buitenhuis ‘Idylle’. Hij schilderde veel op de Veluwe en hield zich uit liefhebberij bezig met heideontginning om bloemen en planten te kweken.

In 1904 was hij in St. Louis in de Verenigde Staten, om verslag te doen van de Wereldtentoonstelling. Op de terugtocht op het stoomschip de Saint Andrew zou hij slaags zijn geraakt met een stokersknecht en overleden zijn aan de gevolgen van dit gevecht. Deze toedracht is nooit bevestigd omdat het scheepsjournaal spoorloos was. Wel staat vast dat hij zijn zeemansgraf kreeg in de Keltische Zee, op 50 graden Noorderbreedte en 8 graden Westerlengte.