J. Greshoff

(1888-1971)
Een ‘soort literaire goeroe’, noemde de Belgische uitgeefster Angèle Manteau hem. ‘Als een magneet trok hij geestverwanten en collegae-schrijvers naar zich toe.’ Jan Greshoff begon als dichter, maar zou vooral bekend worden als ontdekker en promotor van literair talent. Hij was kunstcriticus, recensent, journalist, tijdschriftredacteur, bloemlezer en uitgever, en bevriend met talloze auteurs en kunstenaars van zijn generatie – onder wie J.C. Bloem, A. Roland Holst, Menno ter Braak en Willem Elsschot.
Vervaardigd jaren vijftig
Techniek Olieverf op board
Afmetingen 80 x 63 cm

J. Greshoff

door Conrad Kickert (1882-1965)

Na zijn succesvolle almanakkenserie Het jaar der dichters (1910-1914) en uiteenlopend journalistiek werk begint J. Greshoff in 1916 als redacteur Kunst & Letteren bij De Telegraaf. Hij heeft de baan te danken aan zijn goede vriend A. Roland Holst. Aanvankelijk schrijft hij over buitenlandse literatuur, maar als een conservatievere collega zijn baan moet opgeven wegens ziekte breidt zijn werkterrein zich uit naar de beeldende kunst. Hij wil de ‘zoo lang misleide lezers van een groot dagblad’ laten kennismaken met de avant-garde, waartoe aanvankelijk ook Conrad Kickert, de maker van dit portret, behoort.

Zelf schrijft Kickert in die jaren ook kunstkritieken, voor De Telegraaf en andere dagbladen. Kickert en Greshoff waren hun leven lang bevriend, en Greshoff kocht meerdere werken van hem. Met zijn vrouw zocht hij Kickert steevast in Parijs op, wanneer ze in Europa waren. Dat maakt het ook mogelijk dat Greshoff in de jaren vijftig voor dit portret heeft geposeerd.

Kickert had zich in 1909 in Parijs gevestigd, toen het fauvisme en kubisme in opkomst waren. Hij wilde ook ‘de Hollandse kunst wakker schudden’ en richtte in 1910 met Mondriaan, Jan Toorop en Jan Sluijters de Moderne Kunstkring op. De Eerste Wereldoorlog bracht hij door in het onafhankelijke Nederland. Hij organiseerde exposities in het Stedelijk Museum en bood de Galerie d'art français onderdak in zijn bel-etage aan de Prinsengracht.

Kickert introduceerde via exposities en kritieken veel moderne Franse kunst in Nederland en schonk een collectie Franse meesters aan het Haagse Kunstmuseum. In Parijs zou hij bekend komen te staan als Maître Conrad, hij had er sinds 1930 een schilderschool met internationale leerlingen. In 1952 werd hij in Frankrijk benoemd tot officier in de orde van het Legioen van Eer.

Vervaardigd 1929
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 73 x 70

J. Greshoff

door Willem Paerels (1878-1962)

‘Eeen zeldzaam tonalist en van heel zijne generatie heel zeker de fijnste aanvoeler van kleur’, zo omschreef Karel van de Woestijne in 1927 in de Nieuwe Rotterdamsche Courant Willem Paerels, de maker van dit portret. De schilder portretteerde J. Greshoff in Brussel, waar ze toen beiden woonden. Hun vriendschap dateert al van 1914. Greshoff was een groot bewonderaar van Paerels’ werk en schreef geregeld over hem. Zo stelde hij: ‘In De Journalist hebben, dunkt mij, gelaat en handen een maximum van uitdrukkingskracht gekregen. De dubbele functie van nadenken en op-papier-stellen is voortreffelijk en voorbeeldig in beeld gebracht.’ Hij vermeldde er dan weer niet bij dat hijzelf de geportretteerde is.

In december 1938 organiseerde Greshoff een overzichtstentoonstelling voor Paerels in het Stedelijk Museum in Amsterdam; de catalogus bekostigde hij zelf. Het was vlak voor Greshoff met zijn gezin naar Zuid-Afrika emigreerde, onder de dreiging van de Tweede Wereldoorlog. Het plan was om enige jaren weg te gaan, maar ze zouden – met een tussenperiode van drie jaar in New York – in Kaapstad blijven wonen. Wel maakt Greshoff nog Europese reizen en zal hij Nederland geregeld bezoeken. Groot is de teleurstelling als het hem niet meer lukt met Paerels in contact te komen: ‘ik zag hem het laatst in 1947. Ik heb hem daarna nog een keer getracht op te zoeken, maar hij was niet thuis.’ Greshoff vroeg Paerels hem te bellen om een afspraak te maken, dit gebeurde niet, zijn brieven bleven onbeantwoord. ‘Het was één van die dingen welke mij immer het meest hinderde in mijn leven, dat er gelukkig niet rijk aan was: dat iemand met wie ik tientallen jaren lang als broeder verkeerd heb, zonder enige naspeurbare reden en zo plotseling als mogelijk is, mij gelijk een stuk vuil laat vallen.’

Vervaardigd 1954
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 89 x 76 cm

J. Greshoff

door Waalko Dingemans (1912-1991)

J. Greshoff is als schrijver dan wel geen household name, als criticus en journalist was hij van grote invloed op de Nederlandse literatuur. Hij bood jong talent de kans te publiceren, spoorde onder meer Willem Elsschot aan (weer) te schrijven. Ook was hij actief op het gevoed van boekverzorging en was samen met zijn vaste uitgever A.A.M. Stols verantwoordelijk voor enkele bibliofiele reeksen. De twee zijn goed bevriend en schrijven elkaar uitvoerig.

‘Vanmorgen bracht de post me de foto van je door Dingemans geschilderd portret,’ schrijft Stols op 26 juli 1954 aan zijn vriend die dan in Zuid-Afrika woonachtig is. ‘Hartelijk dank! Het portret lijkt m.i. zeer goed; hoe het geschilderd is, kan ik uit de foto moeilijk zien. Maar je zult als oude rot in de kunstkritiek je wel niet hebben laten schilderen door een prul.’ Greshoff is het niet helemaal met Stols eens, blijkens zijn antwoord van vier dagen later:

‘Het schilderij is entre nous bepaald niet goed; maar de gelijkenis is frappant. Ik zou niet weten wàt te doen als hij het mij aanbood. Ophangen zou ik het niet! Maar Waalko Dingemans is een beste vent, zich bewegend in het kleine Kaapsche kringetje dat je kent. Ik wilde dus niet weigeren te poseeren.’

Waalko Dingemans jr. kwam uit een bekend Nederlands kunstenaarsgezin. Vader Waalko J. Dingemans sr. schilderde voornamelijk landschappen, moeder H. Dingemans-Numans (bloem)stillevens, en het werk van ‘de schilderende familie Dingemans’ werd meermaals gezamenlijk gepresenteerd in kunstzalen en musea. Zelf woonde Dingemans jr. lange tijd in Zuid-Afrika en maakte landschappen en portretten, o.a. van de koning van Swaziland en van Zuid-Afrikaanse presidenten en ministers.

Vervaardigd 1957
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 100,5 x 80,5 cm

J. Greshoff

door Alfred Krenz (1899-1980)

J. Greshoff verliet in 1927 Nederland voor Brussel, Brussel in 1939 voor Kaapstad en werkte van 1943-1945 in New York, waar hij niet alleen regeringsfunctionaris is, maar ook uitgeverij Querido-New York begint. Na de Tweede Wereldoorlog keerde hij terug naar Kaapstad, vanwaar hij sinds 1947 zijn wekelijkse literaire kronieken voor Het Vaderland verzorgde. ‘Ik haatte Europa met zijn zinneloze verwarringen meer dan ooit en heb het nooit zo wanhopig liefgehad; ik tooide Afrika met alle schoonheden van aarde en hemel en voorvoelde toch reeds een teleurstelling,’ schrijft hij twee jaar voor zijn dood in zijn memoires Afscheid van Europa over zijn emigratie naar Zuid-Afrika waar hij tot zijn dood zal wonen. Vrijwel overal waar hij woonde, legde hij contacten met beeldend kunstenaars, schrijvers en uitgevers.

Ook de van oorsprong Oostenrijkse kunstenaar Alfred Friedrich Franz Krenz heeft de wereld afgezworven. In 1926 kreeg hij de Prix de Rome en sindsdien had hij gereisd door de Verenigde Staten en Europa, en ook wereldwijd geëxposeerd. Door de bezetting van Oostenrijk door Hitler in 1938 was hij naar Nederland vertrokken. In datzelfde jaar exposeerde hij voor het eerst in Kaapstad. In 1967 zou hij voor zijn schilderkunst de Medal of Honour ontvangen van de Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns.

Krenz die sinds 1949 in Rondebosch in Kaapstad woonde en werkte, maakte twee portretten van Greshoff. Dit portret uit 1957 en het portret dat hij in 1966 maakte van de vooraanstaande journalist, criticus en dichter, dat behoort tot de collectie van de South African National Gallery. Voor dit portret uit 1957 heeft Greshoff geposeerd, blijkens een foto.

Vervaardigd 1961
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 75 x 60 cm

J. Greshoff

door Edgard Toussaint van Hove (1898-1972)

De schilder, schilderijenrestaurator en journalist Ed Toussaint van Hove was getrouwd met juriste Thea Toussaint van Hove-Exalto, een achternichtje van J. Greshoff. Ze was de dochter van zijn nichtje Antoinetta –  door iedereen Nek genoemd – die hij als een zusje zag. Direct na de Tweede Wereldoorlog waren Ed en Thea naar Zuid-Afrika vertrokken. Ze hadden elkaar in 1944 leren kennen en zaten beiden in het verzet. Thea schreef in de jaren tachtig in een persoonlijk verslag over de oorlogsjaren aan hun zoon Tom: ‘Vreemd als het klinkt, ben ik dankbaar dat het mij is overkomen, want het heeft me waarden bijgebracht. Een paar jaar lang was het leven ontdaan van alles wat irrelevant is en was het teruggebracht tot wat ertoe doet: moed, inventiviteit, verbeeldingskracht, vertrouwen op eigen kracht, compassie.’

Het echtpaar Toussaint van Hove woonde in Kaapstad vlak bij hun oudoom, en ze zagen elkaar dagelijks. Ed illustreerde kinderboeken voor de Janda Pers, de kleine uitgeverij van Greshoff en zijn vriend David Schrire in de jaren 1950-1956. Greshoff en zijn vrouw Aty woonden sinds augustus 1948 in de moderne villa De Grashof, dat volhing met kunst van o.a. Willem Paerels, Conrad Kickert, Edgard Tytgat en Picasso.

We zien hier een Greshoff op leeftijd. Veel van zijn literaire vrienden zijn letterlijk en geestelijk op afstand geraakt en hij voelt zich verlaten, ‘leeg en miserabel’. In periode schreef Greshoff zijn laatste twee dichtbundels: De laatste dingen uit 1958 en Wachten op Charon dat in 1964 verscheen. Ze hadden als belangrijkste thema’s afscheid, onthechting van de wereld, de dood. Zijn oude werk kan hij niet ‘luchten of zien’, schrijft biograaf Annemiek Recourt, hij herkent zich er niet meer in: ‘Er bestaat geen enkele band meer tusschen mij-nu en mij-toen.’