Hella S. Haasse

(1918-2011)

Als enige schreef zij drie keer het Boekenweekgeschenk, in 1948, 1959 en 1994. Hella S. Haasse is ook een van Nederlands meest vertaalde auteurs; haar werk verscheen in vijfentwintig landen. ‘Weinig auteurs hebben de Nederlandse literatuur zo waardig en nadrukkelijk op een internationaal podium geplaatst als Hella S. Haasse,’ aldus de jury van de Prijs der Nederlandse Letteren die ze in 2004 mocht ontvangen.

Vervaardigd 1994
Techniek Olieverf op paneel
Afmetingen 63 x 83 cm

Hella S. Haasse

door Vincent Rijnbende (1955)

Toen in 1994 het Literatuurmuseum de tentoonstelling Hella S. Haasse. Ik maak kenbaar wat bestond voorbereidde, bleek er geen portret van ‘de grande dame’ van de Nederlandse literatuur voorhanden. Om deze omissie goed te maken, besloot de Haagse Artoteek (tegenwoordig Heden) er een te laten maken.

Aan Vincent Rijnbende de taak. Deze kunstenaar werkt vooral figuratief en maakt naast landschappen, bloemboeketten en objecten, ook veel portretten. Daarbij schildert hij bewust niet op linnen, maar op materialen die hun structuur niet opdringen. In zijn portretten verwerkt hij vaak opvallende decoratieve elementen, die zijn werk exotisch en kleurrijk maken.

Ook in dit portret van Haasse verwerkte Rijnbende diverse oosters-aandoende elementen. Passend, want Haasse werd geboren in Nederlands-Indië en de flora en fauna van haar geboorteland hebben grote indruk op haar gemaakt. In veel van haar boeken, zoals Oeroeg, Heren van de thee en Sleuteloog toont zij zich schatplichtig aan haar geboortegrond. De verscheidenheid en weelderigheid van de Indische natuur hebben er naar eigen zeggen voor gezorgd dat Haasse in haar werk een voorkeur heeft voor kleurrijke uitweidingen. Ook vergelijkt ze de opbouw van sommige van haar boeken met de invulling van de bonte Indische batikdoeken.

In 1995 werd het portret in het bijzijn van Haasse, die als bestuurslid en een van de oprichters van de Vriendenvereniging een vaak een  graag geziene gast was in het museum, in langdurige bruikleen aan het museum gegeven.

Vervaardigd circa 1938
Techniek Pastel
Afmetingen 75 x 54,5 cm

Hella S. Haasse

door Basuki Abdullah (1915-1993)

De in Nederlands-Indië geboren Hella S. Haasse vertrekt op haar twintigste naar Nederland om daar te gaan studeren. Een mooi, in een beschermde omgeving opgegroeid meisje, gewend aan een leven van feestjes, toneelstukken, diners en paardrijtochten. Ze komt met koffers vol avondjurken en bijbehorende schoenen van boord. Waarschijnlijk is het rond deze tijd, eind jaren dertig, dat de eveneens in Indonesië geboren Basuki Abdullah haar portretteert. De schilder was al in 1933 naar Nederland gekomen om in Den Haag de kunstopleiding de volgen. In 1936 rondt hij deze af met de Royal International of Art-award.

Aanvankelijk studeert Haasse Scandinavische taal- en letterkunde, maar al snel stapt ze over naar de Toneelschool. Zou dit portret van een jonge Haasse een verwijzing zijn naar haar toneelcarrière? In het archief van het Literatuurmuseum zijn vele foto’s te vinden van Haasse als actrice verkleed als ‘schone jonkvrouw’. Als het leven een roman was, zou het koninklijk blauw van haar jurk een vooruitwijzing zijn naar de koninklijke onderscheidingen die haar als schrijfster ten deel zouden vallen.

Na een korte toneelcarrière debuteert Haasse in 1945 met de dichtbundel, haar enige, Stroomversnelling. Haar prozadebuut Oeroeg verschijnt in 1948 en betekent haar grote doorbraak. Oeroeg is een herkenbaar verhaal dat de gecompliceerde verhouding tussen Nederland en Nederlands-Indië belicht. Door dat thema én doordat het een ‘dun boekje’ is, lezen generaties middelbare scholieren het voor hun verplichte literatuurlijst. De slotzin in Oeroeg vat de thematiek in veel van haar werk samen: ‘Ben ik voorgoed een vreemde in het land van mijn geboorte, op de grond, vanwaar ik niet verplant wil zijn?’

Vervaardigd 1998
Techniek Pastel
Afmetingen 80 x 90 cm

Hella S. Haasse

door Tonny Holsbergen (1952)

‘Als portrettist vind ik het belangrijk dat een portret niet alleen ‘gelijkend’ is, maar dat tevens de karaktertrekken van de persoon tot uitdrukking komen,’ aldus Tonny Holsbergen, de schilder van dit portret. Eind jaren negentig, als Holsbergen haar portretteert, is de reputatie van Hella S. Haasse huizenhoog. Dat heeft ze bereikt zonder opzichtig de publiciteit te zoeken of aan hypes als ‘De Grote Drie’ mee te doen. Schrijven, daar draait het om. En gedurende haar lange leven schreef ze een omvangrijk en rijk geschakeerd oeuvre bijeen.

Ondanks haar succes – ze won tal van nationale én internationale prijzen – bleef Haasse altijd bescheiden. Maar ook weerbaar, zoals het strijdbare lachje dat hier om de mond speelt, doet vermoeden. Verzet sprak al uit haar Zelfportret als legkaart uit 1954. In die jaren werd er door de overwegend mannelijke critici nog denigrerend van ‘damesromans’ gesproken en lagen de taken van de vrouw binnenshuis. Haasse verzette zich ook tegen het beeld van haar als keurige schrijfster van ‘vriendelijke historische romans’: ze onderzocht het kwaad in de mens, bijvoorbeeld in Een gevaarlijke verhouding of Berg-en-Daalse brieven. Het is een roman in brieven tussen de schrijfster Haasse en de fictieve, ‘slechte’ markiezin De Merteuil, de beroemde verleidster uit de in 1782 verschenen roman Les Liasons dangereuses van Choderlos de Laclos. Het doorgronden van de zielenroerselen van de mens in het verleden en heden beschouwde Haasse als haar belangrijkste thema.

Toen Holsbergen dit portret voltooid had, kwam Haasse met een grote bos bloemen naar het atelier om het resultaat te bekijken: ‘Je hebt heel goed naar mij gekeken want je ziet het deukje in mijn neus.’