Elly de Waard

(1940)

Peetmoeder van De Nieuwe Wilden in de Poëzie, een vrouwelijke tegenhanger van de Maximalen, die louter uit hemelbestormende mannen bestond: dat was Elly de Waard óók. Maar ze was vooral dichter, voorzichtig in het voetspoor van Chr.J. van Geel na diens dood en in de poëtische traditie van Dickinson of Plath: bezieling, meestal in toom gehouden door vorm.

Vervaardigd 1992
Techniek Krijt, potlood en olieverf op papier
Afmetingen 65 x 50 cm

Elly de Waard

door Dorinde van Oort (1946)

‘Ik zie er iets in dat ik zelden op foto’s zie. Iets van Kuifje, van het stoutste jongetje van de klas. Een kant van mezelf die me bevalt en waar ik eigenlijk wel van houd,’ aldus Elly de Waard bij het zien van het portret dat Dorinde van Oort van haar maakte in een serie geschreven en geschilderde schrijversportretten. De ‘dubbelportretten’ werden geschreven voor Elegance, later zou Van Oort ze bundelen in Portret aan huis.

De Waard vindt zichzelf een laatbloeier, zo vertelt ze Van Oort, ze was 37 toen ze debuteerde. ‘Je hebt dan al iets om uit te putten, je hebt er al naar toe geleefd.’ Voor in 1978 haar eerste dichtbundel Afstand verscheen, had ze al vele pop- en rockkritieken gepubliceerd in onder meer de Volkskrant en Vrij Nederland. Nu luistert ze vrijwel niet meer naar de bijna zesduizend platen die ze heeft staan. ‘Muziek verstoort het ritme van je woorden.’ Ritme en beeldend vermogen vormen de kracht van haar werk. De emotionaliteit en agressiviteit die ze vond in de popmuziek, wil ze nu vormgeven in haar poëzie.

Als ze voor Van Oort poseert, heeft haar meest recente bundel, Eenzang, nog nauwelijks recensies gekregen. Volgens De Waard heeft de officiële kritiek moeite met haar ‘omdat mijn poëzie niet hermetisch is. Daarvoor zit ik te propvol beelden. Maar misschien is het beter om tegen weerstand in te werken. In de smaak vallen lijkt mij gevaarlijk.’ Niettemin is er weldegelijk waardering voor haar werk, soms op onverwachte plekken en manieren. Zo vertelt ze Van Oort dat ze ooit werd opgepakt wegens dronkenschap: ‘Gelukkig had de rechter mijn werk gelezen. Het was de eerste keer dat ik profijt heb gehad van mijn dichterschap.’