Elise van Calcar

(1822-1904)
‘Twee zaken houden mij sterk bezig en ik geloof ook jong, het is de kinderwereld op aarde en het is de geesteswereld in hooger sfeer,’ schreef Eliza Carolina Ferdinanda van Calcar-Schiotling ooit over zichzelf. Ze was pedagoge, feministe, sociaal hervormster en later spiritiste. En niet te vergeten schrijfster, de Vaderlandsche Letteroefeningen noemde haar in zelfs één van de sieraden van onze Letterkunde.
Vervaardigd 1906
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 64 x 51 cm

Elise van Calcar

door J.H. Sikemeier (1877-1958)

Elise van Calcar begon haar werkzame leven als onderwijzeres en gouvernante en als schrijfster van verhalen en poëzie voor kinderen. Haar opvoedingsideaal was ‘kinderen leeren leven’. Vanaf 1850 verschenen haar eerste romans en in 1852 won ze met haar betoog De behandeling van dienstbaren de prijsvraag van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, een landelijke vereniging die de ontwikkeling van het ‘gewone volk’ nastreefde. Ook haar bekende werk De dubbele roeping der vrouw kwam voort uit een gewonnen prijsvraag, dit keer uitgeschreven door de Vereeniging ter Bevordering van Fabrieks- en Handwerknijverheid in Nederland. In dit boek maakte ze zich, net als in de roman Evangeline, sterk voor beter onderwijs voor vrouwen. Behalve de publicatie won ze een gouden zakhorloge.

Als een van de eerste vrouwen in Nederland gaf Van Calcar een reeks openbare lezingen en cursussen; haar onderwerp was het onderwijs aan jonge kinderen. Dat een vrouw redevoeringen hield, werd door de ‘behoudzuchtige deftigheid’ jaren later nóg ‘onwelvoeglijk’ gevonden, zoals de hoogleraar Gerrit Kalff memoreert in zijn inleiding op de biografie Elise van Calcar. Haar leven en omgeving, haar arbeid, haar geestesrichting door kunstenaar, schrijver en muziekdocent J.H. Sikemeier. De zeer lijvige biografie – waaraan Sikemeier tien jaar in stilte had gewerkt – is een kleine duizend pagina’s dik, met foto’s, tekeningen, portretten, facsimile’s en reproducties. Kalff schrijft in de inleiding dat we ‘den heer Sikemeier dankbaar’ mogen zijn, ‘daar verscheidene illustraties proeven zijn van zijn eigen talent’. Sikemeier schreef de biografie niet als letterkundige, maar als bewonderaar voor deze ‘strijdster op zoo menig gebied’.

Ook dit portret is van de hand van Sikemeier. Hij maakte het na haar dood en beeldde haar af op 64-jarige leeftijd. In zijn biografie staat de foto afgebeeld, gemaakt bij ‘Visser van Weeren, Den Haag, 1886’, die eraan ten grondslag ligt.

Vervaardigd 1905
Techniek Krijttekening in houten passe-partout
Afmetingen 64 x 51 cm

Elise van Calcar

door J.H. Sikemeier (1877-1958)

Op de achterzijde van dit portret van Elise van Calcar is te lezen dat de maker ervan, J.H. Sikemeier, het in 1927 geschonken heeft aan het hoofdbestuur van Harmonia te Den Haag, bij de opening van het gebouw in de Ruyterstraat. De stichting – die nog altijd bestaat – heeft tot doel het bevorderen van de kennis van spirituele en andere paranormale verschijnselen.

Enigszins opmerkelijk is de gift wel, aangezien Van Calcar in 1894 erg gekant was tegen de oprichting van Harmonia vanwege de ‘vreeselijke vermenging van Spiritualisten en Spiritisten’. De vrouw die op dat moment gold als het middelpunt van het Nederlandse spiritisme had er weinig vertrouwen in dat de stichting in staat zou zijn de tegenstellingen tussen reïncarnistische en antireïncarnistische stromingen in de spiritistische beweging te overbruggen en tegelijk ‘liefde, vrede, [en] eensgezindheid tussen spiritisten en spiritualisten’ zou kunnen te bevorderen. Hoewel ze nooit lid is geworden, liet ze zich een erelidmaatschap uiteindelijk toch welgevallen.

Vanaf 1876 hield Van Calcar zich erg bezig met magnetisme en spiritualisme en schreef ze erover in haar maandblad Op de Grenzen van twee Werelden. Ze stond bepaald niet alleen in de zoektocht naar het occulte: er was een opkomende internationale spiritistische beweging. Het bood vrouwen als Van Calcar een uitweg uit een dagelijkse wereld waarin een vrouw nog eigenlijk niks mocht en uit gebruikelijke religies waarin mannen de centrale rol speelden. In 1902 schreef Hélène Swarth ter gelegenheid van Van Calcars 80ste verjaardag: ‘O grijze vrouw! Hoe wenkte Uw wijze hand / Voor ’t eerst in Neêrland de àl te schuwe vrouw, / Haar wijzend blij, in wazig verte-blauw, / De lichte bergen van haar toekomstland!’ Ze vervolgt: ‘Kusse elke vrouw van Nederland Uw hand, / Die, zacht en krachtvol, hielp uit zwaren druk / Bevrijden haar, die neerzat in geween.’