Edward B. Koster

(1861-1937)
Edward Bernard Koster was leraar klassieke talen in Leiden en Den Haag, en vertaler uit het Engels, Duits, Italiaans, Grieks en Latijn. Als dichter debuteerde hij in 1888, hij schreef natuurlyriek en epische poëzie geïnspireerd op de oudheid. Als essayist legde hij verbanden tussen de Engelse en Nederlandse letteren in Over Navolging en overeenkomst in de Literatuur.
Vervaardigd 1905
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 100 x 130 cm

Edward B. Koster

door Jacques Zon (1872-1932)

Edward B. Koster werd geboren in Londen, waar hij een tweetalige opvoeding genoot. ‘M'n vader was leeraar in ’t Engelsch, er werd bij ons altijd Engelsch gesproken en ik heb tot mijn achttiende jaar niet veel anders dan Engelsch gelezen, Scott, Dickens, Thackeray, enz.’

‘Londen!’ zo opent hij in 1894 een reisverslag in Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift, ‘reeds de klank van uwen naam wekt weder bij mij de herinnering aan uw geweldig grooten omvang; gij, statige wereldstad, die u als een ontzaggelijke leviathan uitstrekt langs de boorden van de Theems; weer zie ik van verre de somb’re dommen van uw St. Paul’s Cathedral verrijzen in de morgenlucht en de mistige dampen hangend om uw huizenrijen. Weer hoor ik het ratelen der omnibussen langs uwe straten, het getrappel en gesnuif der paarden, de schelle gillen van den krantenjongen, de haastige stappen uwer gejaagde bewoners langs uw gladde asphalt-straten.’

Schilder en graficus Jacques Zon portretteert Koster hier aan het werk in zijn schrijfkamer. Een tijdgenoot omschreef Kosters ‘fijngelijnd gezicht wit en blank in 't morgenlicht, zijn bewegelijk lichaam nerveus, niet dan heel kort in dezelfde houding, dan hier, dan daar’. Zon is een leerling van Willem Maris en de Franse schilder Fernand Cormon. Hij was illustrator en maakte affiches, maar wijdde zich na 1902 geheel aan de kunst. In latere jaren schilderde hij het Bretonse vissersleven.  Beiden waren in de periode dat dit periode tot stand kwam werkzaam in Den Haag.