Dirkje Kuik

(1929-2008)
‘Ik heb nooit besloten vrouw te worden. Dat had ik vanaf het begin moeten zijn’, aldus Dirkje Kuik, die werd geboren als William Diederich Kuik. Ze was geen schrijfster voor de massa; volgens Geert van Istendael zou ze in een ander taalgebied wellicht een cultauteur zijn geworden. Hij bewondert haar ‘bizar proza, haar onbestemde, wankelende verhalen, tegelijk modern en van de vorige eeuw of zelfs van de eeuw daarvoor’.
Vervaardigd 1979
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 95 x 45 cm

Dirkje Kuik

door Erika Visser (1919-2007)

‘Ik ben een ijdele vrouw, zal het blijven tot mijn dood toe,’ bekende Dirkje Kuik ooit. Is dat wat we hier zien? Volgens de bekende surrealist J.H. Moesman kon portrettist Erika Visser (met wie hij overigens getrouwd was) de ziel van iemand op het doek vastleggen, al was dat niet altijd even geflatteerd: ‘Erika kan iemand schilderen zoals ie is, niet zoals ie zijn wil’. Volgens hem schilderde ze mensen alleen maar als zij ze aanvoelde – sympathiek hoefde ze ze niet te vinden – en hoe hechter de band hoe echter het portret. ‘Het is ongetwijfeld niet toevallig, dat de portretten van Moesman en Kuik […] tot haar allerbeste werk behoren’, schrijft Benno Barnard in een artikel over Visser, die lang en goed bevriend was met Kuik. Ze kende haar al voor de geslachtsoperatie die Kuik op 51-jarige leeftijd onderging.

Kuik was een van de eerste publieke transvrouwen van Nederland – ze noemde zich liever ‘genderdiasporapatient’ – en was naast schrijver, dichter, graficus en kunstrecensent ook activist die opkwam voor erkenning van transseksuelen. Ze spande een proces aan tegen de staat omdat ze zich met de naam en sekse van haar voorkeur bij de burgerlijke stand wilde kunnen inschrijven. In 1985 gaf de Hoge Raad haar gelijk en niet veel later werd de wet gewijzigd. ‘Dirkje was iemand die moest strijden voor het leven, en dat gedáán heeft,’ aldus Arthur Japin.

Kuik liet zich openhartig uit over haar geslachtsverandering en schreef er onder meer over in Huishoudboekje met rozijnen uit 1984. Ze omschrijft zichzelf als ‘een belegen boerenvrouw uit Jutland, zij met haar lange gebogen neus, haar grote oren, haar fletse blauwe ogen, zij met het dunne haar op een speldje.’ IJdelheid of niet: ze leek er best tevreden mee te zijn.

Vervaardigd 1964
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 95 x 60 cm

William D. Kuik

door Erika Visser (1919-2007)

‘Ook ik ben door de schilderes op het doek gezet en getekend, blijkbaar was ik een dankbaar model,’ schrijft Dirkje Kuik over Erika Visser in In zijn soort een mooi werk, een boek over schrijversportretten. De bekende portrettist maakte in totaal vier portretten van Kuik. ‘Het begon reeds in mijn late jeugd, zo’n vijfentwintig jaar oud: een arrogant, toch sober dandy-portret, particulier bezit. Tegen mijn vijfendertigste schilderde ze mij opnieuw, een breed portret, fraai van toets, ingehouden de kleur, een zeer literaire persoonlijkheid, nogal uitgeblust en vermoeid, het tekent eerder vijftig dan eenendertig, je zou zeggen, deze auteur is der dagen behoorlijk zat.’

Op het moment dat Visser Kuik portretteert, is de schrijfster, die dan nog door het leven gaat als William Kuik, echter nog niet eens gedebuteerd. Pas vijf jaar later verschijnt haar eerste bundel: 45 gedichten, waarin neoromantiek de boventoon voert. Dat jaar verschijnt ook de met de Amsterdamse prozaprijs bekroonde Utrechtse notities. Diverse verhalenbundels, gedichten en romans en thrillers zouden volgen. ‘Zoals Kuik schrijft, schrijft op het ogenblik niemand,’ aldus K.L. Poll voor het Algemeen Handelsblad. In 1964 schrijft Kuik al wel kunstkritieken voor Het Parool en levert ze bijdragen voor Hollands Maandblad. Ook timmert ze als beeldend kunstenaar aan de weg. Ze zal veel van haar eigen werk gaan illustreren, maar maakt ook boekomslagen en illustraties voor anderen.

In 1979, het jaar waarin Kuik in een ziekenhuis in Londen een geslachtsoperatie ondergaat, portretteert Visser haar als vrouw, ‘een vrij chique verbeelding: een paars mantelpakje, een zwarte bontmantel over de schouders, ‘een tikje melancholiek, zeker niet zat’, meent Kuik. Ook dat portret bevindt zich in de collectie van het Literatuurmuseum.