Benno Barnard

(1954)

De Nederlands dichter, essayist, toneelschrijver, reisschrijver en vertaler woonde van 1976 tot eind 2015 in België, waarna hij naar East Sussex verhuisde. Hij is ook in zijn schrijven een lezer – wat niet alleen blijkt uit zijn autobiografische boeken maar ook uit zijn poëzie, waaruit zowel belezenheid als liefde voor de literatuur blijkt.

Vervaardigd 1993
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 64 x 64 cm

Benno Barnard

door Jan Vanriet (1948)

‘Ik heb een grondige afkeer van de conceptuele aanstellerij, geproduceerd door kunstenaars die niet kunnen schilderen. Ik houd daarentegen van die burgerlijke plaatjes van Jan Vanriet.’ Aldus Benno Barnard in 2016 in een artikel in Knack, het tijdschrift waarvoor hij tot 2013 een column schreef. Volgens Barnard vinden critici Vanriets werk verdacht, omdat het niet conceptueel zou zijn, ‘ook al barst het van de commentaren op de geschiedenis’.

Barnard en Vanriet kennen elkaar goed en werkten ook samen. In het jaar dat Vanriet, die naast schilder ook dichter is, dit portret van Barnard maakte als onderdeel van een serie van 50 portretten, voltooide hij ook een reeks van grote werken Volgens Johannes: 35 schilderijen bij het Johannesevangelie, waarbij Barnard het episch gedicht ‘De schipbreukeling’ schrijft. Het boek zou in 1995 verschijnen. In zijn gedicht verwijst hij naar Vanriet, zonder diens naam te noemen, met ‘de schilder van het woord’: op zijn schilderijen en tekeningen staan, net als bij Brueghel en Magritte, vaak woorden. Hoewel Vanriet een communistische achtergrond heeft en het geloof niet aan zijn argwaan ontkomt, was het de schilder die voorstelde het boek te maken over die ‘prachtige tekst’.

Anders dan Vanriet is Barnard, zoon van de dominee en dichter Willem Barnard (die we kennen als Guillaume van der Graft), christelijk opgevoed. Naar eigen zeggen heeft hij nooit voldoende redenen gevonden zich te distantiëren van zijn kerk. Sinds in 2010 een salafistische groep een als islamkritisch aangekondigde lezing van hem onmogelijk maakte, neemt Barnard vaker deel aan het openbare debat over religie en identiteit.

Barnard heeft een fascinatie voor Europa en de identiteit van de naoorlogse Europeaan. In Dichters van het Avondland (2006) beschrijft hij onze twintigste eeuw aan de hand van tien Europese dichters – in Mijn gedichtenschrift (2016) duikt hij nog dichter de teksten zelf in.