Albert Helman

(1903-1996)

Behalve schrijver was Albert Helman (ps. van Lou Lichtveld) ook journalist, politicus, componist en verzetsheld. Hij werd geboren en groeide op in Suriname, en verhuisde in 1921 naar Nederland. Daar publiceerde hij in 1921 zijn eerste roman. Gedurende zijn hele leven wierp hij zich op als voorvechter in de strijd tegen de uitwassen van koloniale geschiedenis in Nederland, Suriname én daarbuiten.

Vervaardigd 1977
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 45 x 35 cm

Albert Helman

door Willy Belinfante (1922-2014)

‘In mijn ouderdom moet ik werkelijk veel lastiger als model geworden zijn, want een zo geroutineerde en allround schilderes als Willy Belinfante heb ik de grootste moeite bezorgd toen ik inging op haar verzoek – bijna een bevel door onze vriendschappelijke verhouding – om voor haar te poseren,’ herinnert Albert Helman zich, niet helemaal vrij van geamuseerde koketterie. Willy Belinfante was een goede bekende, ze portretteerde hem meerdere malen en hij maakte samen met H.L.C. Jaffé een publicatie over haar werk. Hij roemt haar fijn gevoel voor kleurschakeringen en meent dat haar werk iets ‘eigens’ heeft, misschien niet baanbrekend, maar wel in hoge mate eigenzinnig.

Helman vraagt zich af wat het is dat kunstenaars juist zijn oude voorkomen willen vastleggen: ‘Hadden het burijn [naaldvormig gereedschap waarmee gravures gemaakt worden] van de tijd en de guts van al mijn doorleefde jaren mijn uiterlijk zó toegetakeld dat het, althans voor doordringende artiestenogen, iets pittoresks gekregen had?’ Uiteindelijk concludeert hij dat naarmate de geportretteerde ouder is, er ook meer leven met al zijn lief en leed in de beeltenis ‘vercalculeerd’ moet zijn, wil het hem werkelijk weergeven zoals hij is.

Belinfante legde hem vast in de herfst van zijn leven. En wat voor leven. Hij was ruim vijftig jaar ervoor gedebuteerd met de roman Zuid-Zuid-West over de uitbuiting en verwaarlozing van Suriname door de kolonisator. In zijn bekendste werk, De stille plantage, beschrijft hij op beklemmende wijze het leed en de vernederingen die het slavernijverleden met zich meebracht. Ook buiten de literatuur toonde hij zich strijdbaar. In de Spaanse Burgeroorlog vocht hij mee aan de zijde van de Republikeinen en tijdens de Tweede Wereldoorlog zat hij in het verzet. Vanaf 1949 speelde hij een belangrijke rol in de Surinaamse politiek; tot zijn vele functies behoorde die van minister van volksgezondheid en onderwijs.

Vervaardigd 1983
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 80 x 69 cm

Albert Helman

door Margrieth Zijlsta (1947)

Albert Helman is vaak geportretteerd en in het boek Wederkerige portretten beschrijft hij veel van deze portretten, mét beschrijvingen van het poseren en zijn herinneringen aan de betreffende kunstenaar. Het laatste portret in deze visuele ‘(auto)biografie’ is dit door Margrieth Zijlstra. 

Helman kent haar via haar ‘ruimschoots oudere man’ Maarten Mourik, met wie hij bevriend is. Hij is zeer gecharmeerd van de slanke en jonge blondine, ‘met haar aantrekkelijk mengsel van timiditeit en savoir-vivre’. Van haar eerste portret van hem is hij minder gecharmeerd: ‘Stuk chagrijn... En dan die door een hangwang nog gemarkeerde, weliswaar niet onvriendelijke, maar toch glimlachloze mond.’

Enige tijd later ontmoetten schilder en schrijver elkaar weer en stelt zij voor een nieuw portret te maken, ‘niet meer zo bedachtzaam, maar anders, zoals je soms ook bent.’ Helman gaat akkoord, stelt voor en profil. ‘Lezend bijvoorbeeld, zodat ik degene die het schilderij ziet, niet aankijk en dus mijzelf later ook niet.’ Hij heeft maar twee dagen, maar dat was geen probleem: ‘Ik ken je gezicht nu zo goed, dat scheelt ook een heleboel.’ Tijdens het poseren ontdekt dat hij dat hij haar in de spiegel kan gadeslaan: ‘Een dergelijke kans had ik bij niemand ooit gehad, en ik genoot van deze korte, stiekeme onderbrekingen van mijn lectuur.’

Uiteindelijk is hij tevreden met dit verstilde, ondramatische portret van een met aandacht in zijn lectuur verzonken man-op-jaren (want grijsgelokt en met diep gekorven rimpels naar de kin en hals toe). Het prototype van een tot een ingekeerd bestaan gedwongen, maar nog lang niet uitgebluste grijsaard, ‘voor mij tevens een soort testament, en het is waarschijnlijk om deze reden vooral, dat ik zo gesteld ben op juist deze wijze van weergave, deze volkomen natuurlijke ‘pose’’.