Tot de dood ons scheidt?

door Philip Huff

Er bestaan er veel van, twee namen die in één adem worden genoemd: Lennon en McCartney, Napoleon en Josephine, E. (Edgar, ‘Eddy’ voor vrienden) du Perron en Menno ter Braak.

 

De vraag is vaak hoe terecht deze gedeelde ademzucht is. Lennon en McCartney schreven veel van hun mooiste liedjes inderdaad samen. Napoleon schreef Josephine mooie liefdesbrieven, maar het leeuwendeel van zijn overwinningen heeft hij te danken aan zijn eigen militaire genie en dat van zijn generaals. Maar wat deden Du Perron en Ter Braak, twee van de grootste literaire namen van het interbellum, nu eigenlijk samen?

 

Onwaarschijnlijke kompanen

 

Du Perron en ter Braak waren onwaarschijnlijke kompanen. Du Perron werd geboren in Nederlands-Indië en groeide daar op in de welvaart van het koloniale patriciaat. Op zijn tweeëntwintigste verhuisde hij met zijn ouders naar Europa. Het gezin nam zijn intrek in een klein kasteeltje in Gistoux, ten oosten van Brussel. Du Perron reisde naar de Belgische hoofdstad, naar Parijs en naar Nederland. Hij raakte bevriend met Paul van Ostaijen, Carel Willink en André Malraux. Ter Braak kwam uit een heel ander milieu. Hij werd geboren in Eibergen, studeerde geschiedenis in Amsterdam, werd leraar in Rotterdam en later criticus, van literatuur, film (een noviteit) en theater. De twee ontmoetten elkaar eind 1930 en zagen elkaar in het jaar daarna veel – ze schreven elkaar ook veel brieven.

 

Forum

 

De twee literatoren richtten (samen met de Vlaamse romanschrijver en dichter Maurice Roelants, daar begint het gedonder al) het invloedrijke literaire tijdschrift Forum op. Hoewel het blad maar vier jaar werd uitgegeven, tussen 1932 en 1935, doorbrak het twee literaire conventies: het zag de Nederlandse en Vlaamse letterkunde als één, en het probeerde literatuur minder steriel te krijgen. Literatuur ging in de eerste plaats om persoonlijkheid, niet om schoonheid (‘Vorm of vent’ waren de twee – niet geheel gendervrije – termen die Ter Braak zelf gebruikte. Twee van zijn grootste voorbeelden, echter, waren Carry van Bruggen en Vasalis. S. Vestdijk debuteerde in het blad, J. Slauerhoff publiceerde er delen uit Het leven op aarde en zijn poëzie. Net als bijvoorbeeld Das Magazin nu, gaf het nieuwe blad ruimte aan jonge stemmen om gehoord te worden.

 

En de verdiensten van het blad – het verenigen van het Nederlandse taalgebied, het mogelijk maken van het succes van een ‘stijlloze’ auteur als Willem Elsschot – zijn niet gering.

 

Maar dan nog: vier jaar samen een blad redigeren, verbindt dat voorgoed twee namen met elkaar? Zeker als we weten dat Du Perron in deze tijd zelf een zeer bekende roman schreef, Het land van herkomst, en Ter Braak een hele reeks geroemde essays publiceerde?

 

Zou het komen door de stroom brieven die beide heren heen en weer stuurden?

Gedeeltelijk, wellicht. Maar de verbintenis ligt ook elders. Buiten de literatuur, in feite.

 

De Duitse aanval op Nederland

 

Op 14 mei 1940 brak in Nederland de Tweede Wereldoorlog uit met de Duitse aanval op Nederland. Rotterdam werd gebombardeerd. En zowel E. du Perron als Menno ter Braak stierven die dag, hoewel niet direct door de bommen. Du Perron stierf aan een hartaanval in Bergen, Noord-Holland, terwijl Ter Braak 80 kilometer zuidelijker vrijwel tegelijkertijd zelfmoord pleegde omdat hij bang was te worden gearresteerd.

 

Opmerkelijk detail: Ter Braak wist niet van de dood van zijn vriend.

A. Roland Holst, vriend van zowel Du Perron als Ter Braak, schreef hem op verzoek van Du Perrons vrouw een kaartje om hem te informeren over Du Perrons dood. Het kaartje zou Ter Braak dus nooit bereiken.

Mei, een nieuwe lente, een nieuw geluid: de Tweede Wereldoorlog. En twee van Nederlands vooraanstaande intellectuelen, Europeanen – Du Perron reisde en schreef, Ter Braak studeerde in Engeland en recenseerde Franse en Duitse literatuur – werden slachtoffer van de oorlog. Voor Du Perrons vrienden stond vast dat zijn angina pectoris in ieder geval gedeeltelijk werd veroorzaakt door zijn heftige emoties.

 

H. Marsman

 

De lichten gingen inderdaad uit in heel Europa.

En de oorlog zou meer slachtoffers eisen. H. Marsman, de dichter, vertaler en criticus, en vriend van Ter Braak (Marsman liet Ter Braak debuteren), stief kort hierop, toen hij met zijn vrouw naar Engeland vluchtte op een boot die na een ontploffing in de machinekamer ten onder ging.

‘Ik ben de Tweede Wereldoorlog,’ zou Harry Mulisch – zoon van een collaborerende, Oostenrijkse vader en een opgepakte en later gevluchte Joodse moeder – zeggen. Die uitspraak zou gedeeltelijk aan de dood van dat conflict voorbijgaan.

Du Perron noch Ter Braak zou van de ander te weten komen dat hij was overleden – een vrij unieke situatie. Het is volgens mij niet alleen door wat ze tijdens hun leven hebben gedaan maar vooral omdat ze op dezelfde dag zijn doodgegaan dat Du Perron en Ter Braak in één adem worden genoemd. Zo werden de twee in de dood meer één dan ze in leven waren geweest.