Schrappen met pen, papier en typex

door Thomas Heerma van Voss

‘De ware kunst: om het uiteindelijk te laten lijken alsof alles moeiteloos is opgeschreven.’ Thomas Heerma van Voss buigt zich over het manuscript van de roman Hedonia van Kees van Kooten, een humoristisch en soepel ogend verhaal.

Eind oktober verscheen in NRC Handelsblad een interview met Van Kooten & De Bie, met als titel: ‘Niemand kent ons meer, zeggen Van Kooten & De Bie.’ Uiteraard een overtrokken statement – dat in het interview zelf ook helemaal niet zo stellig wordt gemaakt – maar de achterliggende gedachte was vast waar: steeds minder mensen zijn immers opgegroeid met Van Kooten & De Bie. En van die krimpende groep mensen die nog precies weet wie Kees van Kooten (1941) is en wat hij zoal doet en heeft gedaan, zullen de meesten over zijn televisiewerk met De Bie beginnen. Zijn schrijven komt op de tweede plaats of wordt helemaal niet genoemd, terwijl hij in de loop der jaren een omvangrijk en bijzonder intrigerend oeuvre bijeen heeft geschreven.

Hedonia

 

Een kleine greep uit zijn bibliografie: er zitten verhalenbundels tussen, bibliofiele werken, samenwerkingsuitgaven met onder meer Wim de Bie, een Boekenweekgeschenk, romans, koffietafelboekjes, alles door elkaar. (En lang niet allemaal onder de naam Van Kooten, hij gebruikte ook pseudoniemen als Hans van Dek, Koot, Jan Blommers en Heer Koot.) Soms is het proza flauw, soms mager, maar vaak juist bijzonder speels en komisch – neem de geslaagde roman Hedonia (1984), een van zijn meest gelezen fictiewerken, waarin hij een bijzonder levendige, originele opbouw met speelse taal en een amusant verhaal combineert.

 

Zoals bekend is humoristisch schrijven voor een auteur een van de moeilijkste dingen denkbaar. Kees van Kooten slaagt er wonderlijk goed in. En zoals bekend blijken de makkelijkste, soepelst ogende verhalen vaak moeizaam tot stand gekomen. Ook dat toont Hedonia aan.

 

Wie het in het Literatuurmuseum bewaarde manuscript van Hedonia bestudeert – in een mail liet Van Kooten aan ondergetekende weten: ‘Mijn archief bestaat niet, als zodanig. Af en toe kom ik in een schoenendoos iets tegen en dan doe ik het in een map, waarop ik dan “voor archief” schrijf.’–, ziet vanaf de eerste bladzijde hoezeer Van Kooten zijn tekst voor publicatie te lijf is gegaan. Met pen en potlood, door elkaar, allerlei verschillende soorten aanpassingen. Er komt meerdere keren typex aan te pas, er wordt veelvuldig tekst weggestreept. Deels gaat het om kleine wijzigingen, van het soort dat aan studenten wordt geleerd bij de redacteursopleiding: ‘koortsig van spanning’ wordt ingekort tot ‘koortsig’, er worden ‘soms’-en en ‘altijd’-en doorgestreept, ‘goddank’ wordt ‘gelukkig’, ‘de man die dat geschreven heeft’ wordt ‘die schrijver’, ‘eigenlijk’ wordt nog een keer weggehaald, enzovoorts.

Foto: Keke Keukelaar

 

Woody Allen

 

Detailwerk, maar wel detailwerk waarmee een tekst bijzonder verlevendigd kan worden en waar lang niet elke auteur talent voor heeft. Van Kooten wel, en dat illustreert zijn vakmanschap, al wordt het redigeren pas echt interessant (en zwaar) bij grote aanpassingen: die zijn er in dit manuscript veelvuldig gedaan, en ze hebben vermoedelijk te maken met de aard van het verhaal. Hedonia is namelijk zeer eenvoudig opgezet: hoofdpersonage Kees van Kooten, schrijver, blijft met zijn twee kinderen achter wanneer zijn vrouw Barbara voor enkele dagen naar Amerika gaat. Ze wil haar held Woody Allen ontmoeten, en dat zint Van Kooten niet. Achtergebleven in Nederland glipt Woody Allen steeds zijn gedachtes in (zeker wanneer hij ontdekt dat zijn vrouw Woody Allen echt heeft ontmoet). Er is, kortom, nauwelijks een stuwend verhaal, geen nadrukkelijke plot waarbij alle handelingen onomkeerbaar naar een climax leiden.

 

Voor een auteur heeft dat een groot voordeel: het biedt ruimte voor komische uitweidingen, voor terzijdes die niet direct met het verhaal te maken hebben maar gewoon bij het hoofdpersonage passen. Over Woody Allen, bijvoorbeeld, over diens werk, over het huwelijksleven, over de liefde. Anderzijds is het ook een gevaar: zo’n niet al te nadrukkelijke plot – die ontbreekt vrijwel altijd in Van Kootens werk – kan de auteur verleiden om steeds maar weer een zijpad in te slaan, een hersenkronkel uit te schrijven, iets of iemand nader te omschrijven, en voor je het weet verzandt het verhaal in op zich niet onaardige details waarvan er gewoon te veel zijn.

Moeiteloos opgeschreven

 

Het geredigeerde manuscript van Hedonia wekt de indruk dat Van Kooten aanvankelijk profiteerde van de brede opzet van zijn verhaal, en gewoon heel veel opschreef van wat hem te binnen schoot, en dat hij vervolgens bij het herzien iedere potentiële overdaad wilde snoeien met een bijzonder kritische blik. (Terzijde, in de al genoemde mail schrijft hij zelf: ‘Hoe ik aan Hedonia gewerkt heb, zou ik echt niet meer weten. Ik woonde nog in Zuidoost Beemster en schreef nog voor de Haagse Post. Ik was eveneens vergeten dat er een stuk getiteld “Is Woody Allen Natuurleuk?” aan toegevoegd was.’) Hele alinea’s worden rigoureus doorgekrast, vaak zonder duidelijke reden: er staat geen toelichting in de kantlijn, en het gaat niet om fouten of inconsistenties, vermoedelijk alleen om passages die het geheel vertragen.

 

In het eerste deel van de roman staat bijvoorbeeld: ‘En trouwens – waarom zouden wij zoveel tijd verdoen met nadenken over het leven tijdens ons leven? Daar is nog tijd genoeg voor wanneer we eenmaal dood zijn!’ Typisch het soort gedachte van personage Van Kooten, als het was blijven staan zou geen lezer erover gestruikeld zijn, maar, en dat is het lastige: nu is er ook geen lezer die een dergelijke passage mist, er blijven genoeg vergelijkbare en gelijkwaardige overpeinzingen over. Dat moet ook de reden zijn waarom Van Kooten veel langere stukken heeft weggestreept.

 

Niks gestudeerd, nooit alleen gewoond; dan krijg je dat. Waarom belt ze niet? In New York is het nu middag. Ik tracht mij mijn vrouw bij daglicht voor te stellen, moeilijk, en trek On Being Funny uit de kast; een biografie van Woody Allen door Eric Lax, vooral om de fotoos, want ik krijg plotseling zin om zijn hoofd door haar ogen te zien.

 

Een zinsredacteur zal hier weinig aanmerkingen op hebben. Toch heeft Van Kooten dit hele fragment onder handen genomen, zoals steeds in het manuscript. Eerst heeft hij met pen ‘mijn vrouw’ vervangen voor ‘haar’, ‘van’ voor ‘voor’, en ‘moeilijk’ geschrapt. Vervolgens heeft hij de hele alinea doorgestreept.

 

Wie de roman Hedonia leest, krijgt het idee dat Van Kooten een soepele, zeldzaam komische verhalenverteller is die zijn verhaal in één adem neerpende: een licht boek wekt nu eenmaal snel de indruk dat het makkelijk is geschreven. Wie dit geredigeerde manuscript ziet, beseft dat hij voortdurend wikte en woog, steeds probeerde na te gaan wat werkte. Illustratief: op de achterzijde van de A4’tjes van Hedonia heeft hij meerdere keren een lange, handgeschreven alinea toegevoegd, die hij daarna weer doorkrast of gedeeltelijk elders in het verhaal onderbrengt. De ware kunst: om het uiteindelijk te laten lijken alsof alles moeiteloos is opgeschreven.