Rozen en atomen – het zoekend beginnen van Hans Verhagen

Een van de belangrijkste dichters uit de jaren zestig – en ver daarna – is overleden. Hans Verhagen (1939-2020) maakte aanvankelijk furore in de tijdschriften Gard Sivik en De Nieuwe Stijl. Vanaf 1966 kozen de redactieleden elk hun eigen weg. In Verhagen bleek zich een grootse romanticus schuil gehouden te hebben. 

 

Hans Verhagen was de eerste journalist die ‘jongerencultuur’ serieus nam. In het najaar van 1959 duikt in Algemeen Dagblad ‘Pagina Q’ op, waarop Verhagen eens in de twee weken over populaire cultuur schrijft. 

 

Acht jaar later is hij een van de redacteuren van Hoepla, het baanbrekende tv-programma dat heel eventjes wereldberoemd werd omdat performancekunstenaar Phil Bloom naakt in beeld kwam. Maar belangrijker nog: wederom was hij een van de eersten die popcultuur serieus nam, ditmaal voor de tv, en dat Verhagen er kijk op had, blijkt wel uit het feit dat in een bestek van slechts vier afleveringen Hoepla Eric Clapton, Pete Townshend, Mick Jagger, Jimi Hendrix, Frank Zappa en Soft Machine in het programma te gast waren. 


Hans Verhagen werd in de jaren zeventig documentairemaker voor de VPRO en vanaf de jaren tachtig ook een expressief schilder – onder andere van een prachtig portret van Jules Deelder. Kortom: ook als Hans Verhagen nooit poëzie had geschreven, was er genoeg reden geweest om stil te staan bij zijn overlijden op 10 april 2020. 

 

Zelfportret van Hans Verhagen, 2009. Collectie Literatuurmuseum

 

 

Maar Hans Verhagen schreef dus wél poëzie; hij begon op zijn dertiende en bleef dat ruim een halve eeuw lang doen. In 2003 verscheen de bundel Eeuwige vlam, met de verzamelde gedichten. Maar in plaats van dat deze baksteen de afronding van zijn oeuvre werd, was Verhagen geïnspireerd als nooit tevoren, de ene na de andere ijzersterke bundel volgde. In 2009 kwam de bekroning voor dat alles in de vorm van de P.C. Hooft-prijs en het leek wel alsof hij daarna nog wilde bewijzen hoe terecht die was want zijn laatste bundel, Automatische profeet (2009), is een van zijn beste. 


Het is ondoenlijk om dit immens rijke oeuvre in kort bestek recht te doen (en dat durf ik te zeggen omdat ik het hier en hier heb geprobeerd). Maar voor nu wil ik alleen wat kladjes tonen van enkele vroege gedichten, die het werk laten zien aan ‘Anatomie van een Noorman’, een cyclus gedichten die in 1961 in Podium verscheen. Korte tijd later maakte hij er ook een bundeltje van in een oplage van 50, in eigen beheer dus: het debuut. 


Handschriften zitten niet in deze map met materiaal: Verhagen schreef de gedichten in eerste instantie blijkbaar meteen al op een schrijfmachine. Hij gebruikte daarbij de achterkant van het kopijpapier van de krant waar hij werkte. 

 

 

 

Hij corrigeerde weliswaar met pen, maar begon meestal al snel een nieuwe versie te typen. Hij schuwde de grote woorden niet. Waar hij op de voorkant van dat kopijpapier vaak zakelijk en journalistiek was, werd de blanco achterkant gebruikt voor gedichten waar de experimentele sfeer van de Vijftigerspoëzie voelbaar was: ‘insekten / scharrelen er rond het menssymbool’ (in Eeuwige vlam is dit opgenomen als ‘insecten scharrelen er rond het / menssymbool’) of ‘snuif de dodelijke / bloemengeuren op’ in een gedicht dat aanvankelijk ‘Maantje’ heet.

 

En in een ander gedicht kunnen de ‘Wanden met bloemetjesmotieven’ niet verhullen dat ‘de dood onder mijn opperhoofd beweegt’. Dat gedicht had de titel ‘Muziekje’, maar die is doorgehaald, net als ‘Maantje’. In beide gevallen werd de titel vervangen door het neutrale ‘Gedicht’. 

 

 

 

In de tijd dat Verhagen aan de cyclus werkte, vond hij ook aansluiting bij de redactie van het literaire tijdschrift Gard Sivik, dat in Antwerpen was opgericht en dat begin jaren zestig naar Rotterdam zou verhuizen (dat is ook een heel verhaal). Met die verhuizing kreeg het tijdschrift ook een zakelijker karakter, waarin men de werkelijkheid ‘onvervormd’ wilde weergeven, voor zover zoiets mogelijk is. Is dat misschien de reden dat Verhagen ervoor koos om de vrolijke titels ‘Muziekje’ en ‘Maantje’ te vervangen door het neutrale ‘Gedicht’? 


Mooi is ook om te zien hoe hij sleutelt aan het tweede gedicht in de cyclus. Het kwam uiteindelijk als volgt in de bundel terecht: 

 

Het is niet vrij van rozen
en ook het gebruik van motoren
is aan mijn lichaam niet vreemd. 

 

Onder mijn vermoeide haren kraait
een nachtegaal en knarsetandt
van sterven; het proces
van de stilte, heus, heeft zich
aan mij nog niet voltrokken.

 

Hij zal tevreden zijn geweest over het gedicht; en vooral over de vondst om ‘rozen’ en ‘motoren’ tegenover elkaar te zetten. De romanticus die over muziek en de maan dicht, en die oog heeft voor rozen, deinst niet terug voor ‘het gebruik van motoren’. De tegenstelling was typerend, en dat vond Verhagen blijkbaar zelf ook: twee jaar later zou zijn echte debuutbundel de titel Rozen en motoren meekrijgen. 


Maar aanvankelijk zette hij tegenover die rozen iets heel anders. 

 

 

 

‘Rozen en atomen’: hij omcirkelt de titel zelfs. Beet! Het is óók een effectieve tweedeling: aan de ene kant de mooie bloem, zo vol van symboliek, want je kunt niet ‘roos’ zeggen zonder aan een enorme dichterlijke traditie te refereren. En daar zet Verhagen dan het atoom tegenover: het onzichtbare, het anonieme, het bouwmateriaal van het al dat op zichzelf helemaal niks is, behalve een wetenschappelijk wonder. Bovendien kon hij hier ook nog wat materiaal kwijt uit een ander gedicht: het dreigende ‘snuif de dodelijke / bloemengeuren op’ uit ‘Maantje’ is vervangen door ‘snuif de dodelijke denkmethoden op!’ Ferm onderstreept bovendien. 


Toch zou ook dit gedicht de bundel niet halen. Een versie later lijkt het gedicht, in elk geval wat de vorm betreft, al meer op het eindresultaat. 

 

 

 

Het is kaler, uitgebeend, en strenger geformuleerd. Het uitroepteken mag nog even blijven, en hij legt het nog even uit: rozen versus atomen, dat is als dagdromen versus natuurkunde. 


Er is geen velletje waarop de atomen zijn doorgehaald; de motoren kwamen ervoor in de plaats in een later stadium, wanneer Verhagen bezig is om de cyclus als geheel uit te typen. 
 

 

 

Deze versie lijkt veel op de uiteindelijk gepubliceerde. Hans Verhagen had het evenwicht tussen zakelijk en romantisch gevonden, om die balans daarna, een imposant oeuvre lang, steeds weer kwijt te raken.