Op de Buissche Heide is het alsof je de schrijvers en dichters van weleer tastbaar voor je ziet

Op 24 december is het 150 jaar geleden dat Henriette Roland Holst van der Schalk werd geboren. Christiaan Weijts reist naar de Oude Buissche Heide, waar zij destijds veel van haar beroemde vrienden ontving. Het gastenboek dat daar 33 jaar werd bijgehouden ligt nu in het Literatuurmuseum.

 

Een van de aardigste details op de Oude Buisse Heide is een gaatje ter grootte van een dubbeltje. Kijk je erdoorheen dan zie je precies de plek waar een badhuis heeft gestaan, naast een zwemvijver. 


Het is een vreemd, voyeuristisch genoegen om je te realiseren dat allerlei beroemdheden uit de literatuur, beeldende kunst, politiek en wetenschap zich daar ooit hebben staan omkleden. Het gaat hier namelijk om het landgoed van Richard en Henriette Roland Holst. De beeldend kunstenaar en dichteres-politica – op 24 december dit jaar zou zij 150 zijn geworden – ontvingen talloze gasten uit hun enorme vriendenkring op dit nog altijd serene stukje bos en heide bij Zundert, vooral bekend als het Brabantse geboortedorp van Vincent van Gogh. 

Foto: Christiaan Weijts

Het badhuis is niet meer. Van het bouwsel van cement op stro zijn alleen wat brokstukken over. Het informatiehokje waar ik nu sta is een stalen constructie die precies de vorm heeft van dat vroegere badhuis. Er hangen foto’s die ik kort daarvoor in het origineel heb gezien. Ze komen uit het gastenboek dat Richard in 1918 is begonnen en dat ik in het Literatuurmuseum heb bekeken. 

Ik moest toen denken aan een account op Facebook en Twitter met de naam ‘Composers doing normal shit’. Dat plaatst foto’s van precies dat: componisten die normale dingen doen, niet meer en niet minder. Igor Stravinsky die kaartspeelt, Leonard Bernstein met blote voeten op een schommel, Philip Glass tijdens een picknick. Het is een tikje flauw, typisch internetmeligheid, en toch hebben die kiekjes iets intrigerends. Los van hun geijkte parafernalia en decors, los van hun klavieren en hun manuscripten, hun orkesten en hun gala’s in concertzalen, zie je ze ineens van een speelse, ontspannen, alledaagse kant.

 

Lees meer over historische literaire plekken

In deze serie bezocht Christiaan Weijts eerder het Adriaan Roland Holsthuis in Bergende villa en hut van Adriaan Roland Holst in Blaricum en de schrijvershut van Frederik van Eeden op Walden, in Bussum.

 

Precies dat overkomt je bij het doorbladeren van Het Boek van de Buissche Heide, het in rood leer gebonden gastenboek. Herman Gorter op een picknick, Henriette zelf in de zwemvijver, Johan Huizinga in het gras. Prominenten uit de kunstwereld, de literatuur en de politiek zie je er wandelen, fietsen, zwemmen, paarden aaien, tuinieren, ravotten met hondjes, lezen in het gras. Kleine kiekjes, vaak onscherp, bewogen, maken het tot de instagrams van nog vóór de kleurenrolletjes. 

 

De totaal ongedwongen atmosfeer hangt hier nog altijd en omdat er uiterlijk zo weinig veranderd is, kun je het echtpaar elk moment tegenkomen, zo lijkt het. Ik wandel een stuk van de ‘gedichtenroute’, uitgezet door Natuurmonumenten, aan wie Henriette Roland Holst alles al tijdens haar leven schonk, op voorwaarde dat ze zelf het vruchtgebruik had.

Ik denk wel eens, als ik op pad ben voor deze reeks, dat je een soort augmented reality app zou moeten hebben. Of dat het literair toerisme van de toekomst misschien wel die oude foto’s en beelden virtueel over het heden heen kan schuiven, 3D, bewegend en in kleur. Alsof je de schrijvers en dichters van weleer tastbaar voor je ziet. 

Maar nu denk ik: zo’n knullig kijkgaatje is veel beter. Dat nodigt je uit je eigen verbeelding te gebruiken. En die komt pas goed op gang als je gewoon maar wat rondwandelt en datgene op je in laat werken wat vooralsnog door geen enkel technologisch hulpmiddel gesimuleerd of vervangen kan worden. De atmosfeer. 

Eerst wandel ik langs het atelier dat ‘Rik’ (Richard) in 1918 liet bouwen. Het heeft een sprookjesachtige, bijna Tolkien-achtige vorm, met schitterende deuren. Veel meer nog dan schrijvershuizen, die museaal en wat doods kunnen zijn, sarcofagen waarin het leven onbewogen ligt gebalsemd, meestal door stadsgewoel omringd, voelt alles hier nog werkelijk als in het interbellum.

Op de heide kan de jonge Vincent van Gogh elk moment opduiken om het landschap vast te leggen waarin hij opgroeide. En je zíet ze de bospaden op slenteren, wat schuifelend, gekromd, Henriette en haar man. Of misschien ook wel de maîtresse van Rik, de zangeres Ina van Eibergen Santhagens-Waller. Volgens Elsbeth Etty, biografe van Henriette Roland Holst, waren beide verhoudingen platonisch, omdat Rik impotent was. 

Hoe het ook zij, hier begrijp je het schoonheidsgevoel uit die tijd veel beter, en op de veranda van de Agora-hoeve kun je je de zomerdagen voorstellen, gasten op het terras, ruisende bomen, spelende kinderen. 

 

Richard Roland Holst, Henriette Roland Holst, W.C.Th. van der Schalk en Johan Huizinga op 23 augustus 1924

Ook dat is waarom het gastenboek zo raakt. Niet alleen de foto’s zijn ongeposeerd en intiem, ook de teksten zijn het: dagboekachtige fragmenten, herinneringen, anekdotes, bedankjes van gasten. Het niet-pretentieuze brengt het zo dichtbij. 

Eind 1938 overlijdt Rik. Zijn echtgenote noteert in het voorjaar erop: ‘Den 13den Mei was ik hier om de beschikking van Rik ten uitvoer te brengen, dat zijn asch in de bosschen van de Buissche Hei gestrooid zou worden. Ik bleef één nacht; het was volop lente en tooverachtig mooi.’

 

Links: het in rood leer gebonden gastenboek van de Buissche Heide. Rechts: pagina 90 uit het boek ‘Den 13den Mei was ik hier...’

Nu staan er trouwens allerlei politieauto’s geparkeerd, op en rond het landgoed. Drie, vier wagens. En in het gras eentje met geopende achterbak met tralies: een lege hondenkennel. Goed, we zitten hier in Noord-Brabant, dus misschien is er een drugslab gevonden? Drugsafval gedumpt?

Uit een boek over dit gebied en het gastenboek, verschenen in 2012, schrijft Elsbeth Etty dat Henriette hier door de geheime dienst in de gaten kan zijn gehouden. Als politica en voorvechtster van de socialistische beweging onderhield zij contacten met Lenin en Trotski. In de Tweede Wereldoorlog werd het een goede schuilpek voor vluchtelingen.

Na de oorlog brak Henriette bij een val in de Angorahoeve haar heup. Ze zag zich genoodzaakt vooral in Amsterdam te wonen, af en toe bracht ze wat zomerdagen op de hei door, zoals in 1952, de laatste zomer van haar leven. Haar handschrift op de laatste beschreven bladzijden is nauwelijks meer te lezen. Ik kan alleen een paar zinnetjes ontcijferen: ‘Maar er waren in juni eenige snikheete dagen, te warm om op de veranda te zitten en in augustus genooten wij weken lang van het zonnig lichtbosch.’

Op 24 december is haar 150ste verjaardag. De thema’s waar zij zich voor inzette zijn nog altijd actueel, of misschien kun je zeggen: opnieuw actueel. Ze schreef over vrouwenrechten, vegetarisme, een eerlijkere verdeling van het kapitaal, dekolonisering. 

Maar hier, op een mooie herfstdag met een lage zon en lange schaduwen, is het vooral haar poëzie die aanspreekt. ‘Hier krijgt de poëzie licht en lucht,’ staat bij een serie foto’s uit september 1931 waarop ‘Jet’ aan een tafel buiten aan het schrijven is. Lees je haar regels thuis of in een bibliotheek, dan kunnen ze lichtelijk archaïsch, of, onvriendelijker gezegd, oubollig aandoen. Op de Oude Buisse Heide zelf vallen ze heel natuurlijk op hun plaats, zoals het gedicht dat staat afgedrukt bij het oude theepaviljoen:

 

Kleine paden slingeren over de heide

en komen aan de hutten der armen

zij zijn de eenigen die zich erbarmen

over ’t verlatene van wie hier lijden.

Op de heide zwerven de maagre schapen

zij zoeken blatend naar een nieuwe streek

van milder kruid en waterrijke beek,

honden en herders zijn vermoeid en slapen.

Heel sociaal-bewogen, dit vers uit 1903, dat bij dit paviljoen op een bordje staat. Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat het toch een standenmaatschappij was, ook hier. Henriette riep haar personeel door op een toetertje van de spoorwegen te blazen. Elsbeth Etty citeert een gast, de zoon van haar oude vriend Daniël de Lange, die over de Buisse Heide onder meer schreef: 

‘Om haar gasten en het dienstmeisje tot hun plichten te roepen, gebruikte tante Jet een origineel middel: zij blies op een oud koperen rangeertoetertje, welks hartverscheurend geluid het omliggende bos afdoende alarmeerde. Tante Jet was gewoon het instrument onvervaard in haar mond te nemen en uit alle macht te blazen, met groot succes.’

 

Nu verwacht ik vooral elk moment een politiefluitje. Of sirenes. Maar nee, pas verder op het veld zie ik een groepje agenten ontspannen lachend langs stappen. Dat kan natuurlijk ook nog: een heidag met het hele korps.

 

De laatste aantekening, uit 1952, van Henriette Roland Holst