Laat de vingers dansen

door Alma Mathijsen

Hoe te beginnen met schrijven? Die vraag stelde een leerling van de schrijfklas in Arnhem me vlak voor het einde van de les. Ze had nog niets gezegd. Nu keek ze me hoopvol aan, alsof er een eenduidig antwoord bestond dat iedereen op magische wijze aan het schrijven krijgt. Ik ontvlamde in een lang betoog over routines en werkschema’s, totdat ik zag dat mijn leerlingen vaker dan eens naar de wijzers van de klok tuurden. 

Beginnen is het allermoeilijkste

 

Haar vraag achtervolgde me. Beginnen is het allermoeilijkste, daarna gaat het vaak vanzelf. Door de eerste letters op papier te zetten en die te accepteren, ook al komen ze later wellicht op een andere plek te staan, zegt de schrijver eigenlijk: dit is het beste wat ik op dit moment kan en dat aanvaard ik. In mijn boekenkast zocht ik naar bevestiging; ik trof een gedicht van Buddingh’ aan. 

WIE MAAKT MIJ WAT

 

dit is (voor vandaag) de methode:

achter de schrijfmachine gaan zitten,

de kap opslaan, het papier insteken

en dan de vingers maar over de toetsen laten dansen

als een indiaans opperhoofd over de lijken van zijn verslagen vijanden

Kijkdoosjes

 

Zo zou het inderdaad moeten zijn. Maar ook Cees Buddingh’ had tijden dat hij niet tot schrijven kwam. Dan pakte hij een leeg sigarenkistje en schilderde dat groen. De eerste helft van de jaren ’70 maakte hij wel honderd kijkdoosjes, die hij zelf ‘poëzie in een ander medium’ noemde. ‘Murder on the village green’, zo betitelde hij een tafereel. De nacht is groen, drie sterren zijn aan de hemel geplakt. Een stier met een mensenlijf loert van achter een boom naar twee schapen. Zou hij weten dat een politieagent hem bekijkt? Iemand wordt vermoord, zoveel is zeker, maar wie blijft onduidelijk. In mijn hoofd legt de minotaurus het lootje, misschien omdat in de echte wereld de realiteit steeds vaker van de verbeelding lijkt te winnen.  Ik zie Buddingh’ voor me zitten aan zijn bureau, zijn boekenkast puilt uit, bovenin staan zijn kijkkastjes. Met een tube lijm nog tussen zijn vingers drukt hij een ezeltje vast op de ondergrond. De spijkers heeft hij al in het hout geslagen, bovenin zweeft een heks op haar bezemsteel, achter de ezel sjokt een man met een piratenhoed op. Op de achterkant schrijft hij de titel: ‘The old folks at home’ en tekent het: C. Buddingh’ ’74. Twee jaar later verschijnt zijn meesterwerk Het houdt op met zachtjes regenen. Misschien hadden die kistjes er iets mee te maken. 

Denk aan de indianen

 

De volgende week was ik terug bij de leerling. Ik zei haar dat ik me had vergist. Er was wel een eenduidig antwoord dat iedereen op magische wijze aan het schrijven krijgt. Ga zitten, denk aan de indianen en laat de vingers dansen.