Jeugdwerk van Joost

door Dick Welsink

Behalve hoofdredacteur van zijn eigen eenmanstijdschriften Hitshot! en de Zwagergids was Joost Zwagerman ook medewerker en later zelfs redacteur van de schoolkrant.

 

Zwagerman, op 18 november 1963 geboren in Alkmaar, ging in 1975 (hij was toen nog pas 11) naar het atheneum op de openbare Rijksscholen-gemeenschap Noord-Kennemerland in zijn geboorteplaats. In 1978 werd hij ‘wegens gedragsproblemen’ overgeplaatst naar de derde klas van de havo. In zes van de zeven nummers van De Kabel (zo heette de schoolkrant) uit de jaren 1977-1981 die onlangs zijn opgenomen in de collectie van het museum (bij lange na geen complete set, want er kwamen ten minste zes nummers per jaar uit), staan bijdragen van zijn hand. De eerste, een korte inleiding bij de tekst van een nummer van de Nederlandstalige band Bots, in aflevering 7, het ‘vakantienummer’ van de jaargang 1976-1977. Joost zat toen in klas 2B van het atheneum.

Joost Zwagerman, 1981


Twee jaar later, in aflevering 4 van de jaargang 1978-1979, verschenen in mei 1979, is hij kennelijk al enige tijd lid van de redactie, hij is althans de enige ondertekenaar van het ‘Redactioneel’. Met enige overdrijving zou je het wel een Zwagerman-nummer kunnen noemen: hij leverde maar liefst zes bijdragen, variërend van een gedichtje bij een tekening op het omslag, het al genoemde ‘Redactioneel’, twee korte verhalen, twee pagina’s met aflevering 4 van de rubriek ‘Vinylvreter’ over popmuziek, met onder meer een bespreking van een lp van de Sex Pistols en een van George Harrison, en op de achterpagina een vlammend protest – ‘Censuur’ – tegen het ingrijpen van de schoolleiding in de redactionele vrijheid. De geboorte van de rebel?

 

In nummer 1 (oktober 1979) van de volgende jaargang staat weer een aflevering van ‘Vinylvreter’, dit keer met een bespreking van een lp van Bob Dylan en het debuutalbum van The Knack. Is Joost over het laatste onverdeeld enthousiast, Dylan krijgt er ongenadig van langs:


Er zijn van die mensen in de elitewereld van de popmuziekscène die geen kwaad kunnen doen bij Het Publiek, en die daar dankbaar gebruik van maken.
Bob Dylan is er zo eentje. Zijn gemoedstoestand wist hij altijd heel fijns op de plaat te zetten (b.v. de religieuze sfeer op “New Morning” na zijn motorongeluk en de opstandige tendens op o.a. “Desire”.) terwijl de consument ongezien zijn langspelers aanschafte. Tot op de dag van vandaag. Want ook nu verkoopt zijn “Slow train coming” weer als de bekende warme broodjes.
Dylan heeft de nieuwe wereld ontdekt, dat kun je constateren als je de elpee beluistert. Meneer is bekeerd tot het Christendom en steekt dat niet onder stoelen of banken. Vrijwel alle teksten gaan over zijn “zondige verleden”, het Nieuwe Geloof en zijn Nieuwe God, kortom: het overbekende evangelische gezwets wat ook te vinden is op een dertien-in-een-dozijn gospelplaatje.

 

Zwagerman kan nog wel waardering opbrengen voor de door Mark Knopfler en Pick Withers (Dire Straits) vertolkte muziek, van de teksten krijgt hij een vieze smaak in zijn mond. Dylan verdient ‘billenkoek’. Daar kon de latere Nobelprijswinnaar het mee doen.

 

De overige nummers van deze jaargang ontbreken in de collectie, maar aflevering 1 van de volgende (oktober 1980) is er wel. Joost, nog altijd redacteur, zit dan in zijn eindexamenjaar. Hij draagt, onder de titel ‘Pijn’, een klinische impressie bij van het vullen van een gaatje in een tand of kies door een tandarts.

In aflevering 4 van dezelfde jaargang heeft de redactie De Kabel gekraakt na het uittreden van leraar Nederlands André te Boekhorst. Zwagerman, die namens de redactie het ‘Redaktioneel’ heeft geschreven, grijpt zijn kans om helemaal los te gaan in dit nummer: het omslagontwerp, een collage van krantenkoppen en -berichtjes, is van hem, alsmede handgeschreven commentaar bij ingezonden gedichten, een tweede artikel van de redactie, ‘Inspraak’, geïllustreerd met plaatjes en krantenberichtjes, twee pagina’s in handschrift met korte notities (‘Een boek over een man die problemen heeft met het klaarkomen is literatuur. Een boek over een man die probleemloos drie keer per dag klaarkomt is vieze pornografie.’), een uitgebreide reactie op een artikel van de heer Kuller, aardrijkskundeleraar, over stellingen bij proefschriften, nóg een collage, een tirade van twee pagina’s over ‘Telefoonproblemen’, en tot slot, op de achterzijde, de rubriek ‘Het laatste oordeel’, met lijstjes van de vijftien beste en de tien weerzinwekkendste platenalbums en singles.

Als je alle bijdragen op een rijtje zet, springen die over popmuziek het meest in het oog. Zwagerman geeft van meet af aan blijk van zijn belangstelling voor het genre, zowel voor de teksten als de muziek. Hij schroomt niet ongezouten zijn mening te geven, ook niet als het om ‘His Royal Bobness’ gaat.

 

Een van de eerste bijdragen die Joost Zwagerman voor de schoolkrant schreef, is in retrospectief het meest navrant. Het gaat om het zeer korte verhaaltje ‘Onbegrip’, geplaatst in het ‘vakantienummer’ van de jaargang 1976-1977. Hij schreef het toen hij 13 was. Het onbegrip uit de titel is dat van de vader die zich vertwijfeld afvraagt waarom zijn vijftienjarige zoon zich heeft opgehangen in de douchecel.