Is een schorpioen verantwoordelijk voor het vergif in zijn staart?

door Alma Mathijsen

Tientallen schriftjes liggen op elkaar gestapeld in een doos en allemaal bevatten ze handgeschreven teksten. De omslagen zijn telkens verschillend maar de zinnen lijken allemaal, op een paar doorgekraste woorden en toevoegingen na, precies op elkaar. Het lijkt op het werk van een doorgeslagen perfectionist. Elke zin, ook al is die goed, moet nog een keer getoetst worden op papier. Dan pas is het zeker dat de zin het waard is om te bestaan. Het gaat hier om de aantekeningen van Jo Boer. Een vergeten schrijfster die zo zeker van haar stukken wilde zijn, dat ze haar teksten tot in den treure overschreef. Ze past bijna geen correcties toe, schrijft louter de zinnen die al bestonden opnieuw op. Het is haast angstaanjagend om de schriftjes te lezen. Het doet me denken aan The Shining waarin Jack Torrance niet aan zijn toneelstuk werkt maar consequent de beruchte zin All work and no play makes Jack a dull boy opnieuw typt.

Ik ben geboren in Soerabaia en opgegroeid in Den Haag.

Ik ben geboren in Soerabaia en opgegroeid in Den Haag.

Ik ben geboren in Soerabaia en opgegroeid in Den Haag.

Ik ben geboren in Soerabaia en opgegroeid in Den Haag.

Ik ben geboren in Soerabaia en opgegroeid in Den Haag.

Ik ben geboren in Soerabaia en opgegroeid in Den Haag.

 

Oké, Jo Boer is niet zo obsessief als Jack Torrance, die een heel boekwerk vult met die ene zin. Toch kom ik hetzelfde verhaal getiteld ‘Leren lezen en schrijven’ zeker in zes verschillende schriftjes tegen in de archiefdozen van Jo Boer. Elke keer haast exact hetzelfde. Bijna als een bezwering. Zou de noodzaak tot herhaling met haar leeftijd te maken kunnen hebben? Ze schreef ‘Leren lezen en schrijven’ in 1987 op verzoek van de redactie van Juffrouw Ida, het tijdschrift voor de vrienden van het toenmalige Letterkundig Museum, toen was Jo Boer al tachtig jaar oud. Misschien wel dus. Al lijkt haar handschrift niets aan veroudering te verraden. Ze schrijft duidelijk, zonder bibber, in prachtige rechtopstaande krulletters. Wat redelijk apart is omdat de meesten mensen in die tijd werd geleerd om met een lichte kanteling te schrijven. De brieven van mijn oudtante uit diezelfde tijd zijn haast onleesbaar omdat ze zo schuin schreef. 

De naam Jo Boer zal weinig mensen nu nog iets zeggen. Ze is in de vergetelheid terechtgekomen. Sommigen zullen haar nog kennen van haar vriendschap met Anna Blaman. Volgens de legendes zou dat meer zijn geweest dan alleen een vriendschap, al spreekt Jo Boer dat zelf tegen. Haar belangrijkste werk is Kruis of munt, een boek dat toen vele mensen raakte. Bordewijk zat in de jury die haar de Vijverbergprijs ervoor toekent: 'het beklemt, maar het boeit, het is verschrikkelijk, maar het is machtig.’ Annie M.G. Schmidt zegt de roman maar liefst vijf keer te hebben gelezen. Het is een autobiografische roman uit 1949, frappant omdat dit genre juist nu zo in de mode lijkt. Ze fixeert zich in Kruis of munt voornamelijk op de doorwerking van generaties. Hoe zingen ouders, grootouders en alles daarvoor door in een persoon. 'Is een schorpioen verantwoordelijk voor het vergif in zijn staart? Ja en neen. Niet de schorpioen als eindresultaat is verantwoordelijk voor de afzichtelijk dood, die hij verspreidt, maar de lange rij van schorpioenen, die, langzaam van wezen verwisselend tot aan het protoplasma der allervroegste aardedagen, dit vergif in zich hebben verzameld en vermeerderd als middel om tot hun eigen vormgeving te geraken.' De zin Is een schorpioen verantwoordelijk voor het vergif in zijn staart? zal ik nooit meer vergeten. Een prachtige verwondering die zo tot een van de klassieke oneliners uit de literatuur zou kunnen behoren. Toch heb ik hem nooit eerder gelezen. Hoe dat komt zal ik niet proberen te analyseren. Aan de hoeveelheid dozen die in het archief van Het Literatuurmuseum van haar staan opgeslagen kan het niet liggen. Na een hele dag was ik er nog niet doorheen geraakt. Met honderden kopieën keerde ik terug naar huis om alles nog nader te kunnen bekijken. Haar toewijding waaruit onzekerheid leek te schijnen viel me het meeste op. De talloze overpeinzingen en de meervoudige versies van dezelfde teksten. Hier was beslist een perfectionist aan het werk. Hield dat haar tegen? Produceerde ze daarom minder in haar latere leven? Of waren al die versies nodig om een perfect wezen te scheppen, vrij van vergif? Een nieuwe versie van een schorpioen met een puntige staart die nog steeds venijnig kon steken, maar niet meer dodelijk was. Een spitsvondige tekst zo kristalhelder dat je erdoorheen kunt kijken, was dat wat ze wilde bereiken?