Het vuurwapen van de gebroeders Heeresma

door Thomas Heerma van Voss
In de opslag van het Literatuurmuseum ligt een vuurwapen. Het is een kleine, zwarte revolver, het soort dat ik ken uit films waarin russian roulette wordt gespeeld: één kogel in het magazijn, het wapen tegen iemands slaap gedrukt, op het moment dat de trekker wordt overgehaald is er 16,66% kans op een schot (als er tenminste zes patronen in de revolver passen. En die kans neemt vervolgens alleen maar toe). Op beide zijkanten van de revolver zit een witte sticker die met rode letters aangeeft: maak het kort… Op de loop zit ook een sticker, een rode pijl die doet denken aan een verkeersbord, alsof hij de kogel de juiste kant op wil sturen. Aan het handvat bungelt een klein, geplastificeerd briefje met de getypte tekst: reismodel TEN-EINDE IN DUBLIN spy-special “HEERESMA INC” opnieuw gelakt geborgd en gelabeld door… Heere Heeresma. Pas wanneer ik dat briefje lees, en vooral wanneer ik voel hoe licht het wapen is, realiseer ik me dat het om een speelgoedrevolver gaat. Er passen helemaal geen kogels in. Er is nooit een schot mee gelost of russian roulette mee gespeeld. Het is uitsluitend gebruikt voor een verhaal. Over echte wapens en echte schoten. Preciezer: voor de thriller Teneinde in Dublin, die in 1969 verscheen.

Heeresma Inc


Wie zich in deze merkwaardige uitgave verdiept, zal al snel merken hoe weinig erover bekend is. Natuurlijk, tot op zekere hoogte is dat het lot van vrijwel alle boeken die al enkele decennia bestaan, maar over Teneinde in Dublin is echt vrijwel niets te vinden. Googelen levert niets op behalve wat algemene inhoudsomschrijvingen en tweedehands-bestelwebsites; Wikipedia vermeldt dat de thriller in het Fins en Duits vertaald is, maar verdere informatie staat daar ook niet bij. Over de revolver zelf valt helemaal niks te vinden, over het auteursduo dat Teneinde in Dublin schreef evenmin. Ja, Heere Heeresma (1932-2011) geniet tot op de dag van vandaag naam vanwege zijn poëzie en romans – maar wanneer men zijn oeuvre bespreekt gaat het eigenlijk nooit over die samenwerking onder dat nogal opgeklopte ‘Heeresma Inc.’. Dat valt goed te begrijpen. Heere Heeresma heeft genoeg boeken geschreven waar meer werk, meer gedachtegoed en meer geld in zat, en die ook nog eens meer werden gelezen dan deze thriller, en voor zijn loopbaan was Teneinde in Dublin ook niet van cruciaal belang: toen de thriller verscheen was hij al bekend, de jaren erna ging hij moeiteloos met zijn eigen werk verder. En hoe zit het dan met de jongere broer met wie hij Heeresma Inc. vormde? Wie zich nu in Faber Heeresma verdiept, zoals ik, kan zich moeilijk aan de indruk onttrekken dat er altijd een zekere tragiek om hem heen heeft gehangen, het air van iemand die plannen had en graag wilde, maar wie het niet was gegund die plannen ook uit te voeren. Misschien was dat wel een van de redenen waarom Heere Heeresma dit duo met hem vormde: om zijn broer iets meer op de voorgrond te krijgen. Maar Faber Heeresma overleed in het jaar dat deze thriller verscheen, 1969 dus, door een verkeersongeluk op Ibiza. Vanuit literair oogpunt bleef hij voorgoed het broertje van. Teneinde in Dublin is voor hem geen opmaat gebleken, maar zijn laatste fictiewerk.
 

Dat contrast tussen beide broers, tussen leven en dood, tussen tussendoortje en slotstuk, maakt Teneinde in Dublin een extra vreemde, enigszins wrange publicatie. Waarom deze samenwerking? Waarom een thriller? Waarom die speelgoedrevolver in het Literatuurmuseum? Als ik hem beter bekijk zie ik hoe slordig hij gelakt is; onderaan is het rood zichtbaar dat vermoedelijk eerst het hele wapen bedekte. Lag dit wapen op tafel bij de gebroeders Heeresma, hadden ze dit nodig tijdens het schrijven? 
 

Faber, Heere en Marcus Heeresma in 1967


Het heeft iets uitgesproken kinderlijks. Niet alleen de visualisatie van zoiets concreets als een wapen, met bijbehorende versieringen, maar eigenlijk deze hele thriller: de omslagen waarmee het boek is uitgegeven lijken met de felle kleuren en sterk aangezette contrasten eerder te horen bij een jeugdboek, de ondertitel Een dodelijke achtervolging past beter bij een stripverhaal dan bij een serieus bedoelde thriller, genretypering – Een spy special – en opdracht – aan de onvermoeide strijders voor Recht en Orde – komen ontegenzeggelijk ironisch over.

 

Een verhaal vol beweging

 

Teneinde in Dublin is een speels, soepel lezend boek, een stuk levendiger dan ik verwacht had. Het is een verhaal vol beweging, de hoofdpersonages reizen voortdurend (met de boot vanaf Oostende naar Groot-Brittannië, vanaf daar landinwaarts, naar onder meer Brighton, Londen en natuurlijk Dublin) en dat geeft het geheel een aangenaam tempo. Verder: veel dialogen, veel handelingen – nergens overdaad of essayistische uitweidingen. Maak het kort: zou het een schrijfadvies van de gebroeders Heeresma aan henzelf zijn geweest? In dat geval hebben ze zich er goed aan gehouden. Het verhaal van de thriller is een tikkeltje warrig: geheimagent Bom wordt achtervolgd door Braam (waarom die verwante namen, zit daar iets achter? Mij bracht het in verwarring), die wordt omschreven als, let op, een agent ‘uitgerust’ met onder meer ‘acht handgraten, een Smith & Wesson 9 mm, eenzelfde kaliber Bofors N 25 machinegeweer (…), een kluwen vlijmscherp nylon wurgdraad’.
 

Tja, daarbij verbleekt die zwarte revolver die Heeresma naliet nogal. Eerst is er vooral suspense en fysieke dreiging, er ontstaat een enkel handgemeen, er zijn opvallend veel zinnen over kogelvrije vesten, maar tegen het einde worden de bazooka’s en dergelijke werkelijk van stal gehaald. En er wordt gemoord, beschreven op die koele wijze die de hele thriller kenmerkt: 

 

Hij glimlachte, richtte en schoot Wimpleton tussen de ogen. (…) Langzaam liep hij op het lijk toe terwijl hij met welbehagen de kruitgeur opsnoof. Van voren was alleen een klein gaatje met wat snel geronnen bloed te zien. Het achterhoofd was geheel weggeslagen.
 

En zo gaat de scène nog een poosje door: toegankelijk proza, omschrijvingen die wellicht niet meteen omverblazen maar in hun helderheid toch iets aangenaam dwingends hebben. Alleen al om die reden las ik Teneinde in Dublin moeiteloos uit. En omdat ik, heel simpel, gegrepen werd door alles om dit boek heen. Die eenmalige samenwerking tussen deze twee broeders (hoewel: enkele jaren na het overlijden van Faber Heeresma bracht Heeresma Inc. nog een thriller uit, met de eveneens wonderlijke titel Hallo hallo... bent u daar, Plotsky? (1973)). Dat overgeleverde wapen. Die merkwaardige begeleidende zinnetjes: Maak het kort… En: reismodel TEN-EINDE IN DUBLIN spy-special “HEERESMA INC” opnieuw gelakt geborgd en gelabeld door… Heere Heeresma.


Zou ikzelf ooit zo’n concreet, zo direct in mijn verhaal passend voorwerp gebruiken als ik een nieuw boek vormgeef of uitwerk? Het toeval wil dat ook ik eens een thriller heb geschreven. Eveneens met mijn broer. Eveneens vol achtervolgingen en met, jawel, meerdere schietpartijen. (Gelukkig zijn wij tot op heden beiden nog niet naar Ibiza gegaan.) Tijdens het schrijven zaten we meestal samen aan dezelfde tafel, met tussen ons in hooguit een pot thee, geen concreet voorwerp dat nodig was voor het verhaal, geen zelfgerichte schrijfadviezen. Zou onze thriller daarmee beter zijn geworden? Wordt proza beter van zulke afgebakende, aanraakbare handvatten? Of blijft het in elk geval langer bewaard en bestudeerd wanneer je er zoiets tastbaars bij betrekt, wanneer je dat nalaat aan het Literatuurmuseum en weet dat het vroeg of laat weer opgepakt zal worden door nieuwsgierige handen, door mensen die zich afvragen wat dit in hemelsnaam te betekenen heeft.