Forum

door Thomas Heerma van Voss

Er zijn weinig literaire tijdschriften die zo’n grote invloed hebben gehad op de Nederlandse literatuur als Forum – en er zijn ook weinig tijdschriften die zo kort hebben bestaan. Slechts vier jaargangen zijn er verschenen. In 1932 werd Forum opgericht, in 1936 stopte het blad definitief, nadat de redactie zich al had opgesplitst in een Vlaamse (nogal katholiek ingestelde) en een Nederlandse (meer vrijzinnige) tak.

 

Waarom is Forum dan toch zo belangrijk geweest voor de vaderlandse letteren? Omdat de redactie zich, zoals het hoort bij nieuwe lichtingen, verzette tegen de gevestigde orde. Omdat het dat verzet combineerde met een heel duidelijke, frisse literatuuropvatting. En omdat, wat we beslist niet mogen vergeten, de redactie bestond uit niet alleen ambitieuze maar ook talentvolle auteurs, die een groot oog voor talent hadden en ingezonden kopij met een kenmerkend kritische blik beoordeelden. Dat laatste blijkt wel uit de overgeleverde beoordelingsformulieren van het tijdschrift.

Te zien is hoe de redactieleden een voor een hun handgeschreven oordeel geven, allemaal op hetzelfde blaadje: bovenaan staat de naam van de ingezonden kopij, daaronder zijn er vier vakjes waarop iedereen zijn (Forum is van begin tot eind een mannenclub gebleven) oordeel mag geven. Weinig ruimte dus, maar meestal heeft men slechts één woord nodig: tegen. Steeds worden inzendingen unaniem en zonder verdere toelichting afgekeurd door de redactieleden. (Aanvankelijk zijn dit oprichters Menno ter Braak, E. Du Perron en Maurice Roelants. Later vinden er meerdere mutaties plaats. Zo verlaat E. Du Perron de redactie en komt Vestdijk erbij, en gaat Roelants deel uitmaken van de Vlaamse tak.) Wie al deze formulieren doorbladert, en steeds weer dat ene afwijzende woord voorbij ziet komen, vraagt zich af hoe het mogelijk is dat Forum überhaupt verscheen. En aan welke criteria een ingezonden tekst moest voldoen om wel in het tijdschrift geplaatst te worden.

De poëtica van Forum is later binnen literatuurhandboeken en -studies vereeuwigd als een vent-poëtica: de redacteuren van het tijdschrift verzetten zich tegen de heersende aandacht voor vorm en techniek, en wilden de persoonlijkheid van een schrijver (de vent) kunnen terugzien in zijn werk. Engagement was hierbij een pre, polemieken werden aangemoedigd, omdat daarin de standpunten en dus opvattingen van de auteur duidelijk werden. In de redactie-enveloppen – eigenlijk een soort vergaderingen op papier – komt deze opvatting duidelijk naar voren: teksten worden veelal (in vrij harde bewoordingen) afgewezen omdat ze te weinig diepgang hebben, te weinig karakter, en een te nikszeggende, komische ondertoon.

 

Over een ingezonden tekst van Carmiggelt oordeelt E. Du Perron:

 

Al té leuk! Goed voor het album van Kitty, als humoristische bijdrage. Tegen.

 

De meeste ingezonden kopij is ‘totaal mislukt’ (aldus Roelants), ‘zeer zwak’ of ‘gelul’ (aldus Ter Braak), en zonder terughoudendheid worden inzendingen van gevestigde namen afgewezen. De dan 25-jarige Geert van Oorschot schrijft het blad tevergeefs aan met kopij, meerdere inzendingen van de veelgeprezen dichter Hendrik Marsman worden geweigerd omdat er te weinig van de auteur in zichtbaar is, omdat hij er niet in slaagt de vent achter het verhaal te tonen. Ter Braak oordeelt over een door Marsman ingezonden roman: ‘Ik vind dit fragment zwak; poging van M., om met humor naar een artistiek milieu te kijken, wat hem slecht lukt.’ Nog veelzeggender is wat Roelants op hetzelfde blaadje oordeelt:

 

Er staat geen regel in, die voor mijn gevoel gemotiveerd of overtuigend is.      

 

Daar draaide het bij Forum om: auteurs die zichzelf overtuigend presenteerden, niet met verhalen om de tekst heen, niet met voordrachten of publieke interviews, maar met de tekst zelf: een stellige, overtuigde en daardoor ook overtuigende auteur. En de redacteuren leefden hun eigen maatstaven na, hoewel die wel op de proef werden gesteld: E. Du Perron stuurde soms zelf ook teksten in, waarover de andere redacteuren zich ineens opvallend positief toonden. Voor, voor, voor, slechts een heel enkele keer een kanttekening. (Zo oordeelt Ter Braak over een late inzending van Du Perron: ‘Eddy schrijft weer eens zonder kennis van zaken, zoals vaker als hij het niet over litteratuur heeft, en wij maken ons daarmee belachelijk.’)

 

Ook mooi: het immense zelfvertrouwen, grenzend aan zelfingenomenheid, waarmee ze oordelen. Over een ingezonden novelle van Slauerhoff zegt Roelants: ‘Tegen, om Slauerhoff een dienst te bewijzen.’ Forum bepaalde wat goede literatuur was, Forum selecteerde, Forum dichtte zichzelf een grote macht toe – en had die ook, juist door met zo veel aplomb te weigeren, door zo stellig te zijn. Tegenwoordig is het niet meer voor te stellen dat een literair tijdschrift zo’n duidelijk programma uitdraagt en zo veel zelfvertrouwen had als Forum. Iedereen die geïnteresseerd is in de literatuuropvattingen van toen, die wil weten hoe Ter Braak en E. Du Perron een tekst lazen en beoordelen: schuif uw literatuurstudies en handboeken tijdelijk opzij en verdiep u in deze redactieoordelen.