Dolfijn en dichter: ‘Dolfijn, zeg eens bal. B / a / l. Hé, dolfijn, zeg nou eens bal’

Ruim anderhalf jaar geleden verwierf het Literatuurmuseum de literaire nalatenschap van Hans Faverey – en inmiddels zijn alle typoscripten, handschriften, brieven, agenda’s en andere archivalia keurig opgeborgen. Maar ook het niet-handschriftelijk materiaal brengt je soms dichter bij de dichter. Zoals deze twee boeken over de relatie tussen mens en dolfijn. 

 

In de bibliotheek van Hans Faverey stonden deze twee boeken over dolfijnen:

Alle twee zijn het goedkope pocketedities van boeken waarin onderzoek gedaan wordt naar intelligentie bij dolfijnen, en waarin het gaat over de mogelijkheid om te communiceren. The Dolphin: Cousin to Man is vertaald uit het Frans, en is uitgegeven in de wetenschappelijke ‘Pelican’-reeks van Penguin. Maar de auteur, Robert Stenuit, heeft ook oog voor de literaire aspecten van zijn onderwerp: ‘The Intellectual of the Sea’ heet een hoofdstuk en ‘Two Eyes plus Two Ears Make Four Eyes’ een ander. En hij interpreteert de schreeuw van het beest als ‘the “I feel lonely tonight” blues of these sociable animals’. (p. 89)

In zijn boek The Mind of the Dolphin poogt John Cunningham Lilly de ‘niet-menselijke intelligentie’ van deze dieren te begrijpen. Cunningham benadert de dolfijnen vanuit een wetenschappelijker perspectief dan Stenuit (met hoofdstukken als ‘Double Phonation and Stereophonation’) maar heeft ook wel degelijk oog voor hogere: ‘Consideration of the Spiritual Side’. Maar het was een ander hoofdstuk dat Faverey inspireerde. 

Faverey was de dichter die altijd nog een tweede keer naar de wereld keek, om de poëtische potentie ervan te ontsluiten. Vervolgens keek hij altijd ook nog een tweede, derde, zevende keer naar het gedicht, en haalde alles weg wat niet strikt noodzakelijk was. Dat leverde prachtige poëzie op, over chrysanten, roeiers, schilderijen, muziek, honden, natuur – en over taal natuurlijk. Daarvan is dit gedicht een bekend voorbeeld:

 

(Bal; zeg: bal).

Je moet ‘bal’ zeggen.

Dolfijn, zeg eens bal.

B / a / l. Hé,

dolfijn, zeg nou eens ‘bal’.

Het is het eerste gedicht van een cyclus van vijf uit Gedichten 2 (1972), een jaar daarvoor voor het eerst verschenen in Raster onder de titel Man & dolphin / mens & dolfijn. Gedichten die gaan over de onmogelijkheid van communicatie tussen mens en dolfijn (‘Zeg nou eens. Hé, dolfijn’) en tevens onderkoelde slapstick: ‘Bal, dolfijn. Bal. ‘Bal’. (Bal).’

Dat Faverey de woorden in dit gedicht niet zelf had bedacht, maar ontleende aan een boek, was geen geheim. Lela Zečković, de dichter met wie Faverey getrouwd was, vertelde het aan de Utrechtse letterkundige Redbad Fokkema, die er in 1994 in De gids over schreef. De gedichten zijn bewerkingen van een lange passage in The Mind of the Dolphin. In een hoofdstuk over ‘Vocal Exchanges between Margaret and Peter’ vinden we Faverey’s ‘origineel’. Voor de goede orde: Margaret is de onderzoeker, Peter de dolfijn.

 

MH: Say... BALL. No! Listen. Listen, listen: BALL

Het enthousiasme dat ik voelde toen ik het boek in handen had waaruit Faverey zijn gedichten had samengesteld, nam iets af toen ik in het colofon keek. Faverey had de vierde druk in de kast staan, uit 1973. Zijn gedichten stonden in de jaargang 1970-1971 van Raster. Blijkbaar besloot de dichter pas jaren later dat hij dat dolfijnenboek waaruit hij geput had toch zelf ook wel in de kast wilde hebben. Of misschien had hij het ooit uitgeleend en niet teruggekregen, maar wilde hij het beslist weer hebben – hoe dan ook: het is niet het originele exemplaar.

Maar nadat de teleurstelling daarover was gezakt, was het toch leuk om verder te lezen. Want dat communiceren tussen Peter en Margaret verliep nog veel moeizamer dan we zagen in Faverey’s gedichten. De dichter blijkt de ergernis van de onderzoeker nog danig gecensureerd te hebben, want die bleef niet zo geduldig met de dolfijn: ‘Listen to me! Now stop it! no! no! no! Listen!’

Maar soms was de verstandhouding ook wel beter, zoals te zien op een andere foto, waar gevierd wordt dat het woord ‘diamond’ met enig succes had geklonken.

 

Maar dát was geen materiaal voor de poëzie.

 

Lees hier de gedichtencyclus ‘Man & dolphin / mens & dolfijn’.